Knus brandje besluit Amsterdamse Ring

Götterdämmerung, van Wagner. Amsterdam, Muziektheater. Herhalingen t/m 30 september...

ROLAND DE BEER

OPERA

Zo glanzend en ruimtelijk als de toneelbeelden zijn waarmee de Nederlandse Opera haar steentje (en haar metaal, haar plexiglas) heeft bijgedragen aan de opvoeringsgeschiedenis van Wagners Der Ring des Nibelungen, zo onnozel zijn hier de special effects geweest op de momenten die Wagner zelf van doorslaggevend belang achtte.

Bestond de draak in Siegfried uit slapjes op en neer scharende onderdelen van een ongevaarlijk stuk speelvloer; bij de slotaflevering Götterdämmerung was het publiek dinsdag getuige van een wereldbrand in de vorm van een neerhangende gloeilamp en een rood laken, dat opbolde als vier mannen er de punten van op en neer zwaaiden.

In het midden zat een gat, waar Jeannine Altmeyer (Brünnhilde) net als bij de kapper haar hoofd doorheen kon steken, om haar 'Siegfried, Siegfried, Selig grüsst dich dein Weib' te zingen.

Decepties zijn het abc van het Wagnertheater. Misschien vormen ze er zelfs de bekoring van. Dit was blijkbaar de tol die de Opera betaalt voor het afzien van het conventionele lijsttoneel, dat meer kijkdooseffecten toestaat.

Tot de bekoringen van het Wagnertheater hoort ook het Onduidelijke Symbool. Tijdens de slotmaten, waarin Wagner zowel Walhalla-akkoorden laat klinken als een melodie die de zwangere Sieglinde twee opera's eerder heeft bedacht, breekt in de enscenering van Pierre Audi de punt van een enorme speer door een wand. Het was een teken waar geen touw aan vast te knopen viel (gevallen uit het brandende Walhalla, of de eerste daad van een nieuwe macht?). Maar dat was eigenlijk wel zo aardig.

Het opengooien van orkestbak en toneelhuis, het spel van schuine paden en ronde banen, het inelkaar grijpen van aarde en hemel. Dat waren de belangrijkste daden die deze Ring-productie heeft opgeleverd. Samen met het corrigeren van de partituren door Hartmut Haenchen, wiens eindeloze studie van de speelaanwijzingen geleid heeft tot een scherp inzicht in de manieren om balans en voortgang ook onder complexe omstandigheden te controleren.

Verder is deze Ring, die een jaar geleden begon met Das Rheingold, een productie geweest van geslaagde akten en floppende scènes; een Ring ook van wisselende zangprestaties.

Het is - zoals gebruikelijk - een Ring die nog niet klaar is. Onaf is vooral Götterdämmerung. Haenchen mag het koper van zijn Nederlands Philharmonisch Orkest nog een paar keer toespreken. En Audi zal bij de voorbereiding op de voorstellingscycli van volgend jaar nog een beetje aan zijn regie kunnen sleutelen. Maar dan is het gedaan met de boel.

Een verlaat begin, rochelende hoorns van een soms bijna onherkenbaar, soms mooi spelend NedPhO, en het knarsen van een zelfrijdende tafel die na een gehoorzame opkomst niet meer weg wou. Dat waren de uiterlijke tekenen van een eerste akte die nog niet 'zat'.

Jeannine Altmeyer en Heinz (Siefried) Kruse wisselden in een sloom geregisseerd see you later-duet glanzende noten af met onheilspellend vale episoden. Een wisselvalligheid die zich inderdaad tot in de slotakte zou voortzetten. De klein uitgevallen Kruse, die met zijn lichte stem vanzelf al meer weg heeft van een tenore di grazia dan van een spierbundel, kon als vertederende Siegfried-Siegfried meer overtuigen dan in zijn Götterdämmerungrol van in de war gebrachte minnaar, krijger, verkrachter (?) en sterfgeval. De speelse natuurscène met de Rijndochters was zijn beste.

Aan de duistere kant van het spel heeft Audi meer geluk, en neemt hij ook meer vrijheid van handelen. Kurt Rydl, die eerder te zien was als Hunding, maar zich nu verpopt heeft tot Alberichs zoon Hagen, is niet zomaar een formidabele baszanger en zomaar een heel goede acteur. Hij hoort tot het zeldzame zangersgenus dat die kwaliteiten volledig integreert, met de stem speelt, en er als het ware mimiek mee bedrijft. Zoals ook Eva Maria Bundschuh dat kan, die de macht- en manzieke aspecten van haar Gutrune-rol ooit door Harry Kupfer kreeg ingepeperd, maar ze kennelijk altijd weer weet te variëren.

Rydl's ontmoeting met Alberich (Henk Smit, even terug), muzikaal toch al een van de belangwekkendste episoden uit de hele Ring, is het hoogtepunt van deze Götterdämmerung. Tenzij we de scène nemen waarin Rydl de koninklijke druiloor Gunther bij de les houdt in de samenzwering tegen Siegfried.

Wolfgang Schöne, nog bekend in Amsterdam van zijn Amfortas-vertolking in Parsifal, geeft een indrukwekkend profiel aan Gunthers spijt en machteloosheid. Minder indrukwekkend zijn de Sint Vitusdansen van het koor, een Gibichungenstam die optreedt als een - perfect zingend - collectief van wiebelende tekenpoppen.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden