klassiek

      • *..

Bach. Sergei Katsjatrian. Naïve.

Er bestaan Bachverzamelaars die zich exclusief op Bachs muziek voor viool-solo richten, en dan voornamelijk op de Chaconne uit Bachs vioolpartita nr 2. ‘De’ chaconne. Wie behept is met deze eenzijdige, maar begrijpelijke liefhebberij, moet naar de opname luisteren van Sergei Katsjatrian.

Het is een nieuwe parel voor de collectie. Katsjatrian mocht afgelopen week tijdens een tournee van Amsterdam Sinfonietta bij elk concert even het podium in bezit nemen om het publiek moederziel alleen te betoveren met Bachs Chaconne. Het is een variatiereeks van een kwartier, waarin zich een vioolliteratuur van eeuwen lijkt samen te ballen. Wie de optredens van de jonge Armeen heeft gemist, mag middels zijn dubbel-cd op ruime compensatie rekenen.

Die laat horen dat er, behalve die ene Chaconne, nog vier andere dansdelen zitten in Bachs tweede vioolpartita; dat er behalve de partita nr 2 ook een eerste en een derde partita bestaan (15 superieure delen); en dat Bach, die heel goed wist waar hij mee bezig was met de viool, daar nog eens drie solosonates tussendoor strooide, die samen ook weer trekjes hebben van een cyclus. De drie sonates hebben elk een ontzagwekkende fuga als tweede deel.

Deze fuga’s vormen bij Katsjatrian een attractie apart. Er zijn weinig violisten die zo verbluffend polyfoon kunnen spelen, met een lijnenspel waarbinnen elke lijn een zo eigen violistische stem heeft. In het Preludium van partita 3, waarin Bach een zich razendsnel herhalende toon neerlegde die in werkelijkheid het raakpunt is van verschillende melodische lijnen, heeft Katsjatrians behendigheid een begoochelend effect.

Jammer dat deze meester van de ranke toon in langzamer delen doorschiet naar een gedateerd bibbervibrato, niet om onzekerheid te maskeren maar om een gevoel van kwetsbaarheid te onderstrepen. Het heeft een iegelige uitwerking, die licht vloekt met zijn speelse articulaties in het Presto uit de eerste sonate en het al even doldraaiende Allegro assai uit de derde. Fabelachtig is Katsjatrian wanneer hij filosofische kanten exploiteert, en de viool zowel voornaam als lollig, en tegelijk strijdlustig en nederig laat klinken. En dat vaak binnen een ronduit bescheiden dynamisch gemiddelde, waarvoor een term nog moet worden uitgevonden. Zeg maar onderweldigend.

De vader van
* * * *

Alessandro Scarlatti, toccate per cembalo. Rinaldo Alessandrini. Arcana.

Alessandro Scarlatti was de man van de opera- en oratoriumaria’s. Zijn zoon Domenico Scarlatti was de man van de klavecimbel-essersizi. Zo overzichtelijk leek ooit de Napolitaanse muziekgeschiedenis rond 1700. Maar intussen weten we dat Scarlatti junior ook in vocaal werk zijn mannetje stond. En dankzij Rinaldo Alessandrini wordt nu duidelijk dat ook senior een geweldig klavecinist moet zijn geweest. Toccata’s met en zonder fuga. Fuga’s met en zonder toccata. In een corrente, een follia, een balletto valt nog wat te dansen ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.