ROOFKUNST

Komt Bern weg met erfenis Gurlitt?

Cornelis Gurlitt, de zoon van een handelaar in nazi-roofkunst, heeft zijn zin gekregen. Kunstmuseum Bern heeft zijn erfenis aanvaard, maar de vragen zijn niet verdwenen.

Een camera filmt Christoph Schäublin, voorzitter van de stichting van Kunstmuseum Bern, bij zijn aanvaarding van de Gurlitt-erfenis.Beeld ap

Ruim zeven maanden nadat Kunstmuseum Bern werd verrast door het telefoontje dat het enig erfgenaam is van Cornelius Gurlitt, heeft het diens nalatenschap aanvaard. Maar niet dan nadat het Zwitserse museum uitputtend onderzoek heeft gedaan naar de risico's van aanname van deze kunstschat, waarvan misschien wel tweederde onder het nazi-regime is geroofd van Joden en Duitse musea.

Christoph Schäublin, voorzitter van de museumstichting, zei maandag op de persconferentie dat zijn kunstinstelling een zware verantwoordelijkheid op zich laadt tegenover de slachtoffers van het nazi-bewind en 'niet in de laatste plaats ook tegenover het museum zelf, wiens reputatie en economische stabiliteit niet op het spel moeten worden gezet'.

Van groot belang is, zei Schäublin, dat er geen roofkunst over de drempel van zijn museum komt. Duitsland draagt zorg voor de teruggave van de vermoedelijk weinige kunstwerken die aantoonbaar door Joden onder het nazi-bewind zijn afgestaan.

Foute kunst

Gurlitt wilde dat zijn collectie niet in Duitsland bleef, verbolgen als hij was over de (later opgeheven) inbeslagname daarvan. De kunstschat was bijeen gebracht door zijn vader, Hildebrand Gurlitt, een kunsthandelaar die veel zaken deed met de nazi's.

Nu het museum zijn erfenis aanvaardt, heeft de zoon voor een groot deel zijn zin gekregen. Is dat een bevredigende oplossing?

Zwitserland staat niet bepaald bekend om zijn ethische normen. Het land was in de Tweede Wereldoorlog door zijn neutraliteit een scharnierpunt voor de handel in foute kunst. Volgens een recent rapport heeft Zwitserland minder dan Duitsland gedaan aan de naleving van een internationale verklaring waarin tot teruggave van roofkunst wordt opgeroepen.

Hildebrand Gurlitt, foto uit 1925Beeld ap

Weigeren

Er bestaat een vermoeden waarom Gurlitt zijn bezittingen naliet aan Kunstmuseum Bern. Nadat hij in 2010 tijdens een controle aan de Zwitsers-Duitse grens 9.000 euro bij zich bleek te hebben, was de Duitse justitie hem gaan onderzoeken. De hoeveelheid contanten was toegestaan, maar zijn verhaal over de herkomst ervan had bevreemding gewekt. Gurlitt zei dat zijn vader voor diens dood in 1956 kunstwerken had verkocht bij veilinghuis Kornfeld in Bern.


Eberhard Kornfeld leeft nog steeds en is al jaren een begunstiger en raadgever van Kunstmuseum Bern. Ook met zoon Gurlitt zou hij zaken hebben gedaan. Het museum stelde in mei dat het, voor zover het weet, nooit Gurlitt-kunst heeft gekocht of heeft geëxposeerd. De rol van Kornfeld is nooit helemaal opgehelderd, ook al omdat die daarover zwijgt.


Had het Kunstmuseum de erfenis niet moeten weigeren? Bestaat er überhaupt wel een 'schoon' deel van de collectie-Gurlitt, nu deze kunsthandel zo verweven was met het profiteren van de nazi-vervolging van Joden? Was de collectie niet beter op haar plaats geweest in Duitsland, dat door de oprichting van bijvoorbeeld een Gurlitt-museum in het reine had kunnen komen met zijn verleden?

Verleiding

Volgens een neef en nicht van Gurlitt hoort de verzameling in Duitsland thuis. Zij zouden erfgenaam zijn geworden als Kunstmuseum Bern nee tegen de erfenis had gezegd. De twee hadden al een alternatief op tafel gelegd. Als zij het voor het zeggen kregen, zou de roofkunst onverwijld worden teruggegeven en de uit musea gestolen Entartete Kunst in Duitsland worden tentoongesteld.

Kunstmuseum Bern negeerde hun optie. De verleiding van een berg waardevolle aanwinsten, die het museum vermoedelijk heel wat bezoekers gaat opleveren, moet te groot zijn geweest. Had Matthias Frehner, de directeur van het museum, niet enkele uren na dat telefoontje in mei tegen de camera's gezegd dat dit een buitengewone kans is? 'Zoiets gebeurt maar één keer in een museumcarrière - als het al gebeurt.'

Reactie World Jewish Congress

Ronald Lauder, hoofd van het World Jewish Congress: 'Naar mijn oordeel is het een terechte beslissing van Bern om het giftige deel van deze collectie te weigeren, die was bijeen gebracht door een van de leidende kunsthandelaars van de nazi's, ten koste van Joden, Duitse musea en vele andere mensen. We hebben nu behoefte aan een onmiddellijke publicatie van alle kunstwerken die Gurlitt heeft nagelaten, en we hebben behoefte aan volle transparantie tijdens het onderzoek naar de herkomst.

'Duitsland was het land waar de roof plaatsvond en het moet de plaats zijn waar de zaak wordt opgelost. Alle roofkunst moet worden teruggeven aan de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen. Alles dat niet wordt geclaimd, moet worden geveild ten gunste van slachtoffers van de Holocaust.

'Het is cruciaal dat alle werken die zijn nagelaten door Cornelius Gurlitt kunnen worden gezien door het publiek voordat er iets naar Zwitserland gaat. Door aanvaarding van de erfenis heeft Kunstmuseum Bern een grote verantwoordelijkheid op zich genomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden