Klassiek

* * * * *..

Stravinsky e.a. Yuja Wang (piano). DG.

Ze is 23. Ze was op les in Peking en in Philadelphia. Ze heeft een naam die Louis Andriessen, Elmer Schönberger en anderen wier leven geen zin zou hebben zonder de muziek van Stravinsky in de oren moeten knopen.

Yuja Wang. Er zijn meer pianisten die Stravinsky’s Trois mouvements de Pétrouchka onder handen hebben genomen. Maar ik ken geen andere pianist met zo’n verbluffende dispositie voor het marionetachtige in dit stuk. Liefhebbers koesteren van elk Stravinskywerk hun eigen best selection aan uitvoeringen. Zelf dacht ik dat Pollini (opname 1971) de nooit meer te overtreffen executant was van de berucht lastige Mouvements. Maar Yuja Wang brengt me aan het twijfelen.

De invallen die in het brein van Stravinsky tot Petroesjka hebben geleid, zijn het bekendst geworden via de orkestversie anno 1911 voor Les Ballets Russes. Maar ze werden door Stravinsky aanvankelijk gehoord als muziek voor piano en orkest. De componist dacht aan een piano die als een pop tot leven kwam, en het orkest met loopjes en sprongen zou uitdagen. Niet toevallig zijn die loopjes en sprongen later naar hun pianistische oer-gedaante teruggekeerd. Zonder de vijfduizend francs die de pianist Artur Rubinstein er anno 1931 voor betaalde, zou Stravinsky’s Petroesjka-‘transcriptie’ voor piano solo er ook wel zijn gekomen.

Jammer dat de grote Rubinstein ‘zijn’ Mouvements nooit heeft opgenomen. De vraag is of hij zich als marionet staande zou hebben gehouden tegenover de hekserijen van Yuja Wang. Wang, die haar kinderpaardestaartjes (links en rechts opzij, zie YouTube) nog niet zo lang geleden vaarwel heeft gezegd, is op weg haar collegasnelheidsduivel Lang Lang te out-langlangen. Behalve dat ze snel en speels is, heeft ze contrapuntisch inzicht. En een toucher, zo spits en licht dat haar spervuren van tonen gerobotiseerd lijken, een indruk die zich weer laat tegenspreken door Wangs speciale zintuig voor dans.

Wie de sonoriteit van een pianist wil toeschrijven aan zijn of haar fysiek, begeeft zich op glad ijs. Maar vooruit: Wangs frêle, stuiterende, niet erg ‘orkestraal’ georiënteerde, maar wel tot in de finesses gearticuleerde Petroesjka heeft een fascinerende dosis Azië in de genen. Jammer: Stravinsky’s Sonate, Serenade en Piano Rag Music zitten er niet bij. Wangs tweede DG-cd – na een eerste met Chopin, Liszt, Skrjabin en Ligeti – is opnieuw van het genre ‘kijk, dit kan ik ook’. Ravels La valse. Brahms’ Paganinivariaties. Met superlichte loopjes, dat wel.

Stravinsky in 146 knippen
* * * *

Stravinsky’s Sacre. sales@wordandsound.net.

Stravinsky’s Le sacre du printemps in 146 stukjes – volgens de Berlijnse dj Stefan Goldmann kan dat. In zijn montage klinkt om de zoveel seconden een andere opname van een ander orkest, spelend in een andere concertzaal onder een andere dirigent. Dit in 146 knippen. Een scheermesje is het logo. Hoe knap Goldmanns dj-draaiwerk is, ervaar je bij het besef dat geen van de overgangen opvalt. Eigenlijk is het alsof er één Sacre klinkt, net als in de bijgeleverde opname uit 1957 onder Monteux. Dus: waarom die montage? Duidelijk: vanwege een dj wiens leven zonder Stravinsky geen zin zou hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden