Klucht over verstoten 'kindheksen'

De inwoners van Kinshasa stromen als nooit tevoren naar een muzikale komedie: ‘In de brandende zon, hè.’..

amsterdam Kijk, het publiek in Kinshasa komt natuurlijk wel om te kunnen lachen. Het muziektheater mag dan gaan over het lot van kinderen die van hekserij worden beschuldigd, gemarteld, door ouders verstoten, op straat geschopt en in snuivende en zuipende jeugdbenden belanden: een tragedie mag het niet worden. Naar de ‘muzikale komedie’ Basal’ya Bazoba op open ruimtes in het centrum en in de sloppenwijken kwamen al 45 duizend Congolezen kijken. Nooit vertoond in Kinshasa.

Hoe dat gaat – een ‘muzikale komedie’? Toto Kisaku (speler en artistiek leider van theatergroep K-Mu Théâtre) en Fabrice Bwabulamutima (speler en projectcoördinator) breken midden in in het vraaggesprek opeens los in een kluchtige sketch.

De komische noot is het personage Kitimikini, een argeloze neef uit de provincie die eindelijk zijn droom verwezenlijkt: ah, het grote, swingende leven in de metropool Kinshasa, bij de familie van oom. Hij ziet alles zonnig in, begrijpt niet waarom de stedelingen zich zorgen maken. Hij hoeft maar op te komen en het publiek joelt, vertellen de twee jonge Congolese theatermakers. Ze worden er zelf ook vrolijk van, hier in het kantoor in Amsterdam van Theatre Embassy, dat hen (en vele andere theatergroepen in ontwikkelingslanden) in hun werk bijstaat.

Kinderen moeten bakolie drinken
Het gesprek is tot dat moment nogal ernstig van toon. Kisaku en Bwabulamutima vertellen over de kinderen die van hekserij worden beschuldigd. Dat doen de pastoors van christelijke sekten, die een grote schare gelovigen aan zich hebben gebonden. Dat gaat volgens Kisaku zo: een gezin zit in de moeilijkheden, vraagt de priester om raad, die wijst een behekst kind aan als mogelijke veroorzaker van de tegenspoed; er volgt een rite waarbij het kind bekent. ‘Ze worden gemarteld: moeten bakolie drinken, zout eten, vinger in hun keel steken en braken.’ De priesters laten zich goed betalen.

De vermeende kindheksen worden op straat gegooid, bij de duizenden die daar al rondzwerven, zegt Bwabulamutima. Sommigen vormen straatbenden, lopen met kapmessen rond. ‘Iedereen heeft genoeg van ze. Ze terroriseren hele wijken.’ Door die ‘rotte mango’s in de mand’ worden alle straatkinderen slecht bejegend. Reden genoeg om de valse beschuldigingen van hekserij aan te pakken. ‘Er bestaat een wet die dat verbiedt. Maar die wordt niet gehandhaafd. De staat maakt die wet niet bekend, daarom doen wij het.’

De theatermakers gingen te rade bij straatkinderen in opvangcentra. En ook bij twee kerken. Kisaku: ‘We vroegen de kerkgangers of ze de priesters geloofden. Vraag dat maar aan de kerkcommissie, was het antwoord. Het gaat ons in ons theaterstuk om die manipulatie. Die priesters maken misbruik van de angst voor vervloeking. Misère genoeg in Kinshasa, waar 80 tot 90 procent van de bevolking werkloos is.’

Iedereen herkent wel wat
De priester is duidelijk de kwaaie pier. In het stuk speelt Fabrice Bwabulamutima deze man. ‘Ik maakte me eerst wel zorgen: wat zal het publiek met me doen na de voorstelling? De gemoederen lopen vaak heel hoog op. Iedereen herkent wel wat uit het eigen leven. Voor mij is het maar goed dat we de komische benadering hebben gekozen.’ Als komische schurk kan hij niet stuk. Alleen zijn naam al: pasteur Kassamoto, ‘je weet wel, van dure Japanse overhemden’. Kisaku: ‘Die priesters lopen graag in Versace en andere dure kleren.’

Dat neemt niet weg dat het publiek hem aan het eind van de voorstelling bij acclamatie naar het cachot stuurt. Kisaku: ‘We laten het oordeel aan de toeschouwers. Is het kind behekst? Wat moet er gebeuren met de priester?’ Het antwoord laat zich makkelijk raden, maar de hevige emoties waarmee dat gepaard gaat, verbazen hen toch keer op keer.

Net als de ongelooflijke populariteit. Er zijn honderd optredens gepland en ze hoopten op 40 duizend bezoekers, maar halverwege zijn er al meer geweest. Bwabulamutima: ‘Een uur en een kwartier in de brandende zon, hè. Lang niet genoeg stoeltjes. Ze hebben er wel wat voor over.’ Kisaku: ‘We zijn met veel grotere gebaren gaan spelen, anders zien ze het achteraan niet.’

Opgewonden over het succes
Soms stromen wel tweeduizend mensen toe. De twee zijn opgewonden over dit succes. Er is weinig traditie van theaterspektakels in Kinshasa. Wel van muziek, natuurlijk, en ze hebben dan ook een opzwepende band op het dak van een vrachtwagen achter de spelers. Met gospel in hun dansmuziek, opdat de gelovigen ook komen.

Doen ze dat ook? Het stuk moet hen op andere gedachten brengen, maar hun priesters worden erin aangevallen. Volgens de twee theatermakers wel: vele gelovigen zijn tegen die praktijken, die weten ook wel dat ze belazerd worden, en niet alle priesters van die kerk doen mee aan het bedrog, er zijn er ook die zich ertegen verzetten. Die voelen zich gesteund door het stuk Basal’ya Bazoba, wat zoiets betekent als ‘dwazen aan het werk’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden