Reportage Boijmans van Beuningen

Komt ‘kunst met een luchtje’ ooit bij nazaten aan de muur te hangen?

Aan dertig kunstvoorwerpen die Museum Boijmans Van Beuningen tussen 1933 en 1945 heeft verworven, zit een luchtje. ‘Een overzichtelijk aantal’, meent directeur Sjarel Ex.

‘Berglandschap met boomstronk’, omstreeks 1620 geschilderd door Jacob van Geel

Woensdagochtend omstreeks 11 uur kwam het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen in het reine met zijn verleden. Eindelijk was directeur Sjarel Ex in staat ‘volledige openheid’ te verschaffen over de herkomst van kunstvoorwerpen die in de periode 1933-1945 zijn verworven. Van zesduizend voorwerpen werd gevreesd dat ze afkomstig waren van Joodse verzamelaars die er onder dwang van de omstandigheden afstand van hadden moeten doen. Uit onderzoek is nu gebleken dat aan dertig stukken inderdaad 'een luchtje zit'. Of, in de woorden van Ex, ‘een element van onvrijwilligheid’.

‘Een overzichtelijk aantal’, meent hij. Zeker in het licht van de kwalijke reputatie die het museum ooit genoot. Door toedoen van een ijverige directeur – Dirk Hannema – die ook tijdens de Duitse bezetting het belang van zijn museum boven principes liet prevaleren. En door toedoen van weldoeners – zoals havenbaron Daniël George van Beuningen – die niet vies waren van transacties met Duitse instanties. 

Geen reden tot opluchting

Voor opluchting leent het thema zich niet. Want ook achter dertig ‘voorwerpen met een problematische herkomst’ gaat veel leed en onrecht schuil. Maar het had allemaal nog veel erger kunnen zijn. Ex en zijn onderzoekers deelden hun voldoening over de afloop van het acht jaar durende zelfonderzoek met elkaar en met nazaten van kunstverzamelaar Joseph Gosschalk, eigenaar van een schilderij dat onder onduidelijke omstandigheden in het bezit van Boijmans is gekomen.

Het gaat om het paneeltje Berglandschap met boomstronk, omstreeks 1620 geschilderd door Jacob van Geel. Dat kwam in 1975, dertig jaar na de oorlog dus, in het bezit van Boijmans als onderdeel van de nalatenschap van Vitale Bloch, een van oorsprong Russisch-Joodse kunstverzamelaar die in het bezette Nederland bescherming genoot van de Duitsers omdat hij hen bij kunstaankopen adviseerde.

Aanvankelijk was Berglandschap met boomstronk een onverdachte aanwinst. Er was slechts van bekend dat ze in 1931 voor 90 gulden was verworven door ene ‘Koster (Brantel)’, houder van het lotnummer 244. Pas in 2016 bleek achter dit nummer een andere naam schuil te gaan: die van de (Joodse) kunstschilder en verzamelaar Joseph Henri Gosschalk (1875-1952). Onbekend was wanneer en onder welke omstandigheden het schilderijtje vervolgens in het bezit is gekomen van Vitale Bloch. Maar in 1979 schreef een kenner van de veilingwereld in een brief aan een collega ‘dat Bloch het in c. 1942-1943 lospeuterde toen Gosschalk naar ik meen al in Westerbork zat.’ Reden voor Museum Boijmans van Beuningen om de casus voor te leggen aan de zogenoemde Restitutiecommissie, die bindende uitspraken doet over de vraag wie de rechtmatige eigenaar is van een kunstvoorwerp met een oorlogsverleden.

Vorm van genoegdoening

Voor Bas en Boris Noordenbos, de respectievelijk 71 en 35 jaar oude erfgenamen van Joseph Gosschalk, is dit initiatief van Boijmans op zich al een vorm van genoegdoening. ‘Het museum geeft daarmee te kennen naar rechtvaardigheid te streven.’ Bas Noordenbos kan het zich niet voorstellen dat zijn oudoom het schilderij uit vrije wil heeft verkocht. ‘Wij weten dat dit een van zijn favorieten was. Iemand die hem goed heeft gekend, schreef dat Gos – zo werd hij genoemd – er nooit afstand van wilde doen.’

Of Berglandschap met boomstronk ooit bij een van de nazaten van Gosschalk aan de muur komt te hangen? Ze hebben goede hoop, al leert de ervaring dat de Restitutiecommissie niet over één nacht ijs gaat. Van de zeven claims die ze tot dusverre bij de commissie hebben ingediend, zijn er drie toegekend en vier afgewezen. Ze begrijpen dat de schijn van onrechtmatigheid niet genoeg is om restitutie af te dwingen. Hoezeer zij zelf inmiddels ook gehecht zijn geraakt aan dat kleine schilderij waarvan zij weten dat Joseph Gosschalk er innig van heeft gehouden.

‘Alleen al het feit dat dit ooit van mijn oudoom is geweest, was voor mij een reden om mij in de landschapsschilderkunst van de 17de eeuw te verdiepen’, zegt Bas Noordenbos – met zijn neus bijna tegen het kunstwerk aangedrukt. Met het lampje in zijn iPhone beschijnt hij details waarop hij pas onlangs attent is gemaakt. ‘Kijk, daar zie je een wandelaar met een hond. En daar, nog een mensenfiguur die bijna oplost in het landschap.’ Voor hem is Berglandschap met boomstronk beduidend meer dan een fraai beschilderd paneel van 20,3 bij 31,7 centimeter.

Dertig gevallen van mogelijke roofkunst in collectie Boijmans

In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam bevinden zich dertig kunstwerken die mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog door het nazibewind zijn geroofd. Dat blijkt uit onderzoek dat het museum in Rotterdam onlangs heeft afgerond. Een deel van de roofkunst is te zien op de tentoonstelling Boijmans in de oorlog. Kunst in de verwoeste stad, die zaterdag opent. 

De besmette stukken in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen kwamen aan het licht in het kader van het onderzoek ‘Museale verwervingen vanaf 1933’, dat door 163 musea in Nederland is uitgevoerd. Deze kunstinstellingen hebben hun collectie doorgelicht op verwervingen die sinds 1933 zijn gedaan, het jaartal waarop in Duitsland het nazibewind aan de macht kwam. Eerder was er al onderzoek gedaan naar aankopen en schenkingen in de jaren 1940-1948. 

Omdat de nazi’s echter al voor de Tweede Wereldoorlog waren begonnen met het ontnemen van kunst aan vooral Joden, oordeelde de Museumvereniging in 2009 dat extra onderzoek noodzakelijk was. In oktober 2013 werden daarvan de eerste resultaten gepresenteerd. In 41 musea waren 139 kunstwerken aangetroffen waarbij het vermoeden bestond dat het om roofkunst ging. In Museum Boijmans Van Beuningen waren negen mogelijk besmette kunstwerken gevonden. Boijmans was toen echter nog niet klaar met het onderzoek, evenals enkele andere musea.

In totaal zijn tot nu toe in 42 musea 170 kunstwerken gevonden die mogelijk roofkunst zijn. Het Rijksmuseum in Amsterdam, dat een van de grootste collecties heeft, is nog steeds bezig met het onderzoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden