Interview

Klavecinist Mahan Esfahani: ‘In de oude muziek heb je een stel ayatollahs, en daar hoor ik dus niet bij’

Mahan Esfahani (38) soleert op het klavecimbel, maar niet alleen met de oude noten die je daar wellicht bij zou verwachten. Als marktleider in 20ste-eeuwse klavecimbelmuziek heeft de Iraans-Amerikaanse musicus zich ten doel gesteld Nederland te veroveren.

Merlijn Kerkhof
Klavecinist Mahan Esfahani. Beeld Hilde Harshagen
Klavecinist Mahan Esfahani.Beeld Hilde Harshagen

Mahan Esfahani (38), misschien wel de beroemdste klavecinist van het moment, heeft een paar dagen vrij. En in die vrije dagen wil hij dolgraag Nederland leren kennen. Dus heeft hij de middag doorgebracht in het Mauritshuis, waar hij niet over uitgepraat raakt en waar hij zich verbaasde over moralistische toelichtingen, en zitten we nu in Den Haag aan een rijsttafel, in een restaurant waar ook Mark Rutte vaste gast is, en waar de verslaggever mag uitleggen wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch. Esfahani prikt in zijn buik, die snel terugveert. ‘Ik moet opletten, zie je.’ Maar ook de laatste schep van de boterzachte rendang gaat erin.

Dit weekend soleert Esfahani bij de Philharmonie Zuidnederland in het Concert champêtre van Francis Poulenc. Hij was vaker in Nederland, maar heeft een moeizame relatie met ons land. En ooit was Nederland zelfs een obsessie voor hem.

Het klavecimbel. Beeld Getty
Het klavecimbel.Beeld Getty

Dat heeft alles te maken met zijn instrument, het klavecimbel, nog altijd een niche. In de tweede helft van de vorige eeuw ontstond hier een speelstijl dankzij Gustav Leonhardt (1928-2012), die leerlingen van over de hele wereld trok en hen onderwees in de historische uitvoeringspraktijk: spelen op instrumenten die die van de componist zo dicht mogelijk benaderden, op een manier zoals die componisten dat zelf zouden hebben gedaan, afgaand op historische bronnen.

Iedere klavecinist moet zich tot die school zien te verhouden. En Mahan Esfahani ontdekte dat die school niet de zijne is. Te dogmatisch.

‘In de oude muziek heb je een stel ayatollahs’, zegt hij. ‘Die bepalen wat goed is, of je erbij hoort. Je moet aan de juiste conservatoria hebben gestudeerd, in Basel of Parijs. En daar hoor ik dus niet bij. De artiesten in de eigentijdse muziek, ontdekte ik, zijn mijn mensen. Dat is gewoon een kwestie van stijl en aanpak.’

Hoezo? ‘Volgens mij zien musici in de historische beweging zichzelf te vaak als oplossers van de problemen die een partituur oproept. Muziek zou je antwoorden moeten geven, is de idee. Het lijkt mij interessanter dat je de muziek vragen laat stellen: dat doen de grote artiesten, dat hoor ik wel bij die grote Sovjet-pianisten, musici die door de partituur heen konden kijken. Denk je dat Bach het zoveel zou hebben uitgemaakt op wat voor instrument je zijn muziek speelt? Het ging hem om grotere spirituele kwesties die hij wilde uitdrukken.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Wat Esfahani onderscheidt: hij speelt niet alleen die oude noten van Byrd, Bach en Rameau, hij is marktleider in de klavecimbelmuziek uit de 20ste eeuw, toen het instrument werd herontdekt – zoals dat concert uit 1928 van Poulenc dat hij dit weekend speelt. Bovendien werkt hij regelmatig samen met componisten om het repertoire uit te breiden.

Hij heeft zich ten doel gesteld Nederland te veroveren, alsnog. ‘Nederland is maagdelijk terrein. Ik bedoel: hoeveel van jullie orkesten spelen klavecimbelconcerten? Het Concertgebouworkest, het Rotterdams Philharmonisch? Alleen de Philharmonie Zuidnederland doet het. Ik heb één keer eerder een project met ze gedaan en dat was geweldig, alleen al omdat het orkest zo’n betrokken, aandachtig publiek heeft.

‘Maar goed, ik was aan het klagen. Wordt er in Nederland momenteel veel voor klavecimbel geschreven? Nee toch? Ja, Richard Rijnvos maakt een stuk voor mij. Maar er is hier veel werk te doen.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Dat het Europese snaarinstrument in zijn leven kwam, lag niet voor de hand. Esfahani werd in 1984 geboren in Teheran. Drie jaar later moest zijn sjah-gezinde en bovendien presbyteriaanse (de Angelsaksische tegenhanger van gereformeerd) familie vluchten voor het islamitische regime dat in 1979 de macht had gegrepen in Iran. Via Wenen, waar een familielid ambassadeur was geweest, belandde het gezin in de Verenigde Staten. Tot Esfahani’s latere teleurstelling niet in het bruisende Los Angeles of in Houston, de steden die de grootste aantrekkingskracht hadden op de Iraanse diaspora, maar in een slaperige voorstad van Washington D.C.: Rockville, in Maryland.

‘Mijn vader was vooruit gereisd. Hij had bedrijfskunde gestudeerd in de VS, aan een universiteit waar hij geen examen Engels hoefde te doen. Hij speelde piano, maar kon geen noten lezen. Toen ik pianoles kreeg, kon ik hem helpen met wat hij moest spelen. Ik kwam door de kerk in aanraking met klassieke muziek. De Iraanse gemeenschap had de late middagdienst, na de Koreanen, die een grote geluidsinstallatie hadden. Wij gebruikten alleen het elektronisch orgel. Dat was nodig ook, want er is in Iran niet zo’n gemeentezangtraditie, dus dat werd altijd een chaos. Ik ging orgel spelen en ontdekte Bach, later Buxtehude, César Franck... Als ik aan die stukken denk, hoor ik ze in mijn hoofd nog altijd op dat elektronisch orgel.’

Lastig te streamen

Wie muziek van Mahan Esfahani op de streamingdiensten zoekt, vindt (nog) slechts een fractie van zijn discografie. Na een uitstapje bij Deutsche Grammophon (twee albums, waaronder Bachs Goldbergvariaties) is hij terug bij het Britse Hyperion, een van de laatste labels die Spotify boycotten. Een van zijn huidige lopende projecten is om al Bachs klaviermuziek op te nemen.

Geneeskunde en rechten

Het klavecimbel ontdekte hij pas als tiener. Hij kreeg zijn eerste lessen op het instrument aan de Stanford-universiteit, waar hij (enig kind) naar de wens van zijn ouders aanvankelijk geneeskunde en rechten studeerde. Hij mag dan met prijzen zijn overladen (in juli nog de Wigmore Hall Medal van het prestigieuze kamermuziekpodium in Londen), zijn ouders treuren nog altijd om de beroepskeuze van hun zoon.

Esfahani: ‘Toen corona uitbrak, dacht mijn moeder: nu heeft hij geen concerten, dan heeft hij eindelijk tijd om de muziek op te geven en dokter te worden, of op z’n minst advocaat. Ze hoopte echt dat dat het laatste zetje zou zijn.’

Hij zegt het zonder te lachen, maar is ook niet verbitterd. ‘Kijk, in westerse culturen verwachten we van ouders dat ze je beste vrienden zijn. In onze cultuur gaat het erom dat je ouders je sterk maken, dat ze je zo goed mogelijk voorbereiden op het echte, harde leven. Voor mijn vader was zijn enige zorg dat ik ergens terecht zou komen waar mijn intelligentie niet zou worden afgestraft. Misschien was ik inderdaad wel op mijn plaats geweest als advocaat. Als advocaat word je beloond als je een ander inzicht hebt. Als uitvoerend musicus meestal niet.’

null Beeld Hilde Harshagen
Beeld Hilde Harshagen

Hij groeide dan wel op in de VS, zijn carrière dankt hij grotendeels aan het Verenigd Koninkrijk. Toen hij in 2008 als eerste klavecinist werd benoemd tot BBC New Generation Artist, was hij in één klap verzekerd van concerten met grote orkesten en radio-optredens. De doorbraak geschiedde geheel buiten de bubbel van de oude muziek. ‘Moest ik opeens Poulenc spelen. Ik had nog nooit een noot van Poulenc gehoord. Ik kon me heel snel heel veel repertoire eigen maken.’

Uitgestudeerd was hij niet. Hij emigreerde weer: dit keer naar Tsjechië. Hij wilde dolgraag studeren bij de legendarische Tsjechische klavecimbel-ster Zuzana Ruzicková (1927-2017), maar die zei dat ze te oud en zwak was en geen tijd voor hem had. ‘Tot ik ineens bericht van haar kreeg dat ik tóch langs mocht komen’, zegt Esfahani. ‘Ik had een concert gespeeld van Viktor Kalabis. Ik wist niet dat hij haar man was geweest, en ze bedankte me voor de uitvoering. Als je in Praag bent, zei ze, kom dan maar langs. Het Kalabis-concert komt op mijn album dat volgende maand uitkomt.’

Terug naar Iran

Sinds zijn studie bij Ruzicková woont hij in de Tsjechische hoofdstad, samen met zijn Amerikaanse vriend, die werkt als vertaler. Hij is er gelukkig, zegt hij. Maar wie hem op Twitter volgt, weet dat Praag wat hem betreft niet zijn laatste woonplaats is. Hij wil terug naar Iran, en gauw.

‘Sinds november voelt het alsof we als Iraniërs in een collectieve therapiesessie zitten’, zegt Esfahani. ‘Vergelijk het met wat het Eichmann-proces in Israël deed voor de verwerking van de Holocaust: ineens wordt er gepraat over het leed dat onbespreekbaar was. Iedereen heeft wel familieleden die zijn vermoord door het islamitische regime, we hebben onze oma’s niet meer kunnen zien. Mijn ouders wilden dat ik succesvol zou worden, en dus geen slachtoffer zou zijn. Praat niet over onze problemen, hoorde ik almaar.’

In welke fase denkt hij dat Iran zich bevindt? ‘De fase waarin het regime weet dat het point of no return is bereikt. Alleen wil het regime gedag zeggen met zo veel mogelijk bloedvergieten. Het wil in deze weken en maanden net zo veel doden als het in de afgelopen 43 jaar heeft gedaan, in naam van een religie die aan ons is opgedrongen, die met het zwaard naar Perzië is gebracht. Elke ontwikkeling ten goede in Iran is er geweest ondanks die religie.

‘Ik wil me opnieuw verbinden met mijn land, weer voelen hoe het is om daar te zijn, en het helpen herbouwen. Er is zo’n ongelooflijke braindrain geweest: als wij als vluchtelingen niet terugkomen, wie moet het dan doen? Ik hóór daar. Uiteindelijk is het de enige plek in de wereld waar niemand tegen mij kan zeggen: ga terug naar je eigen land.’

Mahan Esfahani soleert in het Concert champêtre van Francis Poulenc bij de Philharmonie Zuidnederland o.l.v. Duncan Ward. 27 t/m 29/1 in Aken, Eindhoven en Maastricht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden