Kloppen aan de hemelpoort

Eindelijk kan iedereen begrijpen waar Bob Dylan over zingt. Pop, klassieke muziek en musicals worden vertaald tot in het Tilburgs toe....

‘Misschien ben ik te muzikaal, maar ik lette nooit op de teksten van die Engelstalige nummers. Geen idee waar Bob Dylan en Neil Young eigenlijk over zongen. Zie ik een Engelstalige film op tv zonder ondertiteling, dan ontgaat mij toch altijd veel. Ik denk dat dat voor veel mensen geldt. Wat wist je nou over een musical als Hair? Ja, je kent de regel Let the Sunshine, en dan iets met lalalala, en dat is het wel.’

En dus zette zanger Jan Rot (49) zich enthousiast aan het vertalen van oeroud repertoire, waaronder de musical Hair, die deze weken in de vertaling van Jan Rot en Ronald Giphart te zien is. Rot: ‘Pas toen ik ging vertalen, zag ik dat het intelligente teksten zijn die bijvoorbeeld over het milieu gaan. Nooit geweten, en nog altijd actueel.’

In de handen van Rot werd Let the Sunshine overigens ‘Laat de liefde toe’, waarmee meteen maar is geïllustreerd hoe vrij hij soms te werk gaat. ‘Letterlijke vertalingen zijn nooit mijn doel. Het gaat mij er meer om dat de tekst qua klank en ritme exact op de muziek past, en dat het grondidee overeind blijft.’

Rot baarde eerder opzien met Nederlandse ‘hertalingen’ van werken van Schubert en de Mattheus Passie van Bach. Waar het openingskoor in de oorspronkelijke Mattheus inzet met: Kommt, ihr Töchter, helft mir Klagen, hoort de goede verstaander in Rots versie: ‘Hoor van verre jammerklagen/ Jezus! - Wie? - Je medemens!/ Jezus! – Waar? – Ze slaan hem lens!’

Er gaat een ware vertaalgolf door Nederland. Behalve Hair vertaalde Rot ook Ein Deutsches Requiem, dat op 15 en 16 december als Een Hollands requiem wordt opgevoerd in Rotterdam en Amsterdam. Hij hanteerde de oorspronkelijke tekst nog maar nauwelijks, zegt hij, maar zijn Nederlandse tekst past wonderwel op de muziek van Johannes Brahms. ‘Je kunt in een tweede huwelijk ook heel goed gelukkig zijn, alleen op een andere manier.’

En op 8 november wordt in het Amsterdamse Paradiso het tweede deel (Voor altijd jong) van de Dylanvertalingen van Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet ten doop gehouden. ‘Dylan goes Dutch’ heet de avond met onder anderen Charlie Dee (Tamboerijnman), Bob Fosko (Kloppen op de hemelpoort) en Henk Hofstede (Als een kei die zwerft).

Het is even wennen misschien, om op Dylans klassieker Hurricane te horen: ‘Knallende schoten in in het nachtcafé/ Komt Miss Patty Valentine uit de bovenzaal/ Ziet de barman liggen in een plas vol bloed/ Schreeuwt ‘Mijn God, ze ze zijn dood allemaal!’/ Zo begon het voor de Hurricane/ Zo genaaid door de wet is er geen een/ Voor iets wat hij nooit had kunnen doen/ In de gevangenis gegooid, maar ooit was hij misschien/ Wel wereldkampioen!’

Brabant maakt zich deze weken op voor de wedergeboorte van Lennon en McCartney: in Tilburg voeren Brabantse artiesten de regionale versies uit van De Bietels, met nummers als Blackbird (‘Melling, die in het duister fluit*’) en Yesterday: ‘Gistere/ Al m’nne zurreg waar zo weit-e-weeg/ tot ik ’t trug veur m’n kieze kreeg/ ‘k ging gère trug naor gistere’.

Wat is hier aan de hand? Een naarstig vastklampen aan ‘de Nederlandse identiteit’? Zou kunnen, denken hertalers Rot en Bindervoet, maar de laatste waakt ervoor ‘in een Rita Verdonk-sfeer’ te belanden – ‘Dan wordt het al gauw een boerenklompentaaltje.’

Hoeft ook niet: volgens muziekkenner en uitgever Vic van de Reijt is de ver- en hertaalcultus geen plotselinge uiting van nationalisme maar ‘zo oud als de wereld’. ‘Bredero maakte al teksten waarbij vermeld stond: Op de wijze van, en dan volgde een bekend muziekstuk. Het is een oude volkstraditie om op bruiloften en in cafés nieuwe teksten te zetten op bestaande nummers als Ketelbinkie of Het is uit het leven gegrepen.

Maar ook Van de Reijt ontkent niet dat de vertaalcultuur zich in een nieuwe golf bevindt, die historisch te verklaren valt. Volgens hem , en hij kan het als verzamelaar van covers weten, werd in de Nederlandse popmuziek tot in de jaren zestig elke Engelse of Amerikaanse tophit in het Nederlands vertaald voor zangers in de categorie Rob de Nijs en Willeke Alberti. ‘Daarna kwam de golf van bands die in het Engels gingen zingen, zoals The Outsiders of Q 65. Eind jaren zeventig kwam daar de Nederpop overheen, en in de jaren negentig de opleving van de smartlap.

Van de Reijt: ‘De echte goede vertalingen raakten op de achtergrond, al waren mensen als Lennart Nijgh altijd al heel goed.’ Met Rot en Bindervoet en Henkes, die eerst de Beatles onder handen namen en nu dus Dylan, is er een nieuw soort – serieuze – vertalers.

Maar vertalen is niet alleen een ambachtelijke kwestie. Het verkrijgen van de rechten van het beoogde repertoire kan minstens zo lastig zijn. Dat uitgever Van de Reijt ‘voor een paar duizend dollar’ over de exclusieve vertaalrechten van het bijna integrale werk van Dylan kon beschikken, is te danken aan de Amerikaanse uitgever Simon & Schuster. Die nam de taak op zich om alle muziek- en tekstrechten van Dylans verschillende platenmaatschappijen op te kopen.

Van de Reijt: ‘Het integrale werk van de Rolling Stones, dat is niet te doen. Vooral in hun vroege werk wemelt het van de covers, die elk weer eigen rechten hebben. Daarnaast is de catalogus van Jagger en Richard lang versnipperd geweest over meerdere muziekuitgevers.’

De artiest wordt er niet alleen maar slechter op: dat Freek de Jonge enkele jaren geleden een hit scoorde met Leven na de dood, leverde Bob Dylan rechtstreeks royalties op.

Vertalen en hertalen gebeurt elders ook, maar niet zo massaal als in Nederland, zegt Van de Reijt. Al kent Frankrijk ook een rijke covercultuur. Die werd in de jaren zestig door de Franse overheid aangewakkerd: alle radiostations waren gehouden aan de verplichting om minstens 75 procent van de uitgezonden liedjes Franstalig te houden. Nancy Sinatra’s This boots are made for walking werd aldus ‘Ces bottes sont faits pour marcher’ (van de zangeres Eileen). Op de cd-box Les meilleurs 69 heeft Van de Reijt er ettelijke verzameld.

Ook Nederland kent oude voorbeelden. Het oudste nummer uit zijn De Nederlandstalige cover top 100 van Vic van de Reijt (in 2001 op cd verschenen) stamt al uit 1947, de beginjaren van het vinyltijdperk, toen de Kilima’s de toenmalige countryhit There ’s a bridle hangin on the wall omzetten in ‘Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur’. Trouwens, ooit geweten dat Gerard Cox’ klassieker ‘’t Is weer voorbij die mooie zomer’ oorspronkelijk City of New Orleans heette?

Waarom storten vertalers zich ineens met zoveel enthousiasme op repertoire dat zich decennia lang prima staande wist te houden in het Engels?

‘Om die liedjes toegankelijk te maken’, zegt Dylan-vertaler Erik Bindervoet. ‘Dylan wordt nogal eens duister gevonden. Maar zijn teksten zijn geen onzin: ze gáán echt ergens over. Als het je lukt dat in het Nederlands over te brengen, dan ontstaat een heel nieuw repertoire.’

In dat laatste schuilt ook een drijfveer: ‘Het is ontzettend leuk te laten zien hoe wendbaar het Nederlands kan zijn. Dat inzicht ontbrak, omdat Nederland niet zo’n folktraditie kent als Amerika.’

Kan zijn, maar waarom dan zo lang gewacht met vertalingen van Dylan en musicals als Hair en straks Evita? Is Blowing in the wind met het huidige niveau van onderwijs niet meer te bevatten zonder de toevoeging ‘Vluchtig in de wind’? Van de Reijt: ‘Zelfs met de slechtste vertaling gaat minder verloren dan met het origineel. Ik bedoel: de hardcore Dylan-fans vinden het vertalen maar niks, maar of ze echt elke strofe in het Engels tot in de finesses doorgronden?’

Erik Bindervoet: ‘Lange tijd was het vertalen van Dylan heiligschennis. Dat geluid is wel zo’n beetje verstomd. Je mag dat repertoire nu bevatbaar maken voor iedereen.’

Jan Rot: ‘In mijn begintijd was zingen in het Nederlands not done. De Nederlandse popmuziek begon met een achterstand: iedereen deed anders dan de Beatles nadoen, in het Engels dus. Dat is pas sinds Doe Maar in de jaren tachtig veranderd, waardoor het minder logisch werd om in het Engels te zingen. Sterker: ik vind Nederlandse groepen of artiesten die dat nu nog doen volstrekt ongeloofwaardig en oninteressant. Een romancier schrijft zijn boeken toch ook niet in het Engels?’

Wie nog twijfelt aan het Nederlands als taal die in subtiliteit en muzikaliteit kan wedijveren met het Engels, stuit op een gepikeerde Van de Reijt: ‘Het Nederlands is juist een lenige taal, uitstekend geschikt om in te zingen. Het jammere is alleen dat vertalingen vaak iets lulligs hadden, het moet altijd een beetje camp lijken, of parodie. Ook dat is de Nederlandse aard: wij doen graag na en maken een beetje belachelijk, zie het succes van tv-programma’s als Koefnoen en Kopspijkers.’ De huidige hertaaltrend doet daar niet aan mee, tot grote opluchting van Van de Reijt.

De hertalers kunnen zich beroepen op warme belangstelling. Jan Rot: ‘Ik vond Duitse Schubertliederen niet om door te komen. In mijn eigen vertalingen kan ik ze uren horen. En ik ben niet de enige: van mijn Schubertvertalingen zijn 40 duizend cd’s verkocht. Van de Mattheus Passie zo’n 25 duizend. Mensen schieten mij aan en zeggen dat hun kinderen op de achterbank Schubert meezingen.’

Ook Erik Bindervoet meent te weten dat zijn werk in goede aarde valt: van het eerste boek met zijn Dylanvertalingen zijn ruim 3.500 exemplaren verkocht. ‘Ik hoor weleens dat onze vertalingen geregeld worden opgevoerd in buurthuizen en andere kleine zaaltjes.’

Toch verfoeien sommige critici de huidige hertaalcultuur. Het zou leiden tot luie lezers en luisteraars, te beroerd om een woord op te zoeken in een woordenboek. ‘Maak eens wat nieuws!’, verzuchtte theaterdirecteur Frank Verhallen vorige week nog in de Volkskrant, naar aanleiding van Rots Hair-vertaling.

Jan Rot, zelf jarenlang vertolker van zijn eigen popliedjes, wil daar niets meer van weten: ‘Als vertaler kan ik met de beste componisten werken. Zelf heb ik niets meer toe te voegen aan het poprepertoire. Het beste is nu wel gemaakt, denk ik, maar misschien heb ik wel te veel bagage om nog wezenlijk nieuwe liedjes te maken.’

En nog een praktisch voordeel: ‘Met vertalen hoef ik niet meer op inspiratie te wachten. Je gaat zitten en kunt gewoon aan het werk, zonder dat ik voor een lied over verdriet zelf verdrietig hoef te zijn, ook al stop ik in die vertalingen wel persoonlijke noten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden