Kleine flaneurs met oog voor wat niemand opmerkt

De Duitse schrijver Wilhelm Genazino beschrijft kleine avonturen, kleine liefdes van alledaagse mensen. De toon in zijn werk is wat berustend en gelijkertijd is het hoogst komisch....

De hoofdpersoon in de roman Een paraplu voor het leven test schoenen. Dit belangrijke beroep biedt hem de gelegenheid dagelijks door de stad te lopen en de talloze kleine gebeurtenissen die een stad tot stad maken te oberveren. Welk beroep zou hem beter passen, hij die zichzelf geen ‘innerlijke toestemming’ heeft gegeven om te leven. Aan de rand staat hij, aan de rand van het leven, zoals bijna alle personages in het werk van de Duitse auteur Wilhelm Genazino (1943).

Vanaf die rand zijn zij echter feilloos in staat de wereld te lezen. Niet om die te begrijpen, want waarom zouden ze?

Wel om zich enigszins te wapenen tegen alle liederlijkheid, laagheid en lelijkheid, zoals je een paraplu opsteekt tegen de regen. Er wel doorheen lopen met mooie schoenen aan, treffende en passende woorden ervoor vinden, maar er niet echt deel van uitmaken. Ontsnappen kan echter evenmin.

Het oeuvre van Genazino wordt bevolkt door dit type helden. Veel van zijn personages zijn mannen van middelbare leeftijd, wonend in een middelgrote stad, middelmatig getalenteerd, een beetje comme ci comme ça in alles, maar wel begiftigd met een bijzondere opmerkingsgave. Het zijn moderne flaneurs die wandelend door de stad stuiten op kleine verhalen, kleine gebeurtenissen die verder niemand opmerkt omdat niemand tijd heeft, omdat niemand ziet. Die verhalen spelen zich af voor hun blik die Genazino in een van zijn essays ‘de uitgerekte blik’ noemt. Een blik die wat langer blijft hangen bij de dingen, waarmee patronen worden ontdekt.

Tussen ogenschijnlijk onsamenhangende verschijnselen blijken dan tijdelijke verbanden te ontstaan, dat zijn kleine verhalen, momenten van een even onbeduidend als superieur inzicht.

Deze wonderbaarlijke blik biedt troost in een verder vaak druilerig leven waarin de mensen nu eenmaal zelden tot grootheid in staat zijn. De sfeer van Genazino’s werk is wat gelaten, wat berustend, alsof er van dit leven niet veel te maken is. Tegelijkertijd is het hoogst komisch, vaak zelfs hilarisch dankzij die minuscule, schitterende verhalen die door de harde korst van de werkelijkheid boren en het leven tot een kortstondig eenpersoonsfeest maken. Genazino fabuleert nooit, hij vertelt geen grote verhalen, beschrijft geen grote avonturen of grote liefdes. Hij observeert, vertelt kleine verhalen, beschrijft kleine avonturen en kleine liefdes van alledaagse mensen, en daarin is hij tamelijk grandioos. En zo is ook deze vertaling van Gerrit Bussink.

Als de schoenentester op een dag verneemt dat hij vanaf nu nog slechts 50 euro in plaats van 200 euro per rapport zal ontvangen voelt hij dat hij aan de rand van de afgrond staat. Lisa, de enige vrouw die in staat was hem ‘winterhard’ te maken, is onlangs uit zijn leven verdwenen, zij kon zijn onbestemdheid niet langer aan. En nu zou hij ook nauwelijks nog een inkomen hebben?

Hij is zich ervan bewust dat zijn verdwijnzucht en lust tot zwijgen hem op de rand van de waanzin hebben gebracht, hij heeft dus een gouden idee nodig, maar daarvan heeft hij er al zoveel gehad. Hoe te overleven in deze wereld die hij waarneemt als kreupelhout (kreupel hout), als een hoop puin, als geritsel? Hij weet uit ondervinding dat hij de straat op moet, zich niet moet opsluiten in zijn appartement.

Grappig genoeg zijn het juist zijn authenticiteit en onaangepastheid die hem redden. Voor Suzanne, zijn oude jeugdvriendin, is hij de enige met wie ze op niveau kan praten en hij begint dus weer een relatie met haar.

De plaatselijke krant heeft plotseling opnieuw behoefte aan zijn invallen en impressies. Leven met vrouwen die niet echt bij je passen, werk doen dat niet echt bij je past, en in dat alles toch een redding vinden, iets lumineus en onverwachts, dat is de kracht van Genazino’s wereld.

Eerste opdracht van de krant is een luchtig stukje te schrijven over het plaatselijke zomerfeest. De zojuist aangestelde recensent gruwt van de vrolijkheid van de mensen die volgens hem bij het minste of geringste in onbarmhartigheid en wreedheid kan verkeren. Te midden van de herrie en het feestgedruis ziet hij boven op een of ander balkon een jongetje een hut bouwen van oude lappen, een toevluchtsoord, een uitkijkpost, een verdwijnpunt midden in het leven.

Die hut stelt hem in staat iets luchtigs te schrijven over iets liederlijks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden