Interview

Klaus Voormann: ‘Van een Beatles met mij en zonder Paul was nooit sprake, schrijf dat alsjeblieft even op’

 Klaus Voormann in  1966. Beeld Getty
Klaus Voormann in 1966.Beeld Getty

Klaus Voormann (83) was een vriend van The Beatles: hij ontwierp de hoes van Revolver en baste op hun soloalbums. Met de Volkskrant haalt de Duitser herinneringen op.

Nooit was Klaus Voormann als muzikant gelukkiger dan in oktober 1970. John Lennon nam toen in de Londense Abbey Road-studio zijn album John Lennon/Plastic Ono Band op en had zijn Duitse vriend gevraagd daarop basgitaar te spelen.

‘Ik weet nog altijd niet waarom hij mij koos. Hij kon iedere bassist krijgen die hij wilde, maar ik denk dat hij liever een goede vriend in de studio had dan een geniale muzikant. Iets anders kan ik er ook na vijftig jaar niet van maken.’

Vrienden waren ze zeker, John en Klaus. ‘Ik was bevriend met alle vier de Beatles’, zegt Voormann aan de telefoon. Hij woont na omzwervingen in Londen en Los Angeles inmiddels al weer jaren in Duitsland, iets ten zuiden van München, waar hij vorige week zijn 83ste verjaardag vierde.

‘Muziek maken doe ik niet meer, ik heb zelfs geen basgitaar meer in huis. Mijn artistieke bezigheden beperken zich tot grafische vormgeving en tekenen.’

Maar zijn muzikantenhart begon toch wat sneller te kloppen toen de postbode hem de kersverse verzamelbox John Lennon/Plastic Ono Band – The Ultimate Collection bezorgde. Deze box bevat zes cd’s en 2 blu-raydiscs met talloze mixen, demo’s en ander niet eerder uitgebracht werk.

‘Ik wist echt niet dat we zo veel hadden opgenomen. In mijn herinnering stond alles in één, hooguit twee takes op de band. Maar wat een geweldige muziek. Ik heb alles teruggeluisterd en raakte echt ontroerd. Mother, Isolation en Working Class Hero zijn echt Johns meest intense liedjes. Dat ik daarop mocht meespelen, kan ik nog altijd niet geloven.’

John en Klaus kenden elkaar destijds tien jaar. Voormann wandelde de popgeschiedenis binnen toen hij in oktober 1960 ruzie had met zijn vriendin Astrid Kirchherr, met wie hij in Hamburg samenwoonde. Hij ging een luchtje scheppen en liep richting de Reeperbahn. Uit veel kroegen klonk muziek, maar nergens zo hard als uit de Kaiserkeller.

‘Ik hield vooral van jazz en kende eigenlijk geen rock-’n-roll. En ik vond het in die buurt eigenlijk een beetje eng: veel scheepslui, dronken mensen en vechtpartijen. Maar dat gevaar en de herrie trokken me blijkbaar aan, want ik ging naar binnen. En daar zag en hoorde ik The Beatles. Mijn eerste rock-’n-rollconcert.’

Het beviel. Voormann kwam vaker en nam zijn vriendin mee. ‘We raakten aan de praat met de band. John wilde weten wat we deden. Kunstacademie? ‘O, dan moet je bij Stu zijn’, riep hij meteen. ‘Ik doe alleen rock-’n-roll.’’

Stu Sutcliffe was bassist van The Beatles en inderdaad zeer geïnteresseerd in kunst. Maar nog meer in Voormanns vriendin, een liefde die wederzijds bleek. Toen The Beatles weer teruggingen naar Liverpool, bleef Sutcliffe in Hamburg om zich met Kirchherr aan de schilderkunst te gaan wijden. Hun geluk duurde niet lang, in 1962 overleed hij aan een hersenbloeding.

Voormann was intussen bevriend geraakt met alle Beatles en ging met ze mee terug naar Engeland, waar hij zich als grafisch vormgever verder wilde ontwikkelen. ‘Dat was mijn hoofddoel, maar vanaf het moment dat Stu me in Hamburg een basgitaar in de hand duwde, kreeg ik ook daar aardigheid in.’

Voormann pendelde wat heen en weer tussen Londen en Hamburg. Een baantje hier, een bandje daar. ‘Maar altijd is dat contact met de Fab Four gebleven. Ze stuurden me hun eerste platen toen die hier in Duitsland nog niet te krijgen waren.’

Naarmate The Beatles populairder werden, verslapten de banden. Maar toen was er dat telefoontje van Lennon. ‘Hij vroeg me om de hoes voor hun nieuwe plaat te ontwerpen. Ik moest maar even naar de studio komen, dan zou hij laten horen waar ze mee bezig waren. Nou, met Revolver dus. Ik wist niet wat ik hoorde, zo mooi, nieuw en anders dan alle andere popmuziek in die tijd.’

De zwart-withoes die Voormann ontwierp, behoort inmiddels tot de canon van ontwerpkunst uit de jaren zestig. ‘Ik wilde een collage van tekeningen en foto’s. Op grond van wat ik hoorde in een nummer als Tomorrow Never Knows had ik al snel allemaal psychedelische beelden voor ogen. Maar dat wilden ze niet, het mocht niet te weird worden. John vond dat ik hun fans niet moest vervreemden van simpelere liedjes als Love Me Do. Dus verwerkte ik in de collage herkenbare tekeningen van hen allemaal.’

Klaus Voormann met de door hem ontworpen hoes van het Beatles-album Revolver. Beeld Getty
Klaus Voormann met de door hem ontworpen hoes van het Beatles-album Revolver.Beeld Getty

Voormann deelde in die tijd een woning met George en Ringo, en ging regelmatig op bezoek bij Paul en John, die met hun geliefdes buiten de stad woonden. Hij zag zijn vrienden uitgroeien tot popsterren van een formaat waarmee de wereld tot dan toe geen ervaring had, maar hij zag ze ook langzaam van elkaar vervreemden. ‘Het einde van The Beatles was in 1969 echt onvermijdelijk. Ringo was de enige die er nog wel zin in had. De anderen waren op elkaar uitgekeken. George, Paul en John wilden alle drie een andere kant op met de band. Het had geen zin om ze bij elkaar te houden.’

En nee, van een Beatles zonder Paul, maar met Voormann als bassist, was nooit sprake. ‘Schrijf dat alsjeblieft even op, want ik word er al jaren door achtervolgd. Iemand, ik vermoed Ringo in een lollige bui, heeft ooit gezegd dat John, George, Ringo en ik na het uiteenvallen van The Beatles een nieuwe groep zouden beginnen, The Ladders. Dat is pertinente onzin. De jongens moesten echt even zonder elkaar hun weg vinden.’

Daarbij kregen ze wel veel hulp van Voormann, die op de eerste soloplaten van alle Beatles meespeelt – behalve op die van McCartney dan. ‘Nee, waarom zou Paul een bassist vragen? Hij is zelf een van de beste bassisten die ik ken.’

Lennon vroeg hem dus wel. Eerst in 1969 om mee te spelen op een concert in Toronto. ‘Een krankzinnige actie. Met Eric Clapton en Ringo moesten we in het vliegtuig ons repertoire instuderen dat we diezelfde avond moesten gaan spelen.’

Maar zo was John, zegt Voormann. ‘Heel impulsief, maar ook heel gevoelig. Ik denk dat hij mij bleef vragen omdat ik ook totaal geen moeite had met zijn lief, Yoko Ono. Die lag bij iedereen heel erg slecht. Ik vond het juist wel een aandoenlijk stel. Ze waren echt altijd samen, tegen elkaar aangeklit, zo veel als mogelijk. John had het ook gezegd: het is niet meer ‘ik John Lennon’ maar ‘Yoko en ik’. Wen er maar aan, ik ben niet meer alleen.’

Voormann vond het prima. Hij zag niet alleen erg veel liefde tussen de twee, hij merkte ook dat de relatie John goeddeed. ‘Zij introduceerde hem tot moderne kunst, wat mij niet gelukt was. Ik vond haar werk trouwens erg goed, en nam haar als een van de weinigen als kunstenaar serieus. Wat er ook toe zal hebben bijgedragen dat ze me graag om zich heen hadden.’

Maar toch, samen met Ringo meespelen op Johns nieuwe plaat, dat was een uitnodiging die Voormann eind 1970 niet had zien aankomen. Lennon was net uit therapie, waarbij hij een primal scream-behandeling had ondergaan. Daarbij moesten patiënten hun kindertrauma’s uitschreeuwen om er zo van verlost te raken.

Die ontlading hoor je meteen al terug in het eerste nummer, Mother. ‘Ik raakte in de studio erg geëmotioneerd toen ik hem zinnen hoorde uitschreeuwen als ‘Mother, you had me but I never had you’. Daar zaten we dan met z’n drieën, John, Ringo en ik. Ringo en ik wisten soms niet hoe we moesten reageren, zo openhartig als John ineens in zijn liedjes was.’

En achter het glas zat producer Phil Spector. ‘Die deed precies wat een goede producer moet doen wanneer hij iets hoort dat goed klinkt. Registreren en alles vooral zo laten zoals het is. Zijn beroemde wall of sound, die muur van strijkers en blazers die hij in liedjes optrok, bleef achterwege. Net als het gezwaai met pistolen en andere crazy stuff waar hij later berucht om werd.’

Evenveel lof heeft Voormann voor de drumkwaliteiten van Ringo Starr. ‘Iedere slag was raak, nooit miste hij een beat en zijn spel was soepel en soulvol.’

Klaus Voormann in 2018. Beeld Getty
Klaus Voormann in 2018.Beeld Getty

Het was, kortom, puur genieten in de studio, herinnert Voormann zich. Ook omdat Lennon zelf zo goed in vorm was. ‘We hebben met z’n drieën echt iets moois neergezet. Ik denk niet dat John dit album overtroffen heeft.’

Ook op latere platen van John Lennon, zoals Imagine (1971), speelt Voormann mee. Hij krijgt dankzij Lennon steeds meer aardigheid in het bestaan als sessiemuzikant en verhuist naar Los Angeles, waar het meeste werk is voor muzikanten als hij. Beroemd is zijn intro van Carly Simons hit uit 1972, You’re So Vain, ook speelde hij mee op Lou Reeds Perfect Day.

‘Maar na een jaar of tien had ik genoeg van Amerika. In 1979 ging ik terug naar West-Duitsland, want ik miste mijn familie. Vervolgens rommelde ik nog wat in de muziek.’

Onder dat rommelen verstaat Voormann het in 1982 produceren van de wereldhit Da Da Da, van de Duitse band Trio. ‘Dat was midden in de jaren van de Neue Deutsche Welle. Iedereen leek elektronische muziek te gaan maken. En daar wist ik niet zoveel van. Produceren bleek toch niet zo mijn ding en popmuziek interesseerde me steeds minder. Ik luister graag naar Bob Dylan, Tom Waits en Randy Newman, maar de nieuwe Paul McCartney heb ik bijvoorbeeld nog niet gehoord.’

Toch heeft Voormann zich nog niet helemaal losgeweekt van de popwereld, want tot zijn recent aangenomen grafische opdrachten behoort het ontwerpen van de hoes van het nieuwe album van de Duitse hardrockband The Scorpions.

En zo glijden de dagen voorbij. ‘Ik woon samen met mijn geliefde en geniet volop van het leven, ook al komen we nauwelijks de deur uit. Maar nu ik de muziek in deze box terughoor, word ik toch een beetje emotioneel. Ik zie ons weer zitten in de studio en denk: verdomme John, waarom ben je er niet meer?’

De laatste keer dat Voormann hem zag, was in 1979, vlak voor hij naar Duitsland terugkeerde. ‘Mijn zoon Otto is even oud als Sean, de zoon van John en Yoko. We gingen naar Seans verjaardagsfeestje in Central Park. Ik weet nog dat het me toen al erg verbaasde dat er helemaal geen beveiliging was. John banjerde altijd gewoon rond in de stad, met zijn zoontje in een soort rugzak. Een beroemdheid als hij, midden in New York, een stad vol idioten. Dat kon wel eens helemaal misgaan.’

John Lennon/Plastic Ono Band – The Ultimate Collection. Capitol/UMe

Yoko Ono/Plastic Ono Band Beeld
Yoko Ono/Plastic Ono Band

Avant-gardemuziek voor gevorderden

Tijdens dezelfde sessies in 1970, waarbij het album John Lennon/Plastic Ono Band werd opgenomen, nam ook Yoko Ono een plaat op, met dezelfde muzikanten. Yoko Ono/Plastic Ono Band is wat Klaus Voormann als ‘avant-gardemuziek voor gevorderden’ beschrijft. ‘Ik had erg veel lol om met Ringo een groove neer te zetten, waar Yoko dan haar ding doorheen deed. Zingen, schreeuwen, fluisteren of, zoals in Why Not, vogeltjes imiteren. Die vogelgeluiden speelde Lennon dan na op gitaar. Heel schattig. Maar dat het geen popsucces zou worden stond wel vast. Wel een mooi artistiek statement.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden