Klem tussen Nieuwe Zakelijkheid en censuur

Wie aan de Eerste Wereldoorlog denkt, ziet loopgraven voor zich, en mannen met stotterende geweren. Niks mitrailleurs. Pief. Poef. En weer wegduiken, de loopgraven in....

De beelden van 'the Great War', zoals die in het collectieve geheugen liggen opgeslagen, zijn doorgaans afkomstig uit All Quiet on the Western Front (1930), de Amerikaanse filmklassieker die werd gebaseerd op de roman Im Westen nichts neues van Erich Maria Remarque. All Quiet on the Western Front is een moderne film waarin soldaten allerminst overlopen van moed. Zij zijn verdwaalde kerels, op pad gestuurd om een vuile klus te klaren.

All Quiet on the Western Front maakt deel uit van De Eerste Wereldoorlog. Het beeld van een oorlog in speelfilms, een programma dat te zien is in het Haagse Filmhuis en in Lantaren/Venster in Rotterdam. A Farewell to arms (1933) van Frank Borzage staat onder meer op het affiche, evenals Jean Renoirs La Grande Illusion (1937), Paths of Glory (1957) van Stanley Kubrick en Regeneration (1997) van Gillies MacKinnon.

Meest in het oog springend zijn de Duitse oorlogsfilms uit Weimar (1919-1933): films als Morgenrot (1933) van Gustav Ucicky ('Leben verstehen wir Deutschen nicht, aber sterben, dass können wir fabelhaft'), Westfront 1918 (Georg Wilhelm Pabst, 1930) of Niemandsland (Victor Trivas, 1931).

Bernadette Kester promoveerde op oorlogsfilms uit Weimar, die lange tijd in de schaduw stonden van Das Kabinett des Dr. Caligari, het boegbeeld van de cinema uit Weimar. Kester stelde de vraag hoe de Eerste Wereldoorlog werd verbeeld. Welke verhalen werden in deze films verteld? Hoe maakten filmmakers van deze desoriënterende ervaring een coherent verhaal? En: hoe reageerden de critici - volgens Kester 'de scharnieren tussen de films en de maatschappij' - in hun communistische, sociaal-democratische, liberale of uiterst rechtse kranten?

De manier waarop vandaag naar Saving Private Ryan wordt gekeken is anders dan de wijze waarop bijvoorbeeld Tannenberg (1932) werd geconsumeerd. 'Films moesten historisch betrouwbaar zijn', zegt Kester. 'Ze moesten in stijl consistent zijn, en bij voorkeur documentaire beelden bevatten. Die werden voor de volle werkelijkheid aangenomen. Tegenwoordig wantrouwen we beelden veel meer.'

Hoe waarachtiger, hoe beter, was de gedachte in Weimar, waar de Nieuwe Zakelijkheid school maakte. De films moesten laten zien wat er in die oorlog was gebeurd. Maar de films moesten ook, wilden zij de censuur passeren, stellingen poneren waarmee de Duitse politiek naar buiten kon treden.

Weimar leed onder het Verdrag van Versailles, dat Duitsland als hoofdschuldige van de Eerste Wereldoorlog aanwees. Het land moest enorme herstelbetalingen doen.

In de films uit Weimar wordt een vereenvoudigd beeld geschetst van de wijze waarop de oorlog tot stand was gekomen, - een beeld dat moest bewijzen dat Duitsland niet alleen de verantwoordelijkheid droeg voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In 1914. Die letzten Tage vor dem Weltbrand spitst de ontstaansgeschiedenis van de oorlog zich bijvoorbeeld toe op de zwakke persoonlijkheid van een man, de tsaar van Rusland.

Opvallend is ook het ontbreken van een herkenbare, concrete vijand. Kester: 'Duitsland kon het zich niet permitteren om de geallieerden voor het hoofd te stoten. Uit angst voor nog meer represailles zag het ministerie van Buitenlandse Zaken erop toe dat de vijand, Frankrijk voorop, in de films niet werd gekwetst.'

Door in haar onderzoek critici op te voeren, toont Kester aan dat het door de overheid opgelegde perspectief van de oorlog niet door iedereen werd aanvaard. Critici stelden zich op als de criticasters van de verwrongen scenario's. 'Het is niet verwonderlijk', stelt Kester, 'dat dit vooral de recensenten van communistische, sociaal-democratische en links-liberale zijde waren. Zij nuanceerden en ontmaskerden de door (zelf)censuur gestuurde weergave van de geschiedenis, die door de rechtse overheid werd gestimuleerd. Deze kritieken droegen er indirect en vaak ongewild toe bij dat ook aan de minder heroïsche aspecten van het oorlogsverleden aandacht werd besteed.'

Kester weerstond de verleiding om in haar geschiedschrijving een directe relatie te leggen met nazi-Duitsland, dat onmiddellijk na Weimar volgde. 'Ik ga de anachronismen niet opzoeken', zegt ze, 'al is geschiedenis bedrijven ook zoeken naar oorzakelijke factoren. Maar het is te makkelijk Morgenrot, vanwege de opofferingsgezindheid van de protagonisten, als een product van het opkomende nationaal-socialisme te zien. Wie de kritieken uit die tijd leest, moet vaststellen dat ook de linkse pers genuanceerd op de film reageerde.'

De Eerste Wereldoorlog. In Lantaren/Venster Rotterdam en Haags Filmhuis. Filmfront Weimar. Representaties van de Eerste Wereldoorlog uit de Weimarperiode. Uitgeverij Verloren. ISBN 90-6550-429. * 52,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden