Review

Kleine zielen heeft een tekort aan stuwend drama

Kleine zielen is vrolijker, kleurrijker en warmer dan het vorige deel van de Couperustriologie, maar een gericht plot ontbreekt. Tachelet blijft te trouw aan Couperus' bloemrijke boekentaal.

null Beeld
Beeld

Het is het diapositief van De dingen die voorbijgaan, de Couperusbewerking die regisseur Ivo van Hove en zijn Toneelgroep Amsterdam vorig jaar maakten op de Ruhrtriennale. Op dezelfde locatie, de magistrale machinehal Zweckel in Gladbeck, met grotendeels dezelfde cast, en eveneens vol familieleed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Maar tegenover de zwart- en grijstinten van De dingen die voorbijgaan staan in Kleine zielen pastelkleuren en bloemmotieven. Waar toen leegte en kou het scènebeeld domineerden, valt nu goudkleurig strijklicht op bloeiende planten. Het moge duidelijk zijn: na de uitzichtloosheid van het vorige deel is in Kleine zielen ruimte voor hoop.

Kleine zielen (**), toneel.
Toneelgroep Amsterdam, Maschinenhalle Zweckel, 24/9, Gladbeck.

Maar waar Van Hove in De dingen die voorbijgaan het publiek met stijlvaste melancholie onverbiddelijk meevoer in een beklemmend universum, krijgt Kleine zielen onvoldoende richting. Verhaallijnen dwarrelen loos in de ruimte, en blijven cirkelen rond een holle kern. Ondanks een aantal fraaie scènes levert dat geen overtuigende voorstelling op.

Van Hove en bewerker Koen Tachelet baseerden zich op boek twee en vier van Couperus' De boeken der kleine zielen. Als centrale figuur bleef Constance over, de ontaarde dochter uit het Haagse notabelengeslacht, gespeeld door Chris Nietvelt. De affaire met Henri van Welcke (Steven van Watermeulen) heeft geleid tot een ongelukkig huwelijk, met maar één troost: zoon Addy (Robert de Hoog), een getroebleerde jongeman die zichzelf wegcijfert om anderen gelukkig te maken. Addy is getrouwd met de hunkerende Mathilde (mooie rol van Maria Kraakman), en heeft ook nog de zorg voor twee verweesde nichtjes op zich genomen. Frieda Pittoors is als de inwonende grootmoeder tegelijk een soort verteller, en reflecteert in zwierige literaire volzinnen op de handeling, als een eenpersoons Grieks koor.

null Beeld
Beeld

Boekentaal

Helaas vormt de eerbied voor Couperus' soms al te bloemrijke taal een probleem voor de voorstelling. Tachelet kon geen afstand doen van poëtische frasen als 'de vlokkende dagen', en laat de personages geregeld in beschouwelijke monologen op zichzelf en het leven reflecteren, wat de voorstelling onnodig vertraagt. Er zijn gespeelde scènes, met soms heel levendige dialoog, maar die worden geregeld onderbroken door weer een monologue intérieur - een literair stijlmiddel dat op toneel vaak iets potsierlijks krijgt. Door de overdaad aan verteltekst en expliciete reflectie worden bovendien de intenties van de personages teveel ingekleurd. En zo kan het dat iemand plots zoiets zegt als: 'Ik verlang naar mijn eigen weg! En ik verlang ernaar die alleen te gaan!' De acteurs doen hun uiterste best de archaïsche boekentaal te bezielen, maar meestal tevergeefs.

Gaandeweg dringt de crux van het probleem zich op: er gebeurt niets. Er is geen stuwend drama, geen voorval dat de handeling verder helpt, geen overkoepelend narratief. Er zijn enkel die dolende mensen, de kleine zielen, met hun particuliere pijn, die om elkaar heen draaien, terugdeinzen en weer toenaderen. Van Hove heeft dat wel gezien, en probeert er een bewust fragmentarische mozaïekvertelling van te maken, waarin het perspectief steeds bij een ander personage ligt. Elke acteur krijgt zijn eigen 'momentje', en dat is best onderhoudend, maar uiteindelijk wreekt het zich toch dat een kern ontbreekt. Richting het einde gaan sentimentele liefdeslijntjes domineren, en begint de boel gevaarlijk over te hellen naar kitsch, niet in de laatste plaats door de steeds opdringerige 'minimal music' van Harry de Wit.

Kwaliteiten

Wat rest zijn de sterke acteurs van Toneelgroep Amsterdam die elk voor zich interessante personages creëren en incidenteel mooie scènes tot stand brengen. Chris Nietvelt is een stugge, geharnaste Constance, die ontroerend ontdooit wanneer in haar een sprankje verliefdheid opbloeit. Steven van Watermeulen speelt de nieuwe hartstocht van de uitgebluste Henri vol innemend ongeloof, met vochtige, verbaasde ogen achter zijn dikke brillenglazen. Hélène Devos zet een ijzingwekkende Marietje neer, het nichtje dat geplaagd wordt door de geest van haar vader en visioenen van de dood. En Maria Kraakman is een verrukkelijk bronstige Mathilde, die in een lange, dansante solo een middagje schaatsen al heupwiegend omtovert tot wellustige paringsdans. Maar al hun kwaliteiten ten spijt, wordt Kleine zielen nergens meer dan de som der delen.

De voltooiing van de trilogie

Met Kleine zielen voltooit Ivo van Hove zijn Couperustrilogie op de Ruhrtriënnale. Eerder maakte hij daar De Stille Kracht (2015), en De dingen die voorbijgaan (2016). Die laatste voorstelling werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival.

Over De Stille Kracht schreef De Volkskrant eerder: 'Het probleem met deze De Stille Kracht is vooral de botsing tussen teksttoneel (waarin een verhaal moet worden verteld) en performancetheater (waarin spectaculaire beelden domineren).' De voorstelling kreeg drie sterren.

De dingen die voorbijgaan kreeg de volgende recensie: 'Een groots noodlotsdrama, dat in een stijlvaste voorstelling geheel recht doet aan Couperus.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden