Kleine mechanieken

Angstige toekomstdromen, fantastische verhalen en 'papa vertelt'

Wineke de Boer

Tien jaar geleden kwam de Nederlandse vertaling uit van Âmes grises, Grijze zielen, van Philippe Claudel. Een prachtige roman, waarmee de schrijver uit het Noord-Franse Lotharingen wereldwijd succes oogstte. Sindsdien zijn we in Nederland bijna elk jaar vergast op een boek van Claudel, dat de proeve van vergelijking met Grijze zielen eigenlijk nooit kon doorstaan. Vaak waren het niet meer dan aardige (maar soms ronduit kitscherige) tussendoortjes. Van de twee grote romans die sinds 2004 van hem verschenen, Het verslag van Brodeck en Het onderzoek, is de eerste, ondanks de te zwaar aangezette symboliek, de moeite van het lezen wel waard. De tweede is een moralistische toekomstroman, een project waaraan de sociaal betrokken Claudel zich duidelijk heeft vertild.

Nu is er een vertaling van de twaalf jaar oude verhalenbundel Les petites méchaniques van de hand van Claudels vaste vertaler Manik Sarkar: Kleine mechanieken. Een boek van vóór het succesvolle Grijze zielen dus, maar waarin Claudels thema's en motieven al aanwezig zijn. En alleen daarom al interessant om te lezen voor hen die zijn werk kennen. Zijn fascinatie met de dood, zijn liefde voor taal en literatuur, zijn angstige toekomstdromen waarin de mens steeds minder mens en steeds meer machine is, maar ook zijn moralistische kant die onze steeds individualistischer samenleving veroordeelt.

Enkele van de verhalen kun je scharen onder het genre van de contes fantastiques, fantastische verhalen. Ze doen denken aan schilderijen van Jheronimus Bosch, spelen zich af in een niet nader bepaald verleden, dat middeleeuws kan zijn. 'De koopman en de dief' is van deze verhalen het best geslaagd. Hierin ontmoet de landloper Colin le Bihot - 'al sinds zijn jongste jaren leefde hij van misdaad en flessentrekkerij' - de Dood, in de gedaante van een dikke koopman. Omdat Colin nog jong is, geeft de Dood hem respijt, tijd om nog iets van zijn leven te maken. En zo verandert de rover en moordenaar in een hardwerkende burgerman. Tot het zijn beurt is om de Dood opnieuw te ontmoeten, dit keer in de gedaante van een jongeling, mager en vurig, zoals hij er zelf ooit één was.

Het sprookjesachtige 'De vertrouwelingen' over een jonge gravin die op zoek gaat naar de huiveringen en het genot dat een droom haar schonk, is te veel 'papa vertelt' en dat is een manco van meer van deze verhalen. Maar door Claudels beeldrijke taalgebruik blijven de karakters en sommige scènes je wel bij.

Minder geslaagd zijn de verhalen waarin de moralistische Claudel de overhand krijgt. Het is alsof hij geen tijd heeft genomen om zijn verbeelding te laten werken, het is te letterlijk: de vrouw die door een injectie verandert in een babyfabriek, de man die een jaar dood ligt in zijn flat, de schrijvers die als paria's door het leven gaan.

Het beste verhaal uit de bundel is geïnspireerd op het leven van de dichter Arthur Rimbaud (1854-1891). Na het lezen van enkele gedichten van de jonge dichter-ziener raakt Eugène Frolon, touwhandelaar en brave huisvader, op drift. Hij ziet zijn leven als een lege schil, herkent in Rimbaud zijn zielsverwant.

Na jaren rondzwerven over het Afrikaanse continent, berooid en gelukkig, doet het er eigenlijk niet meer toe of de ontmoeting wel of niet plaatsvindt. Frolon is Reimbó geworden en aan het einde 'kon hij zich in de duisternis eindelijk bij de schim voegen die hij najoeg'.

Uit het Frans vertaald door Manik Sarkar

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden