Media

Kletspodcasts zijn razend populair: hoe maak je een goede?

null Beeld Erik Smits
Beeld Erik Smits

Podcasts waarin vrienden hun alledaagse beslommeringen en inzichten bespreken zijn geliefd. Kan iedereen zomaar zo’n kletspodcast maken? En hoe houd je het leuk voor luisteraars? Drie podcastduo’s vertellen. ‘

Gidi Heesakkers

‘We hadden een interview met de Volkskrant’, aldus Stéphanie Hoogenberk (36) in de zestiende aflevering van de podcast De Shitshow, getiteld ‘Vuile rat’. Ze ging net te veel in de ‘laat ik alles vertellen’-stand, zegt ze tegen Janneke van der Horst (40), die dat reuze vond meevallen. Wat volgt is een analyse van Hoogenberks bijdrage aan het interview, een gesprek voor dit stuk over de populariteit van kletspodcasts zoals De Shitshow. Haar conclusie: ‘Ik heb voor mijn gevoel gewoon zitten bazelen. Gewoon lullen.’

Laat het maken van zo’n kletspodcast ogenschijnlijk nu precies dat behelzen: gewoon lullen. Of bezien vanuit degenen die het genre zo massaal omarmen: luisteren naar mensen die ‘gewoon’ zitten te lullen, doorgaans drie kwartier tot een uur, over hun leven en het leven. Belangrijke toevoeging: lullen met veel humor en zelfspot.

Niet zonder reden draagt een van de populairste kletspodcasts de naam Zelfspodcast. Columnist Sander Schimmelpenninck en zanger Jaap Reesema nemen daarin ‘hun leven en de wereld’ door. Die persoonlijke insteek van de twee vrienden typeert de kletspodcast. Klinkt dat navelstaarderig? Dat weten de makers zelf ook wel, vandaar ironie als uitnodiging aan hun luisteraars om het allemaal niet te serieus te nemen. Waarom is de kletspodcast zo’n hit?

‘Een goede podcast is als therapie’, zeggen de Shitshow-vrouwen in hun vaste introotje. ‘Je kunt er al je shit kwijt.’ Ook Hoogenberk en Van der Horst zijn bevriend, en allebei werkzaam in de journalistiek – ze schrijven allebei onder meer voor voetbaltijdschrift Hard Gras. Toen ze in juni met De Shitshow begonnen, bespraken ze hun shit tweewekelijks. Sinds deze maand komen ze elke week bij elkaar om herkenbare ergernissen en meningen te ventileren.

In de ‘Vuile rat’-aflevering, bijvoorbeeld: een onaardige actie van een zekere hoofdredacteur (de vuile rat in kwestie), mensen die in coronatijd naast je komen zitten in de trein terwijl je dat niet prettig vindt en appers die wanneer je in een gesprek een bericht hebt verwijderd vragen wat daar stond. Er zijn ook een paar rubrieken, zoals eentje waarin ze een man helpen een onbegrepen appje van een vrouw te begrijpen.

Het heeft iets kokets, het idee dat je met elkaar gaat zitten praten over wel en wee en er van uitgaat dat je geklets leuk is voor anderen om naar te luisteren. Maar anderen vínden het dus leuk: kletspodcasts staan hoog in de toplijstjes van Spotify en Apple Podcasts. Marc-Marie en Aaf vinden iets van cabaretier Marc Marie Huijbregts en Volkskrant-columnist Aaf Brandt Corstius, standaard in de top-10, wordt tussen de 700- en 800 duizend keer per maand beluisterd. Teun en Gijs vertellen alles, van Teun van de Keuken en Gijs Groenteman, trekt bijna 350 duizend luisterbeurten.

Zulke hoge cijfers heeft De Shitshow nog niet, al kan Van der Horst al zien dat ze deze maand voor het eerst boven de 25 duizend beluisteringen zullen uitkomen. ‘Vanaf 20 duizend ben je interessant voor adverteerders.’ Die melden zich via Dag en Nacht Media, het podcastnetwerk waarbij ze De Shitshow maken. Vorig jaar lanceerde Dag en Nacht het donatieplatform Vriend van de Show, waar mensen ‘vriend’ kunnen worden van hun lievelingspodcast. In ruil voor hun donaties, waarvan het grootste deel direct naar de makers gaat, krijgen de vrienden van de show bonusafleveringen of andere extra’s.

De Shitshow

Ze was sceptisch, zegt Van der Horst, toen Hoogenberk haar overhaalde om een podcast te beginnen. ‘Waarom zou je hiernaar luisteren? Wij zijn ook geen BN’ers, zoals Marc-Marie en Aaf. Dat is toch anders binnenkomen.’

Stéphanie Hoogenberk (links) en Janneke van der Horst  Beeld Erik Smits
Stéphanie Hoogenberk (links) en Janneke van der HorstBeeld Erik Smits

Nu ziet ook zij in dat De Shitshow en consorten kennelijk in een behoefte voorzien, helemaal in deze tijd met weinig sociale reuring: een intieme, sfeervolle situatie in het oor, lekker meelachen en -ergeren. ‘Naar een kletspodcast luisteren is, denk ik, zoiets als de televisie aanzetten voor de gezelligheid, voor ‘erbij’, zonder dat je met volle concentratie kijkt. Het grappige is dat we van vrouwen vaak horen dat het lijkt alsof ze met ons in de kroeg zitten, terwijl al een paar mannen hebben gezegd: het is alsof ik aan een tafeltje naast jullie zit.’

In het begin waren ze stiknerveus voor elke opname, zegt Hoogenberk. ‘Alsof het live was. We waren zo nerveus dat we eerst drie witte wijn dronken.’

Van der Horst: ‘Dat je zo’n show draaiende moet houden en dat je een begin en een eind moet hebben. Verschrikkelijk. Nu beginnen we standaard met een blokje huishoudelijke mededelingen, dat werkt beter.’

Hoogenberk: ‘Bij Dag en Nacht vonden ze eerst dat we voor elke aflevering één hoofdonderwerp moesten kiezen, omdat alle kletspodcasts dat doen. Dat hebben we iets van vijf keer gedaan, maar het werkte voor ons niet. Totaal geforceerd.

‘We wilden elkaar toen ook nog verrassen met verhalen, want dat leek ons het spontaanst. Maar als de ander iets had verteld, stonden we met onze mond vol tanden. Nu hebben we een gezamenlijk documentje, waar we globaal in zetten wat we voor onze ergernis- en ‘shit van de week’-rubrieken hebben bedacht. Mensen die te langzaam een borrelplank maken, bijvoorbeeld.’

Van der Horst: ‘Daar sloeg ik metéén op aan. Een uitgeschreven script werkt voor ons niet. Uit angst om niet de juiste woorden te gebruiken heb ik weleens iets voorgelezen terwijl ik deed alsof ik het niet voorlas, maar dat was echt slecht toneel.

‘Onze valkuil was in het begin ook dat we misschien wel héél erg in ons eigen wereldje zaten.’

Hoogenberk: ‘We werden grachtengordelsnobs genoemd, wat wel grappig is als je uit Limburg komt.’

Van der Horst: ‘Een gevaar is dat je het heel leuk met elkaar hebt, en niet aan de luisteraar denkt. Maar je moet ook weer niet te veel met de luisteraar bezig zijn, niet de hele tijd denken: wat zou die leuk vinden?’

Hoogenberk: ‘De grootste valkuil is dat je niet écht eerlijk bent. Dan wordt het ijdel. Ik denk dat best veel mensen een babbelpodcast zouden willen, of überhaupt een podcast, maar als je niet bereid bent om ook de lelijke kanten van jezelf te laten zien, dan blijft over: wij zijn ont-zet-tend interessant om naar te luisteren.’

Zodoende kan De Shitshow soms best vilein uit de hoek komen, zoals toen ze twee weken geleden een commentaar bespraken van iemand die zich ergerde aan hun geërger. ‘Ik wist weer waarom ik meer met mannen optrek dan met vrouwen’, had een vrouw in een review geschreven.

Het kwam haar in de podcast te staan op een exposé van het type vrouw dat er prat op gaat ‘one of the guys’ te zijn en dat ook over zichzelf zegt: ‘Ik ben one of the guys.’ Van der Horst, tegen de vrouw die gezien haar negatieve review waarschijnlijk toch niet meer luisterde: ‘Ga asjeblieft in therapie, het is nog niet te laat.’

Van der Horst, droogjes: ‘Ik vind dat iederéén in therapie moet, dus in die zin hoeft ze het niet persoonlijk op te vatten.’

Hoogenberk: ‘En we bespraken het anoniem. De naam van de hoofdredacteur over wie mijn shit deze week gaat, noem ik ook bewust niet, omdat ik geen zin heb om een reactie van hem te krijgen. Het is geen humoristische shit dit keer, gewoon echte shit. Niet leuk.’

Van der Horst: ‘Maar ja, hij kan het wel horen, en dan weet hij dat het over hem gaat. Ik sta wel stil bij wat ik zeg over mensen uit mijn directe omgeving, nu ik in een klein dorp woon. Ik wil niet met iedereen spotten zoals Marcel van Roosmalen doet. Ik wil niet dat mijn kinderen er last van kunnen krijgen. Ik heb pas twee keer iets gezegd over iemand uit het dorp.’

Hoogenberk: ‘Daar kreeg je wel al last mee toch?’

Van der Horst: ‘Ja. Of nou ja, die buurvrouw keek me boos aan, maar zij keek me altijd al boos aan.’

Cruciaal vinden ze het om tussen het ergeren aan anderen door ook minder fraaie trekken van zichzelf bloot te leggen, of iets te delen waarvoor ze zich schamen. ‘Stéphanie vertelde bijvoorbeeld een keer dat ze de filmpjes van Jaïr Ferwerda altijd heel leuk vond. Maar toen ontmoette ze hem en vond ze hem heel onaardig. ‘En toen vond ik die filmpjes niet meer zo leuk’, zei ze in de podcast.

‘Dat vind ik een ijzersterke twist, omdat er iets van kwetsbaarheid in zit. Als iemand voor wie je op welke manier dan ook bewondering hebt onaardig tegen je doet, dan knaagt dat gewoon.’

Hoogenberk: ‘De podcast is in die zin ook een reactie op alles wat er zo perfect uitziet op Instagram. Ik denk dat mensen daar best ongelukkig van worden.’

Toch valt niet te ontkennen dat ook zij bezig is met hoe ze overkomt in De Shitshow. In geuren en kleuren vertellen over overgeven in de auto, zoals ze laatst deed, had bijvoorbeeld achteraf niet gehoeven. ‘Dat vond ik niet charmant. Ik wil niet overkomen als een vies iemand.’

Van der Horst: ‘Ik hoop dat mensen horen dat onze interesse voor elkaar oprecht is, en dat we niet bezig zijn met wie van ons de leukste of de grappigste is.’

Hoogenberk schenkt twee glazen goed vol met Jägermeister, voor bij de opname van ‘Vuile rat’: ‘Vind je haar de lieve van ons tweeën?’

Marc-Marie en Aaf vinden iets

De kletspodcast lijkt in een gemeenschapsgevoel te voorzien, merkt Aaf Brandt Corstius (46) aan de reacties op de podcast die ze sinds december 2020 maakt met Marc-Marie Huijbregts (56). Marc-Marie & Aaf vinden iets (Tonny Media) is ook te zien op YouTube en heeft bijna 36 duizend volgers op Instagram.

Aaf Brandt Corstius en Marc-Marie Huijbregts Beeld Erik Smits
Aaf Brandt Corstius en Marc-Marie HuijbregtsBeeld Erik Smits

Aaf Brandt Corstius: ‘Jaren geleden had ik met Marc-Marie Huijbregts en nog een paar anderen een recensieshow in Felix Meritis in Amsterdam, waarin we live dingen recenseerden. We moeten hier een podcast van maken, dachten we, maar het kwam er steeds niet van. Toen we vorige winter in de lockdown zaten, appte Marc-Marie: ‘Moeten we die podcast niet alsnog gaan maken?’

‘We hebben een paar rubrieken, en elke aflevering één hoofdthema waar we iets van vinden: het tv-programma Lang leve de liefde, Sinterklaas, het strand, griep, winnen, verbouwen. De Tonny’s, zoals wij de mannen van het podcastbedrijf noemen, riepen ons in het begin weleens op om wat beter bij het hoofdonderwerp te blijven. Maar wij houden juist van uitweiden en zijpaden. In de afleveringen waar ik het meest tevreden over ben, loopt het gesprek op een leuke manier helemaal uit de pas. Zoals laatst ook weer, toen we het zouden hebben over klassieke muziek en het eerst een half uur over Adam en Eva ging.

‘Het gaat erom een amusant verhaal vertellen, in ons geval een mening met humor, alles met een clou. ‘Jullie zijn mijn gezellige oom en tante die een beetje zitten te beppen op een verjaardag’, horen we vaak – we hebben veel jonge luisteraars.

‘Het gesprek is spontaan, in de zin dat we bijna niks voorbereiden. We verzinnen alleen van tevoren wat het hoofdonderwerp wordt, soms pas kort voor de opname. Dan eten we altijd even een broodje in een café, en daar hebben we het expres niet over het onderwerp van de week. Een anekdote over iets wat ik die week heb meegemaakt, bewaar ik. ‘Dat vertel ik je zo wel’, zeg ik dan.

‘Tijdloze onderwerpen winnen het bij ons van actuele. We hebben een probleemrubriek, waarvoor laatst iemand een coronagerelateerd probleem had ingezonden – diegene werkte met antivaxers. We delen het probleem altijd op Instagram, zodat de luisteraars er alvast iets over kunnen zeggen, maar deze kwestie besloten we bij nader inzien toch niet te behandelen. Ik denk dat het juist fijn is om in onze podcast even los te zijn van corona en de discussies daarover.

‘Heel soms heb ik spijt van iets dat ik heb gezegd over iemand die ik ken. Maar we hebben afgesproken dat we zo open mogelijk zijn, ook over mensen die bekend zijn of die we vaag kennen. Als je de hele tijd bang bent om mensen voor het hoofd te stoten, wordt het saai. Dan praat ik niet meer leuk, te voorzichtig.

‘Je kunt makkelijk verstrikt raken in je eigen meligheid en inside jokes, dat is wel een valkuil. Nieuwe luisteraars moeten ook kunnen begrijpen waar het over gaat. Ik vind ook dat het in de podcast niet te veel moet gaan over de podcast zelf. Dat is een beetje als een column schrijven over het schrijven van een column: hoe interessant is dat voor andere mensen?

‘Er wordt weinig in de opnamen geknipt. We willen ongeveer uitkomen op 50 minuten, en we nemen vaak een uur op. Na afloop ben ik soms echt een beetje moe. Je hebt toch op je alertst zitten kletsen. In die zin is een kletspodcast opnemen meer performen dan echt kletsen. Ik hoor mensen weleens zeggen: ‘O, dat ga ik ook doen, een recorder aanzetten als ik met een fles wijn erbij met mijn vrienden zit te praten!’ Dan denk ik: nou, eh, doe dat maar niet.’

Teun en Gijs

Het gemis van een cafésfeer heeft de kletspodcast begin dit jaar een enorme boost gegeven, denkt Teun van de Keuken (50). Hij maakt sinds december 2020 met Gijs Groenteman (47) de podcast Teun en Gijs vertellen alles. Daarin bespreken ze ‘wat ze bezielt, wat ze hebben meegemaakt en wat ze ervan vinden’.

Gijs Groenteman en Teun van de Keuken Beeld Erik Smits
Gijs Groenteman en Teun van de KeukenBeeld Erik Smits

Gijs Groenteman: ‘Toen we de podcast net maakten, zijn we met elkaar door allerlei crises gegaan. We zijn al meer dan dertig jaar bevriend, dronken één of twee keer per week koffie, en als we vroeger bij vrienden op bezoek gingen, domineerden we het gesprek totaal met ons geouwehoer. Maar dat is toch anders. Ineens zaten we met microfoons aan, spanning erop, elkaars karakters en onze vriendschap tegen het licht te houden. Die begintijd was een soort relatietherapie.’

Teun van de Keuken: ‘Ons draaiboek bestaat meestal uit tien woorden die slaan op onderwerpen waarvan we denken dat die iets gaan opleveren, bijvoorbeeld omdat we het er niet over eens zijn, of omdat we het genant vinden. Het is een wankel evenwicht tussen het laten gebeuren en bedenken wat je gaat vertellen.’

Groenteman: ‘Bij het kopje ‘Wat is het voor week?’ staat bijvoorbeeld: ruzie over opruimen.’

Van de Keuken: ‘Klein huiselijk leed, wat frictie met partners, dat is voer voor de kletspodcast. Mensen reageren enthousiaster op deze podcast dan op mijn column of de tv-programma’s die ik maak. Dat is echt opvallend. Soms fiets ik door Amsterdam en roepen mensen met een duim omhoog dat ze net aan het luisteren zijn.’

Groenteman: ‘Of ze komen joggend voorbij en beginnen naar hun oortjes te wijzen. Je krijgt voor niks zo veel liefde als voor een podcast die mensen omarmen. Het is enorm feelgood, een kampvuurgevoel. Dat vind ik het ongelooflijke aan die kletspodcast: hetgeen je het meest uit je mouw schudt, dat mensen dáár zo dol op zijn.

‘Luisteraars laven zich aan de dynamiek tussen ons, aan het feit dat wij vrienden zijn en het gezellig hebben. Maar sommige mensen zullen het ook bloedirritant vinden en denken: wat een zelfgenoegzame, bekakte mannetjes, wat hebben ze het weer leuk met elkaar.’

Van de Keuken: ‘En dat is ook zo. We hebben wel een regel waar we onszelf niet meer echt aan houden: we zijn tegen lachen in de podcast.’

Groenteman: ‘Mensen die keihard om elkaar zitten te lachen de hele tijd.’

Van de Keuken: ‘Daarvan krijg ik het idee: die mensen hebben het heel gezellig met elkaar, en ik ben daar niet bij.’

Groenteman: ‘Het is ook een smaakkwestie. Bij radiodj’s en hun sidekicks lijkt het vaak de kurk waarop ze drijven. Blijkbaar zijn er volksstammen van mensen die dat superleuk vinden.

‘Over een andere gouden regel hebben we wel eens een discussie gehad in de podcast: je moet een verhaal van de ander nooit kapotmaken door te zeggen dat het je niet interesseert. Je moet de intentie hebben om elkaars verhaal op te blazen, elkaar steunen.’

Van de Keuken: ‘We monteren de afleveringen nauwelijks, maar soms zeggen we iets onaardigs over iemands uiterlijk. Dat halen we er dan uit.’

Groenteman: ‘Dat iemand een rotkop heeft zeg je onder elkaar heel makkelijk, maar du moment dat je zoiets in het openbaar doet en terug hoort, denk je: gadverdamme, dat kan je toch niet zomaar zeggen? Het is een dunne lijn, die wij ook niet altijd goed aanvoelen, hoor.

‘Je moet dat wonderlijke slappe koord bewandelen van én achterover gezakt voor de vuist weg wat zitten kletsen, én mensen vermaken. Je moet op een ontspannen manier spot on zijn en net de interessante zijpaden kiezen. Om dezelfde reden zijn sommige mensen goede talkshowgasten en anderen niet.’

Van de Keuken: ‘Het begrip ‘leveren’ is voor ons essentieel.’

Groenteman: ‘Het idee van een kletspodcast klinkt misschien gemakzuchtig, maar gemakzucht betekent dat je er niet je best voor doet. Het is meer... makkelijk. Je moet er niet te véél je best voor hoeven doen, maar je moet wel je best doen om een kletspodcast makkelijk te laten klinken.’

Man man man

Eén van de populairste Nederlandse kletspodcasts besloot er deze maand mee te stoppen. Na zeven seizoenen hadden Domien Verschuuren, Bas Louissen en Chris Bergström van Man man man, de podcast (‘Over drie jongens die uitzoeken hoe mannelijk ze eigenlijk zijn’) voor hun gevoel alle onderwerpen wel zo’n beetje besproken. ‘We gaan nieuwe dingen doen’, beloofden ze in de laatste aflevering. Van Man man man, de podcast kwam ook Man man man, de theatertour.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden