Koperkoralen vragen de Glorie met ongelijke inzetten aan

L’Ascension van Olivier Messiaen

Met Messiaens opera Saint François die nog loopt, met grote stukken bij het Radio Filharmonisch en het Concertgebouworkest achter de rug en met fikse Messiaenkluiven in het Holland Festival nog voor de boeg, lijkt er toch zoiets als een kritiek moment te naderen.

Op ware Messiaenminnaars zal het bombardement van afgelopen dagen – de grote orkestversie van het orgelwerk L’Ascension bij het KCO, het mega-oratorium La Transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ in de Zaterdagmatinee en nog meer Messiaen in het Amsterdamse Orgelpark – vooralsnog als manna zijn neergedaald.

Tot de charmes van Messiaen, en daarin schuilt ook het risico, hoort zijn onmiddellijke herkenbaarheid.

Die ligt niet primair in geïnstrumenteerd vogelgeluid, al wordt dat altijd als eerste genoemd, maar veel meer nog in de tooncomplexen die de componist eromheen drapeerde. Messiaen was de vinder en gebruiker van een toonsysteem dat hem een oeuvre lang van dienst bleef, en iedere andere componist die er iets van wil meepikken direct ontmaskert als een epigoon.

Zo waren de specifieke Messiaenkleuringen in de harmonie van zijn L’Ascension, vrijdag in een blaas- en strijkgebeuren van het KCO onder leiding van Myung-Whun Chung, daags daarop weer te vernemen bij Vlaams-Nederlandse omroepkoren en het Radio Filharmonisch Orkest. Maar dan in gewaterverfde fluitsoli, loeiende giga-koralen en briesjes van strijk- en slagwerktremolo’s, sidderend in schoonheid: La transfiguration, gedirigeerd door de Messiaen-hogepriester Reinbert de Leeuw.

Een verschil tussen Christus’ Majesteit (van L’Ascension) en de Zoon in wie Ik vreugde vind (La Transfiguration) is dat de eerste, uit 1933, bij zijn hemelvaart nog niet door vogelgeluid werd vergezeld. Terwijl de laatste, een half mensenleven later getoonzet, alles samenvat wat Messiaen tot dat moment muzikaal op zijn palet had.

Tot de vaste elementen, naast godsontzag en een set toonschalen waaraan de meester zijn karakteristieke akkoorden ontleende, hoorde ritmische souplesse. De techniek daarvan keek Messiaen af van de geschakeerde ritmepatronen in Hindoestaans-Aziatische muziektradities.

Zo kwam het dat Matineegangers van afgelopen zaterdag, voorafgaand aan de massale groepsexcursie naar de heilige berg Tabor in La Transfiguration, via snuggere programmering ook een middagraga kregen voorgezet. De Indiër Hariprasad Chaurasia, grootmeester van de bamboefluit, deed met vier medemusici wat Messiaen en De Leeuw even later met tweehonderd man/vrouw probeerden.

Een uur lang de tijd stilzetten. De voor dergelijke doelen benodigde concentratie ontbrak daags tevoren in het stroeve dirigeren van Myung-Whun Chung, een Koreaanse Fransman die toch vaak bij Messiaen over de vloer is geweest.

Koperkoralen in het eerste deel van L’Ascension vroegen de Glorie aarzelend en met ongelijke inzetten aan. Het slotdeel, waarin de Gezalfde tot de Vader komt op een wolk van magnifieke strijkersakkoorden in typisch Messiaense, ‘zwevende’ sext- en kwartsextliggingen, vibreerde heftig maar trilde niet na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden