Kleren maken de vrouw

Aardig allemaal, maar nog geen giller

'Oefening baart kunst, zei Abbie filosofisch. Grote genade Machteld, wat zie je er weer onwaarschijnlijk fraai uit.' Zo gaat het toe in de jongedamesroman Kleren maken de vrouw, die Hella S. Haasse in 1947 schreef voor een reeks over beroepskeuzes (niet te verwarren met de gelijknamige roman van Bernice Rubens, in 1982 verschenen bij Bruna).

Werk in opdracht, nooit eerder herdrukt, en met reden, want de grootste attractie is dat de gevierde schrijfster in staat is geweest tot dialogen vol verdikkie, Joehai, Het was knál, en drie maanden die 'letterlijk omgevlogen' waren. Waar ze bedoelt: figuurlijk.

In de Amsterdamse Studio Alexander volgt Reina (21 jaar) een opleiding tot mode-ontwerpster, waar ze leert dat er veel techniek komt kijken bij het modetekenen, en waarna ze leert dat je niet meteen begint als beroemdheid bij een gereputeerd modehuis. Verder krijgt ze het aan de stok met de verwaande Harriët (enig kind uit een villawijk, dan krijg je dat), die stiekem Reina's tekening verscheurt, maar later tot inkeer komt.

Twee keer kan de Haasse-liefhebber opveren: als Reina in een kist een document vindt en met rode wangen verdiept raakt in een zelfmoordverhaal uit 1865. Daar menen we de schrijfster van historische romans zelf te zien. En is het toeval dat Reina verkikkerd is op een lange rechtenstudent? Toen Haasse dit schreef, was ze drie jaar getrouwd met Jan van Lelyveld, een lange jurist. Aardig allemaal, maar nog geen giller.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden