'Klein, maar het allerbeste blad'

Een gehalveerd salaris, een verzakt pand en een zeer kritische redactie. Waarom wilde Teun Gautier eigenlijk directeur van De Groene Amsterdammer worden?...

Opinieblad ‘de Groene’, onafhankelijk sinds 1877, kent meerdere woelige geschiedenissen en de aard en opeenvolging van directeuren is daar een van. ‘Ik geloof dat in de eerste jaren, dus nog in de negentiende eeuw, al tien directeuren zijn versleten’, zegt uitgever-directeur Teun Gautier (41), die zelf uit een hugenoten-geslacht stamt dat in 1720 in Nederland arriveerde.

De nieuwe directeur zit er nu ruim een half jaar, in een tamelijk kale, studentikoze kamer met uitzicht op de deftige De Nederlandsche Bank. Maar wat iemand als Gautier, eerder adjunct-directeur bij Elsevier Business en bestuursvoorzitter bij Telegraaf Expomedia, bij de Groene doet, is de vraag. Een hoofdkenmerk is immers dat het altijd op omvallen staat. En daarmee wordt niet alleen gedoeld op het verzakkende bedrijfspand, maar vooral op het geringe aantal vaste abonnees en de tegenvallende baten uit de losse verkoop.

Geen eer aan te behalen, dus: waarom?

‘Ik heb zelf de Groene pas acht jaar geleden ontdekt en sindsdien ben ik verslaafd aan het blad. We lazen het thuis niet, maar inmiddels heeft mijn vader ook een abonnement en staat hij op donderdag te trappelen bij de brievenbus. Mijn algemene interesse in het leven is van sociologische aard, ik ben geïnteresseerd in het samenleven van mensen. Daarbij klopt mijn hart links, maar ben ik wars van dogma’s. Die basale interesse en intellectuele houding vind ik terug bij de Groene. Omdat ik weet dat ik talent heb, dat ik echt verschil kan maken, wil ik mijn capaciteiten graag inzetten. Natuurlijk had ik in eerdere functies een grote auto, een grote kamer en twee secretaresses, maar wat heb je eraan? Geld is in het leven niet de maat der dingen. Ik rij nu tevreden in een oude Saab. Juist in een tijd waarin het medialandschap vervlakt, moeten we een onafhankelijk informatieplatform hebben en houden. Ik voel me Hansje Brinker, met zijn vinger in de dijk.’

Welke plannen heb je?

‘Ik wil om te beginnen ervoor zorgen dat we structureel 100 duizend euro per jaar winst maken. De jaarlijkse winst, of soms verlies, gaat te veel op en neer. Daarnaast wil ik de kosten normaliseren. Dat wil gek genoeg zeggen dat we méér geld moeten uitgeven, onder andere voor mijn derde doel: het pand in orde brengen, want dat is de laatste vijftig jaar verwaarloosd en moet echt opgeknapt worden. Structurele winst wil ik ook gebruiken om de salarissen voor het personeel op het niveau van de cao te brengen. Natuurlijk is werken bij de Groene iets dat je je moet kunnen permitteren: we betalen journalisten ongeveer 2.300 euro bruto. Daar staat veel vrijheid in vele opzichten tegenover, maar het is geen vetpot. Toch hebben we dit jaar voor het eerst een loonsverhoging van 1 procent doorgevoerd. Ook wil ik naar een winstdelingsregeling toe. Niemand werkt hier voor het geld, maar het is leuk als je soms iets meer kan doen. We willen graag investeren in ons correspondentennetwerk. De Groene is nooit Amsterdams, maar altijd kosmopoliet geweest. Dat moet je dus onderhouden. En als we een mooie reconstructie van een affaire willen maken, hebben we geen geld. Dat moet anders.’

Kenners zeggen dat de Groene nooit fundamenteel, hooguit marginaal kan groeien.

‘Dat is waar. De Groene moet klein en onafhankelijk blijven en zéker niet gaan fuseren. Maar klein kan wel iets groter zijn. Die timide, Calimero-achtige houding moet veranderen, we zijn klein maar ondertussen wel het allerbeste blad van Nederland. De oplage lag op 13.000 exemplaren en die kan heel goed naar 20.000. Dan ben je nog steeds niet groot, maar financieel sta je een stuk steviger. Ik wil die bodem leggen. Dat kan ook, bleek afgelopen jaar al. We klommen naar 15.000 exemplaren, met eenvoudige maatregelen. We gingen niet agressiever, maar intensiever telemarketeren: proefabonnees werden soms niet teruggebeld, nu wel. We vroegen of ze van proef op een vast abonnement wilden overstappen. Of ze iemand kenden die het blad vijf weken gratis zou willen hebben. We sturen ook nog een e-mail na, dat was even wennen, en een brief. Zulke dingen. Van gratis, naar proef naar vast: dat werkt als een speer. Belangrijk is dat wij zelf, betrokken medewerkers, bellen en niet een callcenter dat ook de Donald Duck slijt. Werving moet beschaafd gaan, in de Groene-geest.’

Toch: groter worden is meestal commerciëler worden.

‘Welnee. Als we nu intellectueel een 9 scoren, gaan we voor meer gewin niet zakken naar een 8. We gaan ons niet aanpassen aan de markt. Je moet als opinieblad doen wat politici ook zouden moeten doen: de leiding nemen en zelf de agenda bepalen. Dat doen we nu en met succes. Met 17 procent meer betaalde oplage, waarvan 46 procent stijging in de losse verkoop, zijn we de grootste groeier van de opiniebladen. We hebben geen moeite met het verbinden van grote namen aan ons blad, die komen wel. Met Xandra Schutte als hoofdredacteur hebben we iemand met een groot cultureel netwerk, iemand ook die een goede intuïtie heeft voor de thema’s die spelen in de onderstroom van de samenleving. Dus er is echt nog veel te halen.’

Hoe lang blijft u dit doen? De Groene-geschiedenis leert ook dat het glanspapier van de ene directeur wordt teruggedraaid naar krantenflodder door de nieuwe. Daar gaat je werk

‘Ik denk dat ik voor mijn doelstellingen een paar jaar nodig heb, niet langer. Dat je werk de nek wordt omgedraaid zodra je hier je hielen licht, zou ik erg vinden. Ik wil dus ook heel graag dat wat we hier doen beklijft, dat de redactie en medewerkers overtuigd zijn van de nieuwe werkwijze.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden