Klarinettist Ab Baars eert Amerikaanse leermeester door diens composities levend te houden 'Dit geeft een doorkijkje in John Carters brein'

Een aktentas vol ongeordende muziekstukken vormt de oorsprong van het John Carterproject van klarinettist Ab Baars. Hij was leerling van de overleden Amerikaanse componist en hoopt met zijn project te bewerkstelligen dat Carters werk 'niet verstart tot museumkunst'....

Van onze medewerker

Kevin Whitehead

AMSTERDAM

De Amerikaanse klarinettist en componist John Carter (1929-1991) hield niet van simpele oplossingen, daarvoor zat de wereld wat hem betreft te ingewikkeld in elkaar. Als het ging om de slavenhandel - waarover hij schreef naar aanleiding van zijn vijf lp's omvattende project Roots and Folklore: Episodes in the Development of American Folk Music - koesterde hij geen wrok over de manier waarop zijn voorouders werden behandeld. Eerder stemde het hem droevig dat Afrikaanse stamhoofden collaboreerden met de slavenhandelaren. 'Hij oordeelde nooit, maar registreerde alleen. Hij was een observator van algemeen menselijk gedrag', aldus zijn vriend en leerling Ab Baars.

Carter observeerde ook zichzelf, en wist van zijn fouten te leren. Als hij een verkeerde vingerzetting gebruikte en de klarinet een schrille noot produceerde, stopte hij om te achterhalen wat hij nu precies had gedaan toen hij die hoge toon blies. Op die manier wist hij het hoogste bereik van de klarinet met bijna een octaaf op te rekken.

De octet-arrangementen die Carter van zijn eigen stukken maakte (afgezien van de Roots and Folklore-serie ook het meesterwerk Fields uit 1988) waren een verlengstuk van zijn klarinetspel: houtachtige timbres, onaards hoge tonen en ruige, transparante klankweefsels. Zijn samenklanken waren uniek (hoewel er overeenkomsten zijn met de orkeststukken van Aaron Copland en Ornette Coleman): onopgeloste, hemelsbrede dissonanten, in wijdopen instrumentaties.

De Engelse musicoloog Wilfrid Mellers omschreef Amerikaanse muziek eens als 'het geluid van een hakbijl in de wildernis'. Die definitie geldt bij uitstek voor Carters werk. Net als Duke Ellington verwerkte hij Afro-Amerikaanse genres als country-blues, gospel, worksongs en kinderliedjes. Voor Amerikaanse zwarten van Carters generatie waren de tradities van het plattelandsleven nog onder handbereik, ook al woonden ze intussen in de grote steden. De trek van de zwarten naar de stad is ook een van de thema's van Carters serie Roots and Folklore, die werd voorafgegaan door de lp A Suite of Early American Folk Pieces for Solo-Clarinet.

Gezien Carters voorkeur voor het kleine en pretentieloze is het toepasselijk dat het John Carter-project van Ab Baars zijn oorsprong vindt in een aktentas vol ongeordend en deels onaf materiaal: partituren, losse partijen, bewerkingen van oude stukken, opzetten voor nieuwe stukken, en een aantal nieuwe klarinetvingerzettingen.

'Dit materiaal geeft je een doorkijkje in zijn brein', zegt Baars. 'Je kunt zien hoe zijn muziek zich heeft ontwikkeld. De vroege stukken uit de jaren zestig zien eruit en klinken als head arrangements, muziek die op het podium zijn vorm krijgt. De laatste stukken zijn heel open, schetsmatig en minder strak gestructureerd. De logica van zijn melodische lijnen is er groter in.

'Zijn muziek heeft weinig te maken met bebop - hij schreef zelden akkoordenschema's - maar is altijd heel bluesachtig. Dat geldt zelfs voor een stuk als And She Speaks, dat in feite meer wegheeft van kamermuziek dan van jazz of geïmproviseerde muziek.

'Carters stukken zijn geen typische klarinetcomposities, maar ze zijn gebaseerd op zijn eigen speltechniek, die gekenmerkt wordt door kleine chromatische reeksen, het gebruik van het allerhoogste register en van boventonen. Een aantal van de stukken deed me denken aan de oefeningen die hij me opgaf toen ik bij hem studeerde.'

In 1989 studeerde Ab Baars twee maanden lang klarinet bij Carter in Los Angeles. Baars' cd 3900 Carol Court uit 1992 is genoemd naar Carters huisadres. Diens allerlaatste optreden in Nederland was op het concert ter gelegenheid van de toekenning van de Boy Edgar Prijs aan Ab Baars, in 1989. In oktober vorig jaar keerde Baars terug naar Los Angeles, om er de papieren uit Carters nalatenschap te fotokopiëren. Zijn weduwe Gloria gaf hem haar zegen, zij het op een voorwaarde: doe ermee wat je wil, want zo zou John het hebben gewild.

Baars bewerkte de muziek voor zijn vaste trio met bassist Wilbert de Joode en drummer Martin van Duynhoven. Hun Carter-programma bevat dertien à veertien composities, vanaf de jaren zestig. Er is een viertal stukken bij dat nooit op plaat is opgenomen, en er worden delen uit Roots and Folklore ten gehore gebracht. Baars weet Carters gespierde fluittonen en minutieuze falsetto wonderbaarlijk dicht te benaderen - hij was een ijverige leerling, die dagelijks aantekeningen maakte - maar Carters composities worden zozeer getypeerd door talrijke in het hoogste register verknoopte melodielijnen, dat een trio voor een waardig eerbetoon toch wat krap bemand lijkt.

Maar geen nood: Baars heeft een aantal oplossingen bedacht. Soms versmelten klarinet en contrabas in dissonante akkoorden die Carter imiteren, en die door de verschillende boventonen van bas en klarinet extra dik klinken.

Andere stukken zijn van de grond af opnieuw opgebouwd, zoals

Shuckin' Corn. Op de lp Fields wordt het gespeeld door fluit, bas en een keyboard die iets speelt dat als een gesampelde viool klinkt. Baars speelt de melodie op tenorsax, het slagwerk neemt de simpele basfiguur voor zijn rekening, en de keyboard-partij wordt hoog op de bas gestreken.

Vaak, zoals in B.L.'s Delight, wordt de hoofdmelodie naar voren gehaald, zodat de melodische structuur van de compositie wordt blootgelegd. Luisteren naar Baars' gestroomlijnde Carter is alsof je een blik werpt in die aktentas met papieren, en glimpen van de aantekeningen van een ambachtsman opvangt.

In één geval ontdekte Baars zelfs een compositie binnen een compositie. Carters Enter from the East voor octet is een deinende, bonte mengeling van quasi-West-Afrikaanse percussie. Baars heeft daar een lome melodie voor tenorsax uit gedestilleerd, omgeven door zacht slagwerk en gestreken bas, in wat hij tijdens een repetitie een 'kamelentempo' noemde.

'Waar ik met dit project wil uitkomen, zit een beetje in de richting van het Monk-programma van de Instant Composers Pool', zegt Baars, die in de jaren tachtig meewerkte aan Misha Mengelbergs repertoire-project, waarin de ICP Monk op een zelfde manier heruitvoerde.

'Jazzmusici klagen soms over een gebrek aan een modern standaardrepertoire. Misschien dat projecten als dit, en wat Eric Boeren doet met Ornette Coleman en Joost Buis met Sun Ra, voor deze componisten hetzelfde kan betekenen als wat Mengelberg voor Monk en Herbie Nichols heeft gedaan: musici zo ver krijgen dat ze deze composities levend houden en niet laten verstarren tot museumkunst.'

Het Ab Baars Trio speelt John Carter. Bimhuis, Amsterdam (25 januari); Synagoge, Den Bosch (6 februari); Dodorama, Rotterdam (9 februari); SJU-podium, Utrecht (22 februari).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden