Review

Korte kunstige doorkijkjes in verhaal dat te geforceerd aanvoelt

Hoe te leven in een wereld waarin niets meer echt is? Misschien helpt dan nog de muziek. Christiaan Weijts stelt grote vragen in zijn nieuwe roman. Je ziet hem zwoegen, fantaserend over passie.

null Beeld null

Oneerbiedig gesproken heeft elke roman van Christiaan Weijts ongeveer dezelfde ingrediënten: 'straatrumoer', zoals terroristische aanslagen, een blik die sterk door kennis van en bewondering voor de klassieke literatuur wordt gekleurd, en seksuele, freudiaanse obsessie. Weijts is bovendien niet bang voor een spannend plot, waarin gaandeweg geheimen worden onthuld en achtervolgingen plaatsvinden, waar verhaallijnen aan het slot bij elkaar komen.

Het valse seizoen

Fictie
Christiaan Weijts
De Arbeiderspers; 454 pagina's; €23,99.

Zijn nieuwe roman Het valse seizoen verrast in die zin niet. De personages lopen rond in een zinkende wereld, waar aanslagen in Parijs, de ramp met de MH17 en onthoofdingen door IS angst aanjagen. De vertelling wordt steeds onderbroken met citaten van Thomas Mann, Proust en Sloterdijk, en is gelardeerd met verwijzingen naar Flaubert, Catullus en Coetzee. Dan hebben we nog een ernstig geval van een madonna-hoercomplex, een verdwenen viool, een onbekende dochter en meer familiegeheimen.

Het valse seizoen is een roman 'als een strijkkwartet', aldus de achterflap. De structuur volgt Janáceks intense tweede strijkkwartet, 'Intieme brieven'. Er zijn echter maar drie vertellers, die elkaar dan weer wel brieven schrijven: een violist, een altist en een cellist-componist, die worden uitgenodigd op een cruise-schip, een replica van de Titanic. De violist, Camiel, en de altiste, Nadège, spelen op zogenaamd originele instrumenten van het beroemde ensemble 'that played on'. Pablo schrijft er een strijkkwartet, dat zijn magnum opus moet worden. De reis loopt uiteraard niet zoals gepland: een schip is een handige snelkookpan voor de schrijver, een voortkachelend voertuig waaruit men niet kan ontsnappen, zodat onderlinge spanningen en geheimen effectief tot uitbarsting komen.

De Titanic, waar het orkest doorspeelde toen het schip op een ijsberg liep. Beeld null
De Titanic, waar het orkest doorspeelde toen het schip op een ijsberg liep.

Want niets minder dan het apollinische en het dionysische vechten op dit schip een strijd uit. De schrijver stelt grote vragen: wanneer is iets kitsch en wanneer authentiek? Hoe te leven in een wereld waarin het echte door simulacres is vervangen? Wat is muziek, welke rol kan klassieke muziek spelen in een brandende wereld?

De personages die Weijts creëerde om deze vragen te onderzoeken, zijn echter zelf helaas nogal kitscherig, en weinig wijst erop dat dit bewust is, een persiflage. Violist Camiel is het tweede-viooltype, bourgeois, conservatief, beetje stijf - toonbeeld van het apollinische. De man van studie, de intellectueel, de nostalgicus. 'Wie voortdurend in, met en voor de klassieke muziek leeft, voelt zich op straat vaak uitheems en anachronistisch', schrijft hij. Zijn geliefde Nadège is de nobele wilde: straatmuzikant, dochter van een zigeuner, met een woeste muzikaliteit (en seksualiteit) die harten verovert, zonder dat ze noten kan lezen. Zij is intuïtief, lichamelijk, mysterieus, extatisch. In een scène die je nekharen overeind doet staan speelt ze viool voor de badderende Camiel, in doorschijnend negligé en met een Venetiaans masker op. 'Je verscholen ogen gluren duister en glinsterend. (...) Je hebt het serene van een Griekse godin en het bloedgeile van een courtisane.'

En dan is Pablo de brombeer van een cellist, excentriek en gallisch, dol op woorden als 'femelen', 'pikkepijpers', 'sletjes' en 'kwijlsmoelen'. 'Geloof me, de enige plek waar muziek nog wat betekent is het crematorium', is zijn openingszin.

Camiel leert aan het slot dat vragen naar authenticiteit en kitsch er niet toe doen wanneer muziek je weet op te tillen. In die woordeloze ervaring is er geen tegenstelling meer. De roman biedt dat uitzicht soms, in vurige, bezielde passages waarin Weijts zijn kunsten toont. Korte doorkijkjes zijn dat, in een verhaal dat overwegend te geforceerd aanvoelt. Je ziet de apollinische schrijver zwoegen aan zijn bureau, fantaserend over passie en verborgen extase, duisternis en razernij. Alleen zijn pen heeft het doorleefd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden