ColumnSylvia Witteman

Klaas en Plus lijken meer op Heer Bommel en Tom Poesdan toeval kan zijn

null Beeld

Een lezeres stuurde een merkwaardig stripboekje op: Avonturen van Klaas Volvet en zijn knechtje Plus. Op de voorkant het plaatje van een dikke man en een klein blond ventje, die met een overdreven hoeveelheid touw aan een paal zijn gebonden. Om hen heen danst een meute gitzwarte racistische karikaturen, gekleed in rieten rokjes, schaamlapjes en exotische hoofdtooien. Ze zwaaien lachend met speren. Op de achtergrond bevinden zich palmbomen en strooien hutjes. Hét cliché, kortom, van blanke helden die slachtoffer (dreigen te) worden van wrede, domme ‘wilden’.

Ik had het boekje nooit eerder gezien, maar bij het bladeren kwam het me toch vagelijk bekend voor. Het autootje waarin het kazige duo zijn avonturen beleeft, maakte een eind aan mijn twijfels: dat leek sprekend op Heer Bommels ‘Oude Schicht’ (een Spyker-two-seater) en ook Klaas en Plus lijken meer op Heer Bommel en Tom Poes dan toeval kan zijn.

Na enig speurwerk blijkt de strip inderdaad uit de studio van Marten Toonder te komen, al is zijn naam nergens in het boekje vermeld. Wél dat het is uitgegeven door het Nederlands Zuivelbureau en indertijd 20 cent kostte, maar ook het jaartal staat er niet bij (dat blijkt 1955). Marten Toonder maakte, kortom, reclame voor kaas. (Maar was hij nou wél of niet fout geweest in de oorlog?)

De strip is helaas helemaal niet leuk, een luie rip-off van de Bommelstrips met tot op de draad versleten thematiek als het zoeken naar een schat en verre reizen naar exotische landen, waar opvliegende inboorlingen tot inkeer gebracht kunnen worden met behulp van westerse waarden, in dit geval: kaas. ‘Boedi-roedi-raf-baf-wappelap-kwa-babi-boem-poem-habi-waf’, verklaart het opperhoofd (lippen groter dan de rest van zijn hoofd, tijgervel losjes rond de heup), wat door zijn adjunct behulpzaam wordt vertaald: ‘Hij zegt u meer kaas brengen – hij u vrij laat!’

Nou, dat is natuurlijk niet aan dovemansoren gezegd. Er staat gelukkig een kaashandel, midden in de wildernis. ‘Hier ruilt men kaas tegen goud, het beste voer! Vervangt mensenvlees!’ Er is sprake van een zeerover die zonder blikken of blozen beweert: ‘Ik schei er uit met zeeroven. Kaas is voordeliger’, en van een bandiet die een kamer vol mensen onder schot houdt onder het uitspreken van de tekst: ‘Allemaal handjes in de lucht! En jij daar, knaapje, geef me eerst een stuk kaas, want ik rammel van de honger!’

De stripjes zijn afgedrukt op oblongformaat, in zwart-wit, en elke aflevering van vijf of zes plaatjes wordt besloten met een kazige mededeling: ‘Flinke jongens eten kaas’, ‘In kaas zit meer dan je denkt’, ‘Kaas komt altijd van pas’ en het suggestieve ‘Voor een stuk kaas doe je alles!’

En ook: ‘Als je honger hebt, vraag dan een stukje kaas.’ Die laatste aansporing verbaasde me. Ik dacht dat kindertjes in de jaren vijftig geen honger hadden, maar ‘trek’, want ‘honger hadden we in de Hongerwinter’. Ook had ik altijd gedacht dat er indertijd niet tussen de maaltijden gegeten werd, zeker niet door kindertjes, die bij eventuele vragen uiteraard werden overgeslagen.

De beroemde slogan ‘kaas uit het vuistje’ werd bovendien pas tien jaar later gemunt (waar slaat dat ‘vuistje’ trouwens op? Kaas eet je tussen duim en wijsvinger, anders gaat je hele hand naar kaas ruiken) en zelfs Frau Antje was pas in 1960 voor het eerst te zien op de Duitse tv. ‘Guten abend, liebe Hausfrauen, heute zeig ich Ihnen Käsetoast Hawaii!’

Marten Toonder was, kortom, op kaasgebied zijn tijd ver vooruit. Maar was hij nou wél of niet fout in de oorlog?

Wie het weet mag het zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden