Korte kindergedichten betoveren alledaagse dingen met een vingertop

 

Beeld Tekeningen van Charlotte Dematons

Kinderen en gedichten gaan niet zomaar samen. Kinderen zoeken grappigheid en zoetsappigheid. Dat is niet wat dichters willen. Krijgen die hun zin, dan krimpt het publiek tot zulke kleine proporties dat uitgeven nauwelijks nog interessant is. In Nederland lijkt daarom bijna geen markt voor kinderpoëzie.

Waar dat aan ligt? Het belangrijkste probleem is niet de vermeende ontoegankelijkheid van het betere gedicht, maar de geringe tijd die kinderen ermee doorbrengen. Een verhaal neemt je bij de hand; een gedicht is wispelturig. Het verstopt zich en hoopt dat je gaat zoeken. Gevangen op een stille witte pagina in een afstandelijk kaftje, maakt een kindergedicht weinig kans.

Mooi boek van Joke van Leeuwen (***, Querido, euro 14,99) is een treffend voorbeeld van hoe je als uitgever met een van de beste kinderdichters toch net de plank kunt misslaan. Want het boek zelf is, opmerkelijk genoeg, gewoon geen mooi boek. Iel formaat, te wit en te glanzend papier, ratjetoe van beelden en eerder verschenen werk. En het blijft een raadsel wat de dichter toch met die titel heeft willen zeggen.

Ironisch? Het voelt als een schouderophalen. Mooi boek bevat een aantal prima gedichten, maar alleen het 'Toevallig ABC', met foto's van voorwerpen waar je met enige fantasie letters in kunt zien, heeft de speelse genialiteit die bij Joke van Leeuwen hoort.

Maar dan de op elke pagina even indrukwekkende bundel Doodgewoon (****, Gottmer, euro 19,95) van Bette Westera en Sylvia Weve, terecht genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs, die komende week wordt uitgereikt. De uitgever heeft er alles aan gedaan om een monumentale, tot in de puntjes verzorgde verpakking te maken van Westera's beste werk tot nu toe.

Met treffende observaties bespreekt de lichtvoetige dichter alle soorten doodgaan die je maar kunt bedenken: de tragische, de mythische, de verwachte, de toch-niet-zo-zware, die van het huisdier. Om je dan, als je even niet oplet, vol te raken met zo'n knap, pijnlijk zinnetje: en de juf/ die op een dag/ vergeet/ het kaarsje/ aan te doen. Au.

Krachtig vehikel

Jammer dat illustraties zonder uitzondering somber en krasserig zijn. De dood is in de gedichten van Westera toch niet grauw en grijs, waarom dan in de illustraties wel? De onzeker wegkijkende, fletse engel op het omslag is bepaald geen aanbeveling. Poëzie heeft een krachtig vehikel nodig. Ieder geslaagd gedicht verdient z'n eigen reclameposter.

Zoals Charlotte Dematons laat zien in Nooit denk ik aan niets, met gedichten van Hans en Monique Hagen, waaraan alles goed is. Geestige titel die aan het denken zet. Ultrakorte gedichten die alledaagse dingen met een vingertip betoveren. En vooral: de paginagrote illustraties van Charlotte Dematons, die de gedichten interpreteert en haar eigen versies schildert.

De kracht van dit trio is dat het filosofische onderwerpen aandurft zonder een dwingende rijmstructuur, en daarbij een vleugje zoet en humor niet schuwt. Een grapje mag en een brokje in de keel is toegestaan, getuige Beer: Ver weg in de bergen/ in een ander land/ zit mijn beer/ vergeten op een steen/ altijd op vakantie/ helemaal alleen.

Kenmerkend voor deze aanpak is dat de gedichten niet achteraf, maar meteen al op posters zijn gezet. De eerdere bundel Jij bent de liefste met Marit Törnqvist bewees vijftien jaar geleden al dat er zo wél markt is voor poëzie en het resultaat van deze nieuwe nauwe samenwerking is bijna nog beter. De zo onwaarschijnlijke woordcombinatie 'sensationele dichtbundel' is met onmiddellijke ingang, tijdelijk toegestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.