Koffers vol gevoelige informatie

Met dank aan de geschriften van de opa van initiatief-neemster Mirjam Nieboer, heeft Nederland nu ook een eigen Dagboekarchief. 'Op inhoud wijzen we vrijwel niets af.'

Beeld Adrie Mouthaan

Italië ging ons voor, in 1984 al, net als Frankrijk en Duitsland. Maar sinds 2009 lopen we niet meer achter: sindsdien beschikt ook Nederland over een Dagboekarchief (NDA), dat zich inzet voor de verwerving, het beheer en toegankelijk maken van particuliere dagboeken, brieven en memoires.

Het inzicht dat ongepubliceerde egodocumenten een belangrijke aanvulling kunnen bieden op de officiële geschiedschrijving is al lang tot de wetenschappelijke wereld doorgedrongen. Toch was het - niet ontoepasselijk - een voorval buiten academische kring waaruit het archief werd geboren.

'De opa van mijn man hield dertig jaar lang een dagboek bij', vertelt Mirjam Nieboer, een van de initiatiefnemers van het archief. 'Na zijn overlijden ging een doos met 37 van zijn dagboeken de hele familie rond. Niemand wist er raad mee en uiteindelijk werd de doos bij mij op zolder gestald. Niet ideaal natuurlijk, want van een vochtige ruimte in de Amsterdamse binnenstad wordt zo'n nalatenschap niet beter.

Tekst gaat door onder de afbeelding.

Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan

'Ik vroeg me af of er geen betere bestemming te vinden was, toen ik op de Duitse tv een programma zag over het Deutsches Tagebucharchiv in de stad Emmendingen. Ik ben naar Emmendingen afgereisd en toen ik terugkwam wist ik het: Nederland moet ook zo'n archief krijgen.'

Samen met de biografe Monica Soeting, gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit ('Haar kende ik bij toeval, via een werkrelatie van mijn man') en medeoprichtster van het NDA, bracht Nieboer een tweede werkbezoek aan Emmendingen. En na overleg met de Vrije Universiteit kon het duo een eerste versie van het Nederlands Dagboekarchief in de VU-bibliotheek onderbrengen. Dat bleek evenwel geen permanente oplossing. Tot tevredenheid van alle betrokkenen kreeg de al snel via schenkingen uitdijende collectie eind 2014 een officieel onderkomen bij het Meertens Instituut, het onderzoek- en documentatiecentrum van Nederlandse taal en cultuur.

In een van de werkruimten van het Instituut aan de rand van Amsterdam, overzien NDA-medewerkers de opbrengst van een van de recente 'inleverdagen', waaraan via sociale media ruchtbaarheid wordt gegeven. Met succes, want inmiddels ontvangt het NDA enkele tientallen dagboeken per maand. Doorgaans geen losse exemplaren, maar vele door één auteur volgeschreven banden, 'soms met koffers tegelijk'. Pièce de résistance van de jongste inleverdag: een reusachtige partij in wit papier verpakte albums, het levenswerk van een 64-jarige Nederlander die actief was in de politiek en het ontwikkelingswerk, en vanaf zijn 21ste een dagboek heeft bijgehouden. 'Bij elkaar 62 kilo papier', zegt Nina Wijsbek, die samen met webmaster en catalogusbeheerder Bertie van der Meij bij het vaste NDA-team hoort.

Tekst gaat door onder de afbeeldingen.

Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan

Zo kan één enkele dagboekauteur het archief een berg werk bezorgen, want van elke aanwinst wordt een precieze inhoudelijke beschrijving aangelegd, die via steekwoorden doorzoekbaar wordt gemaakt. Daartoe doet het archief een beroep op een groep van vijftien vrijwilligers ('We kunnen er altijd meer gebruiken', zegt Nieboer), die zich eens per maand in de collectie verdiepen.

Dagboeken bevatten voor de schrijver en diens naasten vaak gevoelige informatie. Bij de ontsluiting en het beheer volgt het NDA daarom de richtlijnen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Dat betekent dat gegevens in de database kunnen worden geanonimiseerd. 'Het pakt ook niet altijd goed uit als nabestaanden het dagboek van een overleden familielid lezen', zegt Nieboer. 'Dagboekschrijvers grijpen vaak naar de pen als ze zich niet goed voelen en het is niet leuk te lezen hoe er in zo'n stemming over je werd gedacht.'

Welke selectiecriteria hanteert het archief? Zijn ontboezemingen over verliefdheden welkom, of alleen teksten die maatschappelijke ontwikkelingen weerspiegelen? 'Beide', volgens Nieboer. 'We selecteren een beetje op gevoel, maar wijzen op inhoud vrijwel niets af. Hooguit als het percentage beeld groter is dan het percentage tekst. Maar bijvoorbeeld puberdagboeken willen we graag hebben. En binnengedachten kunnen juist relevant zijn, bijvoorbeeld voor sociologen en psychologen. We weten ook niet wat onderzoekers over 25 of 50 jaar interessant vinden. Daarom volgen we het advies dat we in Duitsland kregen: het schijnbaar banale kan belangrijk zijn, en ook wat verzwegen wordt is interessant. In Duitsland geldt dat sterk voor dagboeken uit de DDR-tijd.'

Beeld Adrie Mouthaan

Nieboer en haar collega's kijken weleens met jaloerse blikken naar het Deutsches Tagebucharchiv. 'Het is daar een goed geoliede machine. Ze hebben het zelfs voor elkaar gekregen dat Emmendingen zichzelf als 'Stadt der Tagebücher' afficheert. En ze zijn met zo'n 18 duizend dagboeken natuurlijk veel groter dan wij. Maar ze zijn al veel langer bezig. Bij ons staat de teller op 1.500 exemplaren. Het verschil komt ook doordat ze in Emmendingen alle oorlogsdagboeken verzamelen. Die zitten in Nederland bij het NIOD. Hoe dan ook, wij zitten nog in de opbouwfase. We richten ons allereerst op acquisitie en de opbouw van de database.'

Ambities heeft het NDA evengoed. Op een bijeenkomst in het Meertens Instituut met vertegenwoordigers van zeven Europese dagboekarchieven in juni 2015 is het netwerk van de European Diary Archives and Collections opgericht. Gerespecteerde experts als de Brit Irving Finkel en de Fransman Philippe Lejeune hebben zich bij EDAC aangesloten, het secretariaat is de komende jaren in handen van het NDA.

Wat gaat de Europese koepel doen, een gezamenlijke standaard voor verzamelen en beheren opstellen? 'O nee', zegt Nieboer, 'dat is in het verleden al geprobeerd door Frankrijk en dat is toen goed mislukt. In elk land wordt er weer anders over dagboeken gedacht. Het Britse Great Diary Project richt zich op elke biografische tekst, terwijl het Archivio Diaristico Nationale in Italië meer literair is georiënteerd en verkiezingen van het mooist geschreven dagboek organiseert. Dat kun je niet gaan systematiseren. Wij houden het light en richten ons op de dingen die je wél samen kunt doen.'

Tekst gaat door onder de afbeeldingen.

Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan
Beeld Adrie Mouthaan

Een Europese dagboek database

Het gemeenschappelijke doel, over pakweg twintig jaar: een overkoepelende Europese database met de belangrijkste gegevens van dagboeken uit alle aangesloten landen. Het begin is er: op de website edac-eu.eu zetten alle deelnemende landen dagboekteksten van 1 juni 1950; een datum die de geboorte van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal symboliseert, de prille aanzet voor de Europese Unie.

Het geanonimiseerde Nederlandse aandeel betreft een dagboeknotitie van een 44-jarige protestantse onderwijzer in een provinciestadje. Op 1 juni 1950 noteert hij zijn ontvangen salaris ('396,68 in handen'), het weer ('heet weer') en de stemming in politiek Den Haag ('Ambon is vastberaden'). Voer voor toekomstige onderzoekers.

dagboekarchief.nl

edac-eu.eu

Beeld Adrie Mouthaan
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden