‘Kleine-zaaltoneel is publiekstrekker’

Het aandeel van kleine theatergroepen in de bezoekcijfers van het gesubsidieerd beroepstoneel is veel groter dan altijd wordt aangenomen, stellen publicist en dramaturg Tom Blokdijk en theaterdocent Arthur Sonnen in een boek dat in oktober uitkomt....

Blokdijk en Sonnen willen een tegengeluid laten horen nadat Ivo van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, in 2006 pleitte voor een herschikking van het Nederlands theaterbestel in acht grote stadsgezelschappen, waardoor een deel van de kleine groepen zou verdwijnen. Hij kreeg bijval van de overkoepelende organisaties VNT (gezelschappen) en VSCD (grote podia). Vanavond geeft minister van Cultuur Ronald Plasterk in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn visie op het theaterbestel.

‘Bezoekers van de kleine theaters komen specifiek voor het vernieuwende, eigentijdse toneel dat daar wordt gebracht’, zegt Blokdijk. ‘Die mensen stappen niet zomaar over op producties in de grote zaal. Geld weghalen bij de kleine theaters betekent de kip met de gouden eieren slachten.’

Blokdijk en Sonnen baseren zich op gegevens van de econoom Berend Jan Langenberg en van Plasterks ministerie van OCW. In 1990 gingen 2,2 miljoen mensen naar een toneelvoorstelling; 700.000 van hen, ongeveer een derde, bezochten een stuk van een lid van de Vereniging voor Nederlandse Theatergezelschappen en -producenten (VNT), de club van de makers van het subsidietheater. In 2003 trok het toneel 2,3 miljoen bezoekers, maar verdubbelde het aandeel van de VNT-voorstellingen tot 1,4 miljoen verkochte kaartjes.

In diezelfde periode daalde het aantal bezoekers van gesubsidieerde grote-zaalproducties, blijkt uit cijfers van kunsteneconoom Pim van Klink. Daaruit concluderen Blokdijk en Sonnen dat de stijging van het toneelbezoek geheel voor rekening komt van de kleine theatergezelschappen. Blokdijk: ‘Het verwijt dat de toneelsector teveel produceert, wordt hierdoor tegengesproken. Bezoekers vinden hun weg wel in het aanbod.’

Evert de Jager, interim-voorzitter van de VNT, nuanceert de cijfers van Blokdijk en Sonnen. ‘Volgens mijn gegevens is het aantal bezoekers in absolute zin gestegen, in de grote én in de kleine zalen. Maar het gemiddeld aantal bezoekers is in de kleine zaal al sinds de jaren zeventig gelijk: 79. De stijging komt voort uit het feit dat er veel gezelschappen bij zijn gekomen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden