'Koedemieddaak, ken ik joe helpin?'

Hij was graag in Hollywood. Alleen in de filmstudio kon Elvis Presley de hele wereld over, naar Engeland en Antwerpen om boeven te vangen....

VAN DE RUIM dertig films, musicals eigenlijk, die Elvis Presley tussen 1956 en 1969 heeft gemaakt, is een handvol niet onaardig. De rest is zo ondermaats dat de meeste filmencyclopedieën ze niet eens meer opnemen.

Als Elvis de kolonel per ongeluk had doodgeschoten, spelend met de nieuwe zilveren Colt die hij had besteld bij zijn lievelingswapenwinkel in Palm Springs - de trouwe lijfwachten snelden toe, er hing nog de ouwejongenssfeer op Graceland, ze belden 911, de bandopname is later nog vaak afgedraaid in documentaires, maar hulp kwam te laat - zou hij dan betere films hebben kunnen maken (hij nam even goede advocaten als O.J. Simpson, een jury sprak hem vrij)?

Kolonel Parker had bepaald dat in elke film zou worden gezongen. Charro! (1968), de enige waarin Presley een baard droeg, was om duistere redenen een uitzondering. Ze hadden titels als Girls! Girls! Girls!, Kid Galahad, Fun in Acapulco, Viva Las Vegas, Girl Happy, Tickle Me, Harum Scarum en Paradise, Hawaiian Style.

Ze brachten miljoenen dollars op, nog afgezien van de lp's met filmsongs en op de hoes een op de set gemaakte foto. Inmiddels doet zich de situatie voor dat je bij de ene videotheek voor een tientje een Elvis-film kunt huren, terwijl ze bij een andere voor ¿ 9,95 te koop zijn, nieuw.

In de studio deed hij goed zijn best, want acteren vond hij leuk, zei hij. En alleen in Hollywood kon hij de hele wereld over; in het echt was hij niet veel verder gekomen dan Duitsland, in zijn diensttijd. Daar was het live spannender geweest dan in G.I. Blues (1960), waarin hij zo'n zelfde soldaat is en Muss I Denn zingt, want in Wiesbaden ging hij uit met de wel zeer minderjarige (14) stiefdochter van een échte Amerikaanse kolonel, Priscilla Ann Beaulieu.

Zijn filmnamen zullen hem evenmin overleven: Johnny zonder achternaam in Frankie and Johnny, Rick Richards, Lucky Johnson, Vance Reno, Vince Everett, Deke Rivers, Danny Fisher, Tulsa McLean, Peter Burton, Glenn Tyler, Chad Gates, Rusty Wells, Toby Kwimper, Walter Gulick, enzovoort. In Double Trouble uit 1967 speelt hij de rol van de jonge Amerikaanse zanger Guy Lambert, die met zijn Georgia G-Men op tournee is in Europa, beginnend in Engeland.

Laten we, onder het motto 'heb je deze gezien, dan ken je meteen de rest', nog één keer kijken naar Double Trouble. Tijdens de openingstitels zingt Guy een liedje waarvan alleen wat flarden de ondertiteling halen.

Sommige mannen willen één meisje,

maar ik, ik wil er altijd twee.

Mijn hart is gevuld met zorgen

het weegt als een ton zo zwaar.

Ik heb double trouble.

Ik heb double trouble.

Schuddende lichamen op een vloertje. Wie aan een tafeltje zit, beweegt vingers, handen, armen en bovenlijf. Guy komt in beeld, witte smoking, blauwe buiksjerp. Het liedje is afgelopen. Hij loopt op een tweeling af.

'Ga je echt naar België?', vragen de chicks synchroon.

- Ja, morgenavond.

'Boolahoo' (De riposte is ook tweestemmig.)

- Goeie titel voor een liedje.

Guy moet meteen weer op. Hij plukt aan een met een vrouwenhoofd versierde contrabas, gaat soepel over op tamboerijn (model Leger des Heils). Een brunette probeert met hem aan te pappen, maar opeens is hij met een blond Brits meisje alleen, Jill Conway.

Vioolmuziek. Jill: 'O, is dat niet heerlijk. Ons lied. Zing het voor me.'

- Zingen? Op dit moment? (Guy lijkt een beetje horny.)

'Alsjeblieft! Je weet wat er met me gebeurt als je zingt. . .'

Dat geeft de doorslag. 'Could I fall in love for the first time?' De zanger gaat per ongeluk op de volle kopjes van de high tea zitten. Pantalon doorweekt, einde song. Hij moet zich verkleden, zij herinnert zich plots een afspraak en vertrekt. Er wordt geklopt. Guy opent in verschoning de deur en wordt door een onbekende tegen de grond geslagen. Kleding weer vies. Jill blijkt een rijke erfgename. Dat wil zeggen over vier dagen, als ze achttien wordt. Nette oom met stiff upper lip neemt de zaken waar.

Guy ziet het allemaal niet zitten en vertrekt met de G-Men en een slappe koffer volgeplakt met stickers op de boot naar België. Oom stuurt zijn nichtje toevallig naar Brussel, dan is ze er even uit.

Een onhandig struikelende boef stopt stiekem diamanten in de koffer van Guy. Een maat staat op de uitkijk, maar dat is niet nodig. Guy voelt een lied opkomen: Longlegged Girl (With The Short Dress On). Het is opeens zo vol aan dek dat de gemiddelde veerboot in Bangladesh tot spookschip verbleekt.

Jill neemt de trein naar Brussel, Guy moet naar Brugge met de bus. Daar zien we hem meteen weer optreden. Grote bloedrode boordpunten zweven boven de kraag van een kek wit jasje (hij lijkt sterk op de vliegende non.) De vampachtige brunette duikt op, Jill ook. Guy neemt Jill mee in de taxi door een nagebouwd stukje Brugge, waar een ingezetene op zijn Venetiaans onder een brugje vandaan komt punteren.

Voor het hotel van Guy staat de Citroën DS van de boeven. De onhandige ligt onder het bed en moet zich uit de voeten maken. Guy kust Jill. Muziek. Het wordt een beetje benauwd in de kamer. Ze gooit het raam open. Aan de vensterbank hangende boef houdt het niet langer en valt in het water.

Bij het verlaten van het hotel weerklinken schoten. Guy en Jill zitten in het volgende shot achter op de klep van een met pluimvee volgeladen, zeer Amerikaanse pick-up truck. Het blijkt hét moment voor een ontspannen lied. Guy laat zijn keus vallen op Old MacDonald. Vingerknippend: 'And when a chicken gets out of line, chicken fricassee.'

Wanneer Jill de schoonheid van het zonet bereikte Antwerpen wil roemen, houdt een onguur type haar een revolver onder de neus, waar gelukkig alleen een vlaggetje uit rolt met Welcome to Antwerp erop. De boeven hebben zich vermomd, vermoedelijk als aardappel, in een omhulsel van stijf materiaal dat het bukken zo bemoeilijkt dat ze de koffer met de diamanten niet van het trottoir krijgen. Guy loopt even het Olympia Theater binnen. 'De jongens zijn er nog niet. We moeten een hotel zoeken.' Jill: 'En dan naar het carnaval.'

Er is ook een kermis, waar Guy Au près de ma blonde móet zingen, in het Engels. 'I love only one girl, the one I have my arms around.' Hij krijgt een Beierse bierpul aangereikt (er bewegen zich nogal wat Lederhosen over het terrein).

The plot thickens. Daar is de brunette weer. Guy tutoyeert haar nu: Claire. De aangebrande Jill papt aan met een voorbijganger, een vage bekende uit de boottrein. Hij lijkt een gentleman en wandelt wat met haar op. 'Weet je dat Antwerpen de oudste effectenbeurs heeft?' Jill is erg te spreken over het geluid van de plaatselijke krekels. De man opent een deur met 'Verboden doorgang' erop, in het Nederlands. 'Ik wil je iets laten zien. Deze put is even oud als Antwerpen.'

Achter de schutting trekt de man langzaam een paar zwarte handschoenen aan. Er valt een pasfotootje uit zijn zak. Van Jill! Nu begint het haar te dagen. 'Je bent geen vriend. Mijn oom huurde je om me te volgen.' Aspirant-moordenaar: 'Het is simpel. Oom Gerald heeft aan je erfenis gezeten. En nu word je achttien.' Hij wijst op de planken die de put bedekken. 'Dit hout is verrot, het kan zelfs jouw gewicht niet dragen.' Jill gilt. In de verte blaft een hond. Guy, die door verlaten straten naar haar op zoek is, spitst de oren. Hij trapt de verboden doorgang aan flarden, gaat op de vuist en de boordpunten - antraciet nu, maar nog steeds model

Stealth - blijven puik in model.

De tegenstander moet zijn best doen om zijn verdiende loon te krijgen. Hij springt zonder aanleiding over een primitief hekje, een horde meer, voor hij in de ondiepe, perfect cilindrische en kurkdroge put stort die zo oud is als Antwerpen. Jill kan het niet goed aanzien. Guy raapt haar strooien hoedje van de grond. Ze verlaten de plek des onheils. Het windjackje dat hij had uitgetrokken belandt in een vuilnisbak, zo'n ronde Amerikaanse met een los deksel. (Op exemplaren die later in beeld komen, is voor de zekerheid in hoofdletters het Nederlandse woord 'vuilnisbak' geschilderd.)

Terug op de kermis is Jill toch wel een beetje bang. Ze had nog nooit een dode gezien. Guy belooft met haar mee te gaan naar haar tante in Stockholm. Er is al een tijdje niets gezongen, maar liedjes zijn even niet aan de orde.

Een shot van een roestig vrachtschip, het s.s. Damocles. Twee mannen leunen tegen de verveloze reling. De een heeft vier strepen op de mouw. De ander is gestoken in blauwwitte streepjestrui, hij heeft een rode doek om de hals geknoopt en draagt een wollen mutsje. Op de schouder van zijn duffelse jopper zit een bonte papegaai.

De zeelui willen de verzekering oplichten. Een bom in de machinekamer, dat lijkt hun het beste. En zelf bijtijds wegwezen in de reddingboot. De papegaai dreigt zich in het gesprek te mengen als passagiers Guy en Jill zich melden. Zij worden weer teruggestuurd: geen boarding pass.

In de kiosk hangt een nagemaakte Vlaamse krant. Het Dagblad opent met: 'Knaapje door auto gegrepen te Gelik'. Bij een 1-koloms portret van Jill: 'Erfgenot nog steeds verloren' en boven de foto van de man in de put: 'Onbekent lichaam gevonden.'

Receptioniste in hotel: 'Koedémieddaak, ken ik joe helpin?' In The Queen's English laat ze vervolgens weten dat haar Engels niet zó best is. Intermezzo met een verwarde douarière-achtige vrouw die denkt dat Guy haar weggelopen echtgenoot is. Receptioniste, wijzend op Jill: 'Nee, nee Hjerda, hai ies bai die wrouw.'

Jill en Guy liggen gekleed naast elkaar in een koperen ledikant. Guy zingt dat hij voor Jill toch niet de ware kan zijn. 'Zoek toch een man die van je houdt. (. . .) Ik kom nooit tot rust/ in een dorpje aan de kust.' Als het hoge woord eruit is, gaat hij even bellen. De cel is buiten het hotel. De DS van de boeven staat weer aan de stoeprand. De oen moet nu in de auto blijven, zijn maat zal de koffer wel even ophalen. De receptioniste ('Ken ik joe helpin?') stuurt 'm per ongeluk naar de kamer van de gestoorde douarière.

Na zijn telefoongesprek met de mooie brunette, die belooft zich over Jill te ontfermen, wordt Elvis aangehouden door drie slapstickagenten in trenchcoat (rechercheur Haver en zijn mannen), en in een oranje VW-kever opgebracht naar inspecteur De Groote. Guy wordt ervan verdacht Jill te hebben ontvoerd. De boosaardige oom Gerald, die aan haar erfenis had gezeten en haar als vermist heeft opgegeven, verschijnt ten tonele. Guy ontkent en legt tijdens de patstelling op het bureau een kaartje met de agenten. Oom mag even telefoneren. We zien de brunette opnemen terwijl zij de nietsvermoedende Jill een slaperig makend drankje offreert. Opeens krijgt Guy een ingeving. Hij springt door een ruit de straat op en kaapt een politiekever, een zwarte. De Groote c.s. er achteraan in een grijze. Dol bedoelde rit door een soort Antwerpen. De achtervolgers rijden per ongeluk een verhuiswagen binnen.

Was Guy iets later gekomen, dan had de hele kamer vol gas gestaan.

Nu komt de aap uit de mouw. Claire is de dure maîtresse van oom! Om haar heeft hij aan Jills centen gezeten.

Zodra oom en minnares zijn afgevoerd, verjaart Jill. Achttien. Guy houdt nu wel van haar en wil altijd bij haar blijven.

We zien de diamantboeven als verstekelingen aan boord van het s.s. Damocles op volle zee uit een reddingsloep klimmen. Guy en Jill staan aan dek te zoenen.

Het geluid van een explosie, rook, vuur.

'Wat een kus', zegt Jill tevreden tussen de wrakstukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden