Knock-out 1 De zieke ziel

'Topcrimineel voor wie ik veel respect had'

Achterhuis Hans

Rein Gerritsen heeft onder Nederlandse en Vlaamse filosofisch geïnteresseerden een naam als kenner van het pragmatisme. In het autobiografische Knock-Out gaat het rauwer toe.

Na een auto-ongeluk waarbij zijn moeder en broer omkwamen, lag Rein Gerritsen negen maanden in coma in het Diaconessenhuis in Leeuwarden. De revalidatie die volgde, was langzaam en pijnlijk. Na zo'n twee maanden in het ziekenhuis, gaf de vrijwilligster hem een boek, De varianten van de religieuze ervaring, van William James, een van de grondleggers van de filosofische stroming van het pragmatisme. Voor Gerritsen kwam dit op het goede moment. Het boek beschreef de gemoedstoestand waarin hij zich bevond. Hij kon niet stoppen met lezen.

Het is niet overdreven wanneer ik stel dat dit mijn eigen leeservaring met Knock-Out perfect weergeeft. Gerritsen omschrijft zijn werkwijze als 'verhalende filosofie'. Daarmee begeeft hij zich, zoals hij zelf zegt, in het illustere gezelschap van denkers als Wittgenstein, Feyerabend, Nietzsche en natuurlijk James. Met alle respect voor deze filosofen die in Knock-Out af en toe expliciet de revue passeren, dacht ik zelf veeleer aan een ander illuster gezelschap: verhalenvertellers als Jan Cremer en Gerard Reve.

De vergelijking met Ik Jan Cremer werd al eerder naar aanleiding van Knock-out gemaakt. De beklemmende herinneringen van Gerritsen aan de katholieke kostschool in Tegelen doen inderdaad niet onder voor de deprimerende beschrijvingen van de industriestad waar Cremer opgroeide. En de criminele wereld waarin Gerritsen in Leeuwarden verzeild raakte, vindt zijn pendant in het leven in de marge dat Cremer beschrijft. De recht-voor-zijn-raap-stijl van Cremer ontbreekt echter bij Gerritsen. Hij beschrijft zijn levensloop op een meer afstandelijke en ironiserende wijze die soms aan Reve doet denken.

De beschrijving van binnen uit van de gewelddadige criminele wereld waarin Gerritsen kort na zijn ontslag uit het ziekenhuis belandde, staat ver af van Cremers schelmenroman die goed in de jaren zestig paste. Het is nu menens en het gaat er keihard aan toe, zowel in het misdadige milieu als in de gevangenissen van Nederland, die Gerritsen bijna allemaal heeft leren kennen. Tegelijkertijd wordt dat milieu, zonder dat het geromantiseerd wordt, met empathie beschreven.

Wanneer Gerritsen zijn latere worstelingen met het tribunaal van zijn geweten beschrijft en vertelt dat hij dingen heeft gedaan waarvoor hij zich nog steeds schaamt, volgt een verrassende wending. De brave lezer denkt misschien onmiddellijk aan inbraken, bankovervallen, gewelddadige intimidaties en indirecte betrokkenheid bij liquidaties. Gerritsen memoreert echter hoe hij en zijn medegedetineerden het af laten weten wanneer een 'topcrimineel waarvoor ik veel respect had', door de bewakers ten onrechte wordt beschuldigd en afgevoerd gaat worden naar de gevreesde speciale strafinrichting De Panne. Hun verzet hiertegen werd door de bewakers met dreigingen en geweld gesmoord. Dat hij daaraan toegaf, dat hij de betreffende misdadiger in de steek liet, blijft Gerritsen achtervolgen. 'Mijn zelfbeeld kreeg op dat moment zo'n knauw dat ik na twintig jaar nog steeds de pijn voel.'

Het tribunaal van het eigen geweten vormt het slotdeel van een van de meest reflexieve en beklemmende hoofdstukken van het boek: 'Viervoudig tribunaal'. Gerritsen die zichzelf eerder als verlegen en zachtmoedig dan als gewelddadig beschouwt, probeert te ontrafelen hoe hij in korte tijd tot extreem misdadig en gewelddadig gedrag is gekomen. Het zijn eerder de omstandigheden dan een vastliggend onveranderlijk karakter die een rol spelen. Waarmee allerminst gezegd is dat Gerritsen de verantwoordelijkheid voor de eigen levenskeuzen ontkent. Die staat juist centraal in zijn worstelingen met het verleden.

Dit inzicht deelt hij met de beroemd geworden Engelse gevangenispsychiater Theodore Dalrymple met wiens beschouwingen hij verder op overtuigende wijze de vloer

aanveegt. Dalrymple was er altijd trots op dat hij in zijn twaalfjarige carrière als gevangenispsychiater zo'n twintigduizend 'patiënten' - het woord alleen al zegt genoeg over zijn houding - behandelde. Gerritsen rekent netjes voor dat hij dus een krappe twintig minuten aan elk geval besteedde. De gemiddelde Nederlandse gevangenispsychiater blijft hier helaas nog bij achter.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden