Klassiek

* * * *..

César Franck. Bertrand Chamayou e.a. Naïve.

Prélude, choral et fugue. Zo heet een meesterwerk voor piano dat langzamerhand uit het bekende repertoire is weggeglipt. Het is van César Franck, de componist met de breedste akkoorden, de knapste modulaties en de grootste bakkebaarden van Parijs rond 1885. Onder organisten geniet Franck aanzien. Maar voor zijn Ruisen en Orgelen aan de piano lopen nog maar weinig pianisten warm. Wie weet nog dat de man van de Prélude, choral et fugue ook de schepper was van een niet minder ruisende en orgelende Prélude, aria et final?

Goed dat er tenminste één Franse pianist is die deze titels uit elkaar kan houden, en de muziek bovendien uitvoert met de mengeling van plechtstatigheid, bravoure en verfijning die Franck tot Franck maakt. Het is Bertrand Chamayou (29). ‘Franck op cd zetten, dat lijkt vreemd voor een pianist van mijn generatie’, zegt hij in het cd-boekje. En hij belooft dat het hem niet om curiosa gaat, maar om ‘een zekere traditie’.

Prompt hoor je, in track 9, aandoenlijk gepiep van een harmonium (bespeeld door Olivier Latry), in lispelend gesprek met een bescheiden pianopartij. Het is de Prélude, fugue et variation – inderdaad, Francks derde Kwik, Kwek en Kwak, en eveneens bijna vergeten. Er bestaan bewerkingen van voor orgel, voor piano, voor orgel plus piano. De curieus klinkende versie op Chamayous cd is de oorspronkelijke, en die blijkt allerliefst.

Chamayou heeft een antenne voor Francks lieflijke kanten. Hij blijkt die zelfs in het gecompliceerdste bim bam bom van de Prélude, choral et fugue te kunnen activeren. Franck had iets met Liszt en nog veel meer had hij met Bach. Waar die twee bronnen samenkomen, zoals in een hyperambitieuze fugue die herinnert aan een Bach-motief (Weinen, klagen) dat ook door Liszt werd bewerkt, munt Chamayou uit in pianistische lichtvoetigheid. Die klinkt ook door in Francks Variations symphoniques, een concertstuk met een betoverende pianopartij – zoals concertbezoekers tot 1970 allemaal wisten.

En daar kwam het vandaan
* * *

Franck, oeuvre vocale avec orgue, vol.2. aeolus-music.com

Afgezet tegen de vlijt waarmee César Franck missen, motetten en magnificats produceerde, alsmede een Panis angelicus dat tot de onvergankelijke muziekkeuzes hoort bij begrafenissen en crematies, is het een wonder dat Franck nog kon toekomen aan zijn Symfonie in d, zijn Pianokwintet en zijn geniale Vioolsonate. Wie een indruk wil hebben van Francks RK-muziekpraktijk voor Parijse kerken als de Notre Dame de Lorette en de Ste Clotilde, moet de cd-serie in de gaten houden die het koor Solistes de Lyon en zijn dirigent Bernard Tétu hebben ingezet. Samen met organisten, solozangers en incidenteel aanwapperende strijkers zijn ze toe aan deel 2, 1858-1860. Franck liep toen tegen de 40. Zijn kerkmuziek van die tijd is op een praktisch-naïeve manier van het houtje. Soms duikt er iets extreems op: fanatiek harpgerammel, ostinate orgelbassen, allebei in een Mis opus 12. Grondstof voor de grote Franck, die uiteindelijk maar een jaar of tien (1880-1890) heeft geëxisteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden