Achtergrond Rangen en standen in ballet

Klassiek ballet kent nog altijd een strikte hiërarchie: van leerling tot grand sujet tot eerste solist. Is dat nog van deze tijd?

Beeld Ted Parker

Dinsdag opent Het Nationale Ballet het seizoen met een gala. Tijdens het Grand Defilé komen alle dansers op in volgorde van rang. Schattige balletleerlingen eerst, het corps de ballet halverwege, topsolisten het laatst. Wat gaat er schuil achter de rangen in klassiek ballet?

Natuurlijk, Black Swan (2010) is filmhorror, geen realiteit. Maar de moordende concurrentie tussen de ballerina’s, gespeeld door Natalie Portman, Winona Ryder en Mila Kunis, grijpt wel naar de strot. Net als in de tv-serie Flesh and Bone (2015) – glas verstopt in de spitzen van een concurrente! – gutst er bloed tijdens de jacht op de veeleisende dubbelrol van witte en zwarte zwaan in Het Zwanenmeer. De rol met de beruchte 32 fouettés (een bedwelmende werveling van tientallen pirouettes op één standbeen). Valt de een, dan gloort er hoop voor de ander. Welkom bij het klassiek ballet, met zijn snoeiharde schifting en dwingende hiërarchie.

In werkelijkheid gaat het er minder bruut aan toe. Toch zijn voor de buitenwereld het rangensysteem en de casting van hoofdrollen weinig transparant. Waarin verschilt een eerste solist van een tweede? Waarom buffelt de een jaren in het corps de ballet en stroomt een ander snel door naar rang van coryphée? Wat doet een grand sujet een laddertreetje hoger?

Vorige week kondigde boegbeeld Igone de Jongh (39) onverwacht aan op 31 oktober te vertrekken als eerste solist bij Het Nationale Ballet – ‘Igonexit’, zo treurde een lezer op de opiniepagina. Tranen rolden bij het topgezelschap in Amsterdam. Maar zouden er niet ook stiekem ogen zijn gaan glanzen? De een zijn afscheid betekent nu eenmaal de ander zijn doorbraak.

‘Zo denken wij nooit’, benadrukt Floor Eimers (26), kersvers bevorderd naar tweede solist. ‘Al heb ik geluk gehad met andermans blessures en zwangerschap. Het is vooral een kwestie van talent, techniek, ambitie. Ik rende van groepsrepetitie naar solistenrepetitie om alles mee te doen.’

Het hele plaatje

75 dansers telt Het Nationale Ballet (HNB) plus twaalf bij de Junior Company. Het Amsterdamse topgezelschap bestaat uit zes élèves, 26 leden van het corps de ballet, tien coryphées, negen grand sujets, 13 tweede solisten en 12 eerste solisten. Vanavond dansen ze rang voor rang naar voren tijdens het Grand Defilé van het Gala – de seizoensopening – met voorop jeugdige leerlingen van de Nationale Balletacademie. Vijftien dansers zijn extra trots, zij worden later opgeroepen dan vorige keer; ze zijn per augustus gepromoveerd. Een aantal debuteert als tweede solist. Wie bepaalt dat? Op basis waarvan?

Directeur Ted Brandsen (60) voert met alle dansers individuele functioneringsgesprekken. Samen met Rachel Beaujean (60, hoofd artistieke staf en zestien jaar lang soliste) en zes balletmeesters (die dansers coachen en dagelijks trainingen en repetities leiden) bespreekt hij wie vooruit is gegaan, wie een extra push nodig heeft en wie een promotie verdient. ‘We zijn het niet altijd eens, maar er ontstaat snel overeenstemming’, vertelt Brandsen op zijn werkkamer aan het Waterlooplein. ‘Uiteindelijk beslis ik.’ Zestien jaar is hij nu artistiek directeur van het enige grote klassieke balletgezelschap in Nederland. ‘Natuurlijk heb ik weleens een fout gemaakt. Iemand overgeslagen die het wel had verdiend. Iemand te snel bevorderd die door de druk toch niet uit de verf kwam.’ Eén keer weigerde een danser: ‘Hij deed als tweede solist alle hoofdrollen. De staf wilde hem niet promoveren. Ik forceerde. Maar hij zei dapper: ‘Ik wil alleen als je het echt in mij ziet.’

Brandsen ziet alle optredens in de Nationale Opera & Ballet. De sterren dansen de dragende hoofdrollen, maar er zijn altijd meerdere bezettingen, zo krijgen tweede solisten en grand sujets een kans. Zo kan Brandsen concreet zien hoe iemand groeit. Of niet. ‘Het blijft moeilijk mensen iets te vertellen wat ze niet willen horen. Wat waardevol is voor het gezelschap, strookt niet altijd met wat ze zelf voor ogen hebben. Dan zijn ze verdrietig, boos. Je kwetst altijd mensen. Allemaal komen ze binnen met de droom solist te worden.’ Bovendien, zegt hij, ‘een danscarrière is kort en het gezelschap brengt niet jaarlijks Sleeping Beauty en Romeo & Julia. Iemand kan niet nog eens vijf jaar wachten tot die droomrol voorbijkomt. Soms gaat iemand dan weg om bij een gezelschap van minder hoog niveau wel die kans te krijgen.’

Brandsen benadrukt dat het gaat om ‘het hele plaatje’. ‘Uitstraling, persoonlijkheid, techniek, muzikaliteit, fysieke conditie, hoe iemand een rol overneemt, zich in het gezelschap gedraagt, de choreografie onthoudt. Neemt iemand de groep op sleeptouw? Een danscaptain kan ook coryphée worden.’

Brandsens voorganger Wayne Eagling (artistiek directeur van 1991 tot 2003) had vriendinnen onder solisten. Over hem gingen geruchten dat hij sommigen voortrok. Ligt in dit hiërarchische systeem misbruik op de loer? ‘Net als in de film- en theaterwereld zijn er bij ballet foute dingen gebeurd. Daarom benadruk ik transparantie. Ik heb bewust in 2014 camera’s toegelaten in kleedkamers, coulissen en repetities, voor de realityserie Bloed, zweet en blaren. Laat maar zien wat er achter de glamour schuilgaat.’

Bij zijn aantreden in 2003 wilde Brandsen de zeven rangen naar Amerikaans voorbeeld terugbrengen tot drie: corps de ballet, solisten en principals. Wat bleek? De dansers waren tegen. ‘Zij wilden de verschillen behouden tussen corps de ballet, coryphée en grand sujet. Niet vanwege de salarisverhoging. Maar vanwege streefdoelen om naar toe te werken en de beloning voor hard werken.’ Brandsen verving wel de aspirantenrang door de Junior Company; daarmee gaan twaalf jonge balletdansers (net wel, net niet afgestudeerd) op tournee. ‘Die kunnen vlieguren maken in pas de deux en solo’s.’

Dat was in het begin lastig, zegt Vincent Hoffman (29), nu solistisch danser bij Ballett am Rhein en jarenlang een belofte in het corps van HNB. ‘Junior-dansers zijn zichtbaar op het podium. In het corps werkt dat in hun voordeel. Het is delicaat. Je deelt lief en leed, op en naast het toneel; toch móét je opvallen.’

In weerwil van de naam is het verschil tussen eerste en tweede solist groot. Brandsen: ‘Je moet mentaal de druk aankunnen. Foutjes worden een eerste solist niet vergeven, een tweede solist wel. En vooral: je moet die magische magneet zijn waardoor mensen naar jou kijken, ook al staan er dertig even virtuoze collega’s om je heen.’ Die 32 fouettés zijn al lang geen selectiecriterium meer. Eimers: ‘Die kan nu iedereen. Technisch zijn ze niet moeilijk. Wel om ze stralend uit te voeren, tijdens premières, met duizend paar ogen op jou gericht.’

In navolging van The Royal Ballet maakt Brandsen tegenwoordig promoties naar eerste solist bekend bij de afterparty na een première. De betreffende danser wordt verrast. ‘Het is ook theater.’

Rijke oligarchen in Rusland 

Soms haalt Brandsen buitenlandse solisten binnen op het (bijna) hoogste niveau. Lastig? ‘Deels’, zegt Eimers. ‘Je concurreert voortdurend met de hele wereld. Je bent nooit zeker van je plek in het gezelschap. Je moet altijd vechten om door te groeien. Maar goede dansers maken mij ook beter. We zijn altijd supportive. We doen alles opdat diegene zich snel thuis voelt.’

Het wereldberoemde Ballet van de Parijse Opéra hanteert sinds 1860 een ogenschijnlijk democratischer systeem. Eens per jaar auditeren dansers voor een hogere rang, voor een jury van twaalf kenners, onder wie vijf collega-dansers. Toch beslissen Franse dansers steeds vaker niet mee te knokken in dit jaarlijkse concours. Brandsen (zelf ooit jurylid): ‘Ik ben daar niet voor. Ze dansen allemaal dezelfde vastgestelde klassieke variatie. Je hebt anderhalve minuut om je te bewijzen. Stel dat die variatie je niet ligt, of dat je je dag niet hebt?’

De geruchten dat rijke oligarchen in Rusland en welgestelde families in Amerika met hun geld rol, rang en solist afdwingen, kent Brandsen. ‘Ik weet een paar gevallen. Een weigerende directeur verdween plotseling van het toneel.’

Sommige choreografen verzetten zich tegen de hiërarchie, zoals William Forsythe, Mark Morris, Alexei Ratmansky en Wayne McGregor (choreograaf van de vliegbewegingen in Harry Potterfilms). Die laatste verbiedt zelfs boeketten voor solisten. Hans van Manen schreef dansgeschiedenis door in 1979 de onbekende 18-jarige Colleen Davis te casten voor de solo in zijn Carré-ballet LIVE. Het werd een weergaloos succes. Davis vestigde voor altijd haar naam.

Ondanks de nadelen maken balletdansers zich bijna allemaal sterk voor behoud van het hiërarchisch systeem. Hoffman: ‘In Ballett am Rhein bestaat op papier geen hiërarchie. Maar in de praktijk krijgen dezelfde dansers steeds de hoofdrollen. Maak het dan maar zichtbaar.’

Eimers ziet hetzelfde bij het Nederlands Dans Theater, 60 jaar geleden juist opgericht om zonder rangen en solisten te experimenteren. ‘Ook daar zie je bij premières vaak dezelfde favoriete dansers.’

‘In andere landen vergelijken critici in recensies de eerste, tweede en derde bezetting’, zegt Brandsen. ‘Dat versterkt de transparantie.’

Gala van Het Nationale Ballet, 10/9 in Nationale Opera & Ballet

Best of Balanchine III door Het Nationale Ballet, 13 t/m 29/9, Nationale Opera & Ballet. Tournee: 5 t/m 24/11.

Floor Eimers Beeld Sebastien Galtier

Floor Eimers (26), net bevorderd tot tweede soliste. Doorliep in zeven jaar zes rangen bij HNB.

‘Als winnaar van de Nederlandse televisiecompetitie De avond van de jonge danser stond ik bij Ted Brandsen op het netvlies. Maar ik moest gewoon auditie doen, met 200 auditanten vechten voor twee meisjescontracten. Ik werd aangenomen en begon als aspirant onder aan de ladder. Ik danste de kleinste rolletjes, van boom en vogel. Maar aan de zijkant oefende ik andere rollen. Dat ben ik altijd blijven doen. Ik ben ambitieus, als coryphée vroeg ik toestemming solistenrollen te kopiëren. Toen iemand geblesseerd raakte, gaven ze mij als vervanger het vertrouwen. Als corpslid mocht ik eens de 8ste cast Myrtha dansen, een van de twee hoofdrollen in Giselle. Zo kon ik mij onderscheiden. Ik heb nooit jaloezie bemerkt bij mij of collega’s, we weten wanneer iemand een promotie verdient. Ik ken mijn sterke punten: ik ben atletisch en kan goed springen. Ik weet waaraan ik nog moet werken: mijn armposities moeten zuiverder, cleaner.’

Floor Eimers danst tijdens het Gala Symphony in Three Movements (1972) van George Balanchine en tijdens de voorstelling Best of Balanchine III ook Who Cares? en Ballet Imperial (Nederlandse première). In oktober danst ze in Romeo & Julia van Rudi van Dantzig

Martin ten Kortenaar Beeld Sebastien Galtier

Martin ten Kortenaar (24), begon in 2014 bij de Junior Company, stroomde ieder jaar door naar een hogere rang, is per 1/8 tweede solist bij HNB.

‘Door blessures van anderen kon ik sneller doorgroeien dan ik had verwacht. Ik zeg altijd ja als iemand vraagt: ‘Kun je dit nog snel leren?’ Iedereen in het corps steunt elkaar. Als je geen promotie krijgt, denk je dat je het ook niet verdient. Natuurlijk gebeurt het dat dansers weggaan omdat ze bij een ander gezelschap meer kansen zien. Maar bij Het Nationale Ballet krijg je veel mogelijkheden om op te vallen. Er worden vaak gastchoreografen uitgenodigd, die zelf dansers mogen kiezen. Meer dan bij buitenlandse topgezelschappen.’

Martin ten Kortenaar danst tijdens Best of Balanchine IIIWho Cares? en Ballet Imperial. In oktober danst hij zijn droomrol in Romeo & Julia van Rudi van Dantzig.

Vincent Hoffman Beeld Gert Weigelt

Vincent Hoffman (29)

begon in 2010 als aspirant bij HNB, werd in 2011 élève en in 2012 lid van het corps de ballet. Was prominent in beeld tijdens de reality-serie Bloed, zweet en blaren (2014). Werd, mede door blessures, niet verder bevorderd bij HNB. Vertrok in 2015 naar Ballett am Rhein in Düsseldorf

‘Ik begon met een vliegende start bij Het Nationale Ballet en had het vier jaar ontzettend leuk. Toen kreeg ik blessures. Door die pech kon ik mij niet meer bewijzen. Het is net als met topsport; de angst om eruit te liggen is groot. Je moet niet gespannen met je lichaam hoeven omgaan. Ted was duidelijk over mijn promotiekansen. Om met een schone lei te beginnen, vertrok ik naar Duitsland. Ik werk nu nog harder; volgens de Duitse cao mogen we 6 lange dagen werken. Toch ben ik niet meer geblesseerd. Jammer dat in Duitsland niet met veel verschillende casts wordt gewerkt. Eén, hooguit twee. Bij een kleine bezetting komen maar enkele van de vijfenveertig dansers aan de beurt.Gelukkig zit ik daar meestal bij.’

Vincent Hoffman danst in september in Tokio en in oktober in Düsseldorf de rol van Benno in Het Zwanenmeer van Martin Schläpfer.

Rangen in het klassiek ballet, daterend uit de 19de eeuw

Aspirant: danst de kleinste groepsrollen in balletklassiekers, mag achterin meedoen met het corps de ballet. Contract voor 2 jaar. Wordt bij goed functioneren automatisch élève.

Bij Het Nationale Ballet is de rang van aspirant vervangen door deelname aan de Junior Company , bestaande uit 12 dansers tussen de 17 en 20 jaar. Een deel stroomt door naar het corps de ballet van HNB.

Élève: danst dezelfde kleine groepsrollen als aspirant maar mag vaker meedoen met het corps de ballet. Na een jaar kans op corps.

Corps de ballet: wordt eerst voor een jaar lid van het ensemble, daarna voor onbepaalde tijd, danst iedere balletklassieker, bijvoorbeeld rijen zwanen in Het Zwanenmeer alsook moderner repertoire, kunnen solistische bijdragen zijn. Het corps van HNB bestaat uit 17 vrouwen en 9 mannen.

Coryphée: aanvoerder corps, danst groepswerk en af en toe solistische rollen.

Grand sujet: solistische rollen en af en toe groepswerk

Tweede solist: je vertolkt half-solistische rollen, dat zijn solistische rollen in niet-klassiek repertoire of zware rollen in balletklassiekers, anders dan de titelpersonages.

Eerste solist: je vertolkt dragende titelrollen in Giselle, Romeo & Julia, Het Zwanenmeer, The Sleeping Beauty, De Notenkraker enzovoort. Je inspireert choreografen tot nieuw werk.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden