Klokken

Er is geen mooier moment op oudejaarsavond dan het ogenblik waarop de klok in beeld verschijnt. Daar hebben we de hele avond op zitten wachten....

Han van Gessel

De klok in beeld hoort er bij de jaarwisseling onverbiddelijk bij. Een aantal jaren geleden verstoutte Freek de Jonge zich zijn oudejaarsconference door de klok heen te laten lopen tot na twaalven. Dat heeft hij geweten. Het moment van twaalven is heilig, ook voor de spreekstalmeester van dienst. De kijker hoort even alleen met zichzelf te worden gelaten om de betekenis van de twaalf slagen goed op zich te kunnen laten inwerken.

Ook belangrijk is de klok zelf. De eerste vereiste is uiteraard dat duidelijk te zien is hoe laat het is en hoeveel seconden we nog hebben te gaan. Dus tierelantijnen zijn verboden en spaar ons voor kunstzinnige vormgeving. Ook geen toestanden eromheen, want die leiden alleen maar af van waar het om gaat. Het mooiste is natuurlijk de klok van de Big Ben in Londen. Het is elk jaar weer een groot genoegen een uur later nog eens af te stemmen op de BBC om de indrukwekkende klokslagen live mee te maken.

'Ondanks zijn hoge ouderdom, is een klok het symbool voor duurzaamheid van het leven', schrijft ir. Jan Boomsma in zijn inleiding tot Tijd voor klokken - Verhalen rond een verzameling (Walburg Pers; fl. 34,50). 'Het wonder van de mens en de natuur is toch ook dat, als alle onderdelen op de juiste plek zitten, alles goed draait en de juiste vorm heeft gevonden, we gelukkig en bij de tijd blijven.'

Boomsma is de grondlegger van een unieke verzameling antieke uurwerken. In 1992 richtte hij de stichting Boom-Time op, die zich ten doel stelt de kennis van de tijdmeetkunde bij een breed publiek te vergroten. Zijn klokken zijn onder meer te zien in het Frans Halsmuseum in Haarlem, het Museum van het Nederlandse Uurwerk in de Zaanse Schans en het Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum in Schoonhoven.

Tijd voor klokken wordt gepresenteerd als een hommage aan Boomsma's levenswerk. 'Fanatiek verzamelen houdt veel meer in dan alleen maar plezier beleven aan hebbedingetjes', schrijft hij. 'Dat verklaart bijvoorbeeld de intense spijt over het niet aanschaffen van uurwerken met soms wonderlijke motieven of de nachtmerries over klokken die, in een vlaag van verstandsverbijstering, van de hand zijn gedaan en achteraf onvervangbaar bleken. Een echte verzamelaar kan eigenlijk geen afstand doen van zijn geliefde bezit.'

De uitvinder van het de laatste eeuwen gangbare uurwerk is de Hollandse wis- en natuurkundige en astronoom Christiaan Huygens (1629-1695), zoon van Constantijn Huygens. Hij introduceerde het slingeruurwerk - er is een brief met deze informatie bewaard gebleven - op Kerstmis 1656. Huygens zette zijn klok niet persoonlijk in elkaar. Hij leverde het idee en de achterliggende theorie. De maker van het uurwerk was Salomon Coster in Den Haag.

Kort daarna kregen Huygens en Coster van de Staten-Generaal octrooi om als enigen de eerstvolgende 21 jaar slingeruurwerken te maken. Tot de eerste klanten behoorde Ferdinand II de Medici uit Florence. Boomsma wordt bijna lyrisch als hij vertelt dat hij in het bezit is van een 'Huygens-klokje'. Op de slinger zit een plaatje met de aanduiding 'met privilege', wat wil zeggen: met goedkeuring van Huygens. 'Het idee dat Huygens zelf deze klok nog heeft gezien!'

Boomsma heeft een speciale fascinatie voor het mechaniek van een uurwerk. 'Als de uurwerkmaker de klok uit elkaar haalt, blijft slechts een handvol raderen, rondsels, enkele metalen platen en ringen, wijzers en veren over. Die geven, bij elkaar gevoegd en mits juist gemonteerd en geregeld, continu en al eeuwenlang vrij nauwkeurig de juiste tijd weer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden