Knalgroen in de Rijksdag

Vermoedelijk hebben de Duitse politici volgende week een hoop te klagen als ze de vernieuwde Rijksdag betreden. In het Berlijnse onderkomen van regering en parlement staat en hangt voor zeventig miljoen mark aan kunst....

Philippe Remarque

'GROF VUIL', was het oordeel van de Bild-Zeitung over de installatie Tafel met aggregaat, bestaande uit een tafel met een aggregaat erop. Het werk, van enfant terrible Joseph Beuys, werd in 1995 slachtoffer van volkswoede: dit zou onder geen beding een plek krijgen in de parlementszaal in Bonn.

'Wij kregen brieven, daar kunt u zich geen voorstelling van maken', zegt ex-bondsdaglid Peter Conradi, die zich sterk maakte voor Beuys. Conservatieven voerden met succes campagne tegen de aankoop: het zou een verspilling van 400 duizend mark aan belastinggeld zijn.

Het werk van Beuys komt nu in de Rijksdag in Berlijn te staan, in bruikleen van het Instituut voor Buitenlandse Betrekkingen. Conradi: 'Een late overwinning, die veel genoegdoening geeft.'

Over belastinggeld en kunst wordt bij de bouw van de nieuwe hoofdstad niet meer gezeurd. Dat Berlijn records vestigt met het aantal bouwputten en hijskranen is bekend. Maar ook op het gebied van de kunst wil Berlijn baanbrekend zijn. In de loop van enkele jaren geeft Duitsland ongeveer 70 miljoen mark (78 miljoen gulden) uit aan kunstwerken om de nieuwe gebouwen van regering en parlement te decoreren. De Rijksdag alleen al krijgt een hoeveelheid werken van beroemdheden binnen de muren waar een gemiddeld kunstmuseum jaloers op zou zijn.

Volgens kunsthistoricus Sebastian Preuss is dat geen teken dat de Duitsers zich om kunst bekommeren. 'De staat is hierin betrokken geraakt zonder het zelf te willen.' De 'Kunst am Bau'-verordening uit de jaren vijftig verplicht de overheid immers 2 tot 3 procent van de bouwkosten uit te geven aan kunst. Nu tientallen miljarden worden uitgegeven aan de bouw van de nieuwe regerings- en parlementszetel, profiteren de kunstenaars mee.

Duitsland was Duitsland niet geweest als rond de keuze van de kunstenaars en werken geen strijd was ontstaan, met natuurlijk het Duitse verleden als inzet. Maar de debatten zijn nu achter de rug. Komende maandag vergaderen de afgevaardigden van de Bondsdag voor het eerst in de geheel verbouwde Rijksdag.

In de gangen en aan de muren staat en hangt voor acht miljoen mark aan moderne kunst. Als de parlementariërs onder het opschrift 'Dem Deutschen Volke' het gebouw betreden, lopen ze tegen gigantische werken van de supersterren van de Duitse kunst aan: Georg Baselitz, Gerhard Richter, Anselm Kiefer en Sigmar Polke.

'Omdat in de Rijksdag het hoogste orgaan van de republiek zetelt, hebben we daarvoor geen jonge, maar internationaal gerenommeerde kunstenaars gekozen', vertelt projectleider Andreas Kaernbach.

In de drie nieuwe gebouwen die naast de Rijksdag verrijzen om bureau's, commissiezalen en bibliotheek te huisvesten, komt nog eens voor 20 miljoen mark aan kunst. Daar krijgt de jongere generatie een kans.

Voor de Rijksdag zelf hebben negentien kunstenaars een opdracht gekregen. Van zeven anderen zijn bestaande werken aangekocht. De kunstenaars zijn overwegend Duits. Om de na-oorlogse viermachtenstatus van Berlijn te gedenken, hebben ook de Amerikaanse Jenny Holzer, de Fransman Christian Boltanski en de Rus Grisja Broeskin een werk geleverd. Groot-Brittannië wordt vertegenwoordigd door architect Sir Norman Foster, die het Rijksdaggebouw zelf heeft verbouwd.

De Kunstbeirat, een commissie van Bondsdagleden, heeft de beslissing genomen wie de eer had mee te doen aan dit prestigeproject. En die beslissing - in feite genomen door adviserende experts: museumdirecteuren en kunstdocenten - ligt per definitie gevoelig.

De kunstenaars kregen een opdracht die niet echt specifiek valt te noemen: het werk moest zijn verbonden met de plaats waar het kwam te hangen. Dat was alles. De projectleider: 'Die beroemdheden laten zich toch niets zeggen.'

Kunstcriticus Christian Tröster dreef in een commentaar de spot met de Duitse kunst-supersterren. Ooit waren ze opstandig, nu 'decoreren ze de macht'. Polke overdonderde de Duitsers jaren geleden op de Biennale met zijn Varken met politieman. Richter schokte met zijn Baader Meinhof-cyclus, die nu in het MOMA in New York hangt. Tröster: 'Dat waren toch ruige jonge mannen. Die weerbarstigheid kan ik hier helemaal niet herkennen.'

'Die ruige jonge mannen zijn onderhand ook zestig geworden', relativeert Peter Conradi. Als SPD-parlementariër, architect en vooraanstaand lid van de Kunstbeirat heeft hij de onderhandelingen met de publiekslievelingen vanaf het begin meegemaakt. 'Ze zeiden tegen ons: ''We hebben geen staatsopdrachten nodig.'' En dat is ook waar.'

Veel van de kunstenaars hebben zich ondanks de vrije opdracht op de geschiedenis gestort. Gerhard Richter heeft gekozen voor een abstract, maar symbolisch werk: in de hoofdingang staan glasplaten van 21 meter hoog, aan de achterzijde beschilderd in kleuren die doen denken aan het zwart-rood-goud van de Duitse vlag. Het werk dreigde zo overheersend te worden dat de Kunstbeirat Richter heeft verzocht het minder monumentaal te maken. Maar dat ging volgens de kunstenaar niet.

Baselitz grijpt in de zuidelijke ingangshal terug op de Duitse romantiek met twee grote doeken die zijn geïnspireerd op de houtsneden van Caspar David Friedrich. In de noordelijke ingangshal komt een zuil van twee verdiepingen hoog van Jenny Holzer. Aan vier zijden lopen verticaal elektronische teksten van belangrijke parlementaire toespraken uit de geschiedenis van de Rijksdag.

In het cafeteria op de eerste verdieping komt het zes meter brede doek Zeit und Leben te hangen van de oude DDR-coryfee Bernhard Heisig. Het is een allegorisch panorama van de Duitse geschiedenis, waarop onder anderen Bismarck, Felix Nussbaum en Hitler figureren.

OVER DE DEELNAME van Heisig is verhit gedebatteerd. Eerst ontstond er protest toen de kunstexperts in hun advies aan de Bondsdag geen enkele kunstenaar uit de voormalige DDR hadden opgenomen. De Kunstbeirat besloot dat dit in het parlementsgebouw van het verenigde Duitsland geen pas gaf. Dus kregen ook de DDR-kunstenaars Carlfriedrich Claus en Bernhard Heisig een opdracht en werd van andere oost-kunstenaars werk aangekocht.

Maar Heisig bleek omstreden wegens zijn goede betrekkingen met het DDR-regime. Hij was voorzitter van de kunstenaarsbond, kreeg hoge onderscheidingen en bleef partijlid tot na de val van de Muur. Het was een 'kunsthistorische vergissing' dit 'insigne van de DDR' uit te nodigen, schreef een groep intellectuelen en voormalige dissidenten uit Oost-Berlijn in een protestbrief. Uiteindelijk brachten de tegenstanders zelfs in stelling dat Heisig zich in 1941 als zestienjarige vrijwillig had aangesloten bij de Waffen-SS.

De Kunstbeirat van de Bondsdag besloot unaniem dat Heisig toch mocht meedoen. Zijn biografie weerspiegelt de breuklijnen van de Duitse geschiedenis in deze eeuw, en maakt hem dus juist geschikt dat thema te behandelen, redeneerde de raad.

Sebastian Preuss is blij dat hij in de Berliner Zeitung campagne voor Heisig heeft gevoerd, want het is naar zijn mening een 'ganz tolles Bild' geworden. Maar nog vindt hij dat de DDR-kunstenaars 'zijn verbannen naar de restauratie'. De Rijksdag 'lijkt nu wel een WestDuits kunstmuseum'. Kunstbeirat-lid Conradi is daarentegen tevreden. 'Het is een goede doorsnee geworden van de eminente Duitse kunstenaars van de jaren tachtig en negentig. Geen historische schilderijen, maar kunst van onze tijd. Zo eigenen we ons het oude gebouw toe.'

Het contrast tussen kunst en architectuur hebben de adviserende experts bewust nagestreefd. Dat leidde tot menig conflict tussen kunstenaar en architect. Stephan Braunfels, een van de architecten van de Bondsdagbureaus, had een minimalistisch kunstconcept voor zijn gebouw uitgedacht. Dat pakte anders uit. De opdrachtgevers hebben hem een knalgroen werk van Neo Rauch opgedrongen. In zijn tweehonderd meter lange hal komen neonbuizen van François Morellet. Volgens adviseur Armin Zweite een geslaagd voorbeeld van 'ironische omgang met de architectuur'. Voor architect Braunfels een ramp: 'Het lijkt wel een kerstversiering in de Friedrichstrasse.'

Ook Sir Norman Foster probeerde zijn opdrachtgevers ervan te overtuigen dat andere kunst passender was. Maar zoals hij tegen zijn zin werd gedwongen een glazen koepel op de Rijksdag te zetten, zo bond Foster ook hier in. In een van de zalen moest hij zelfs een gele muur in grijs overschilderen om een abstract schilderij van Gotthard Graubner beter uit te laten komen.

Hoewel de Bondsdag het uiterlijk van de nieuwe parlementszetel geheim wil houden tot aan de opening, klinkt de eerste kritiek al. Vooral de glazen reuzenvlag van Richter moet het ontgelden. 'Inhoudelijk zeer vlak', zegt kunsthistoricus Sebastian Preuss. 'Oneindig banaal', vindt galeriehouder Rainer Ebert, die in de Rijksdag was om het schilderij van Heisig op te hangen.

Dat kan een voorbode zijn van de reacties van de politici, wanneer ze de kunst zien waarmee hun werkplek is versierd. 'Ze gaan vreselijk schelden, net als bij de oplevering van de nieuwe parlementszaal in Bonn', voorspelt ex-parlementariër Peter Conradi.

De Beierse CSU, pleitbezorger van de crucifix in het klaslokaal, raakte al ontstemd over het ontbreken van een vast kruisbeeld in de stilteruimte. Günther Uecker ontwierp de ruimte voor álle confessies. Dit soort controversen is niet te vermijden, vindt Conradi. 'Over kunst valt geen meerderheidsbesluit te nemen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden