Interview

Klaar voor het grote werk

Nu hij bijna 40 is, moet hij bepaalde 'enge dingen' toch maar eens gaan doen. Vindt de altijd twijfelende acteur Eelco Smits. Zoals zijn eerste monoloog spelen.

Karolien Knols
Eelco Smits:'Ik dacht ineens: ik ben nu de oude garde.' Beeld Aisha Zeijpveld
Eelco Smits:'Ik dacht ineens: ik ben nu de oude garde.'Beeld Aisha Zeijpveld

Praten met acteur Eelco Smits (38) is hard werken. Hij spreekt in korte zinnen die worden gevolgd door stiltes. Dan zit hij een beetje voorovergebogen en denk je: wat gaat er allemaal in dat hoofd om, waarom komt het er niet uit? Hij zegt: 'Dat... dit... ja... ik weet het niet, hoe moet ik het uitleggen.'

Hij zegt uiteindelijk heel veel.

Kijken naar Eelco Smits is kijken naar een poster van zijn voorstelling aan de muur van de Stadsschouwburg in Amsterdam. Daar zit hij, naakt, op zijn knieën gezakt, een getormenteerde blik in de ogen - een eenzame man.

Far Away

Song from Far Away is de titel van de monoloog die Smits komend seizoen voor Toneelgroep Amsterdam speelt, zijn eerste sinds hij in 2005 bij het gezelschap begon. De tekst werd speciaal voor hem geschreven door Simon Stephens, een van de meest gevraagde Britse theaterschrijvers van dit moment.

Wie hem nooit eerder in het theater heeft gezien - als Kostja in De meeuw, Oswald in Spoken of recentelijk als Henri VI in Kings of War - kent hem misschien als Thomas, telg uit de familie De Winter uit de dramaserie Bloedverwanten.

Zijn personages hebben vaak net als hij iets weifelends. Praat collega Ramsey Nasr bij Eva Jinek honderduit over zijn rol in Kings of War, dan zit Smits naast hem op zijn handen. Staat hij op het podium naast een acteur met zo'n houding van: dames en heren, wat heerlijk voor u dat ik er ben, dan is hij jaloers, ja, maar hij vindt het ook leuk. 'Want ze hebben gelijk, ze zíjn leuk, en hun instelling levert ook nog eens veel op.'

Meer dan als je op je handen zit.

'Ik weet het niet. Wij moeten er ook zijn. En als Ivo zegt: je mag een monoloog doen, dan zeg ik niet: nee, nee, laat maar, geef die rol maar aan een ander. Zo is het ook weer niet.'

Hij is net terug van vakantie. In zijn eentje met een tent door Zweden, zijn tekst repeteren. 'Heel veel tekst, het stuk duurt zeventig minuten.' Vissen vangen in een rivier en intussen hardop beginnen te praten: 'Een doodgewone dag. Je staat op. Je haalt een koffie. Je hebt geen tijd om thuis te ontbijten dus haal je zo'n soort banaanyoghurtding bij een deli op de hoek van Chambers Street en Church bij een gast die iets heeft wat je alleen maar kunt omschrijven als een gebroken oogkas en de winterzon komt op boven de Hudson en elke jongen ziet er fantastisch uit in de ijskoude ochtendlucht en de wereld ruikt naar koffie en mint en leer en New York is in zijn schittering bevroren.'

Scène uit Song from Far Away. Beeld Jan Versweyveld
Scène uit Song from Far Away.Beeld Jan Versweyveld

Stephens: rauw, hard, lyrisch

Simon Stephens (1972) is een van de meest getalenteerde schrijvers van zijn generatie. Zijn toneelteksten - Motortown, Pornography, Harper Regan - zijn vaak brutale familieportretten: rauw, hard, maar ook lyrisch en optimistisch van toon. Voor Toneelgroep Amsterdam maakte hij in 2010 de voorstelling The Trial of Ubu, over een oorlogsmisdadiger. In hetzelfde jaar gaf hij een workshop aan Nederlandse theaterschrijvers, onder wie Rik van den Bos. Die vertaalde Song from Far Away in het Nederlands: 'Een stuk dat Nederlands en werelds tegelijk is, een liefdevol verhaal over ontworteld zijn en het zoeken naar een thuis.'

Hoe krijg je een succesvolle Britse theaterschrijver zo ver dat hij een monoloog voor je schrijft?

'In 2010 had Ivo van Hove al gezegd dat hij graag weer een kleine voorstelling wilde maken, iets als La voix humaine, de monoloog van Halina Reijn. Daar had hij mij voor op het oog. Het idee is blijven liggen; intussen had Simon een workshop gedaan met jonge Nederlandse theaterschrijvers, en ik las daar de tekst voor. In het Engels. Dat ging goed.

'Oorspronkelijk zou het verhaal over Amsterdam gaan. Over een man in een pak die werkt op de Zuidas. Simon is twee dagen door een vriend van me die de stad goed kent op sleeptouw genomen. Werd ik gebeld: heb je zin om aan te schuiven? Maar ik ben niet ontzettend sociaal handig. En Simon is een joviale, beleefde Brit. Hij heeft me niks gevraagd. Nou ja, alleen wat mijn lievelingsmuziek was. Maar verder helemaal niks.'

In Song from Far Away speelt hij Willem, Amsterdamse expat in New York, 34 jaar, bankier, homoseksueel. Op een dag wordt hij gebeld: zijn jongere broer Pauli is overleden, hij moet terug voor de begrafenis. Móét, ja - het wordt al snel duidelijk dat Willem tegen niets zo opziet als zijn familie onder ogen komen.

Hoe weet hij dit?, dacht Smits toen hij de tekst las. Hij herkende er zo veel in van zichzelf. Niet echt intimiteit kunnen aangaan, hoe je los moet komen van je ouders, hoe het voelt om een relatie te hebben verbroken en te denken: hoe was mijn leven geweest als ik bij hem was gebleven?

Volgens Simon Stephens gaat het stuk over verlies.

'Het gaat over iemand die niet weet wat thuis is. Die zwerft, maar niet bestaat. De eenzaamheid daarvan. Het hele stuk werkt toe naar een ontmoeting met zijn ex, na de begrafenis van zijn broer. Ze hebben elkaar twaalf jaar niet gezien, hij zit tegenover hem in een café, zijn ex straalt in alles uit dat het hem goed gaat, en hij wil zeggen: 'Je bent de enige persoon in de hele wereld van wie ik vind dat hij nog een beetje normaal is.' Maar hij zegt: 'Ga je mee naar mijn kamer?' Dat gevoel: eindelijk thuis, en dan is het te laat. Dat vind ik afschuwelijk. Mooi ook.'

De eerste repetities waren een jaar geleden. In New York, bij Ivo van Hove en Jan Versweyveld thuis; ze waren er voor Scènes uit een huwelijk en Van Hove had gezegd: kom tussendoor even, een paar dagen. 'Ik vond het zo eng dat ik de tekst er doorheen heb gejast. Terwijl het hele proces van een monoloog draait om rust nemen. Plaats innemen. Je hebt geen tegenspelers. Geen interactie. Het engste is: het publiek komt straks om zeventig minuten naar mij te kijken. Ik moet alles veroveren, en alles bepalen: het ritme van de voorstelling, hoe lang het applaus duurt. Dat is een enorme verantwoordelijkheid, en die had ik nooit eerder zo gevoeld.'

Eelco Smits in Song from Far Away. Beeld Jan Versweyveld
Eelco Smits in Song from Far Away.Beeld Jan Versweyveld

Je speelt tien jaar bij Toneel-groep Amsterdam. Toen Karina Smulders tien jaar bij het gezelschap zat, heeft ze tegen Ivo van Hove gezegd: komen nu de grote rollen of moet ik altijd het jonge ding van het ensemble blijven? Herken je dat?

'Ik heb mezelf heel lang gezien als iemand die hier stage liep. Maar toen het vorige seizoen begon, met nieuwe acteurs en nieuws stagiairs, dacht ik ineens: ik ben oude garde. Ik ben niet meer die jonge acteur die maar wat doet - met heel veel gein en spelplezier, maar toch: een onbewust iemand. Ik ben bijna 40. De jongejongensrollen, dat moeten anderen nu doen. Wat ervoor in de plaats gaat komen: ik weet het niet. Ik heb veel dromers en dichters gespeeld. Twijfelaars. Nu ook, met Willem, en met Henri VI in Kings of War: allebei mannen tegen wie je zou willen zeggen: kom op, ga er nou eens voor stáán.'

It's not where you are, it's where you disappear. Dat is een zin in een nummer dat Willem steeds hoort.

'Mooi is dat hè?'

Wat betekent het?

'Of je leven de moeite waard is geweest op het moment dat je doodgaat. Er zit nog zo'n zin in het stuk: we bestaan in de stiltes tussen de geluiden die we maken. Ook zo mooi. Willem is er niet. Hij is iemand die niks doet. Dan maakt het niet uit of je leeft of sterft.'

Op zijn eigen ijskast hangt een stukje tekst uit het Ibsen Museum in Oslo: 'Verantwoordelijkheid is het allermoeilijkste in het leven, maar ook het enige dat het zin geeft.'

Hij zegt het op de valreep: 'Ik ben vader geworden dit jaar.' Hij is er hartstikke blij mee, maar hij twijfelt of hij het erover kan hebben: zijn zoon groeit op bij zijn twee moeders, hij heeft geen verantwoordelijkheid voor hem maar ziet hem geregeld. Het kan bijna geen toeval zijn dat het kind werd geboren op de dag dat hij naar New York vloog om aan zijn eerste monoloog te beginnen. 'Mijn leven ligt nu naast dat van iemand anders. Ik wil iemand zijn voor wie hij zich niet hoeft te schamen. Dus: geen gezeik. We doen het. We dóén het.'

Song from Far Away, Stadsschouwburg, Amsterdam, première 19/8. In september speelt Smits het stuk drie weken in het Young Vic in Londen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden