klassiek

* * * *..

Bach, Matthäus Passion. Gewandhausorkest e.a. olv Chailly. Decca.

Bach in de stijl van Mengelberg minus Harnoncourt, plus Claudio Abbado maal Ton Koopman. Ziedaar de Matthäus Passion, toen Riccardo Chailly het stuk in 1999 voor het eerst en voor het laatst dirigeerde bij het Concertgebouworkest. De toenmalige KCO-chef bleek een fascinerende, zij het niet aldoor even puristische visie op de gang naar Golgotha te hebben uitgebroed. KCO-musici laakten de wierookgeuren die uit sommige nummers opstegen. Voor een tweede Matthäus met het KCO trok Chailly zich terug.

Maar nu preekt hij opnieuw de passie. Met het Gewandhausorkest uit de Bachstad Leipzig en het koor van Bachs allereigenste Thomaskerk. Zoals Chailly in Amsterdam een statement poneerde door zich te bedienen van Puccini-achtige muziekdramaturgie, en groter bezette nummers in te kleuren met 19de-eeuwse timbres, zo rammelt hij bedaagde Bachopvattingen in Leipzig door elkaar door voort te borduren op de Koopmanachtige concepties die hij in Amsterdam óók ontwikkelde – naast neoromantische coups de théâtre.

Te horen valt een ambitie om het volbezette openingskoor en de dito slotkoren van de delen 1 en 2 voort te laten vlieden als een soort Mendelssohnsymfonie. Het zijn, door de wat overdreven overkomende haast waarmee Chailly het lam Gods en de dochteren Sions tracht om te toveren in elfen en vuurvliegjes, de minst geslaagde nummers in een verder frappant mooie uitvoering. Interacties van Jezus (Hanno Müller-Brachmann), evangelist (Johannes Chum) en entourage klinken vitaal. Aria’s sluiten er in uitgekookte timing op aan. Teksten worden serieus genomen, zowel de mooie als de slappe – tot in de articulatie van het Lammm, en het lasss ihn kreuzigen. Koralen blijken geen vluchtheuvels voor rust en bezinning, maar markeren een dramaturgisch concept, soms als Verdi/Puccini-Bach met opstandig crescendo, of uitgefluisterd met schaamtevolle verbijstering, zoals het Wenn ich einmal soll scheiden.

Chailly’s controle over de instrumentale voortgang en zijn uitstekende hand van solisten kiezen krijg je op de koop toe. Naast de tenor Maximilian Schmitt en de bas Thomas Quasthoff staat het fraaie alt-sopraanduo Marie-Claude Chappuis en Christina Landshamer.

Bach als couscous
* *

The Arabian Passion according to Bach. Sarband & Fadia El-Hage. Jaro/Music & Words

Fadia El-Hage, diva uit Libanon, interpreteert de aria’s Erbarme dich, Es ist vollbracht en andere delen uit Bachs Matthäus en Johannes als ‘healing songs’, waarvan de weldadige werking volgens de Keulse omroep WDR en cd-importeur Music & Words ten goede moet komen aan een beter begrip tussen Arabieren en Westerlingen, gelovigen en niet-gelovigen en modernisten en traditionalisten. Duitse, Bulgaarse en Iraakse instrumentalisten, bedreven in strijkkwartetspel, Pim Jacobsjazz en improvisatie op de Arabische qanun, zetten Bachs klassiekers om in een ‘eigentijds statement over menselijkheid’. Fantastisch hebbeding voor verzamelaars van Bachrariteiten. Tevens een klinkend bewijs voor de stelling dat goede bedoelingen zelfs Bach te veel kunnen worden.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden