Kirk Douglas. Foto uit 1957.

PostuumKirk Douglas (1916 - 2020)

Kirk Douglas: van zoon van de voddenman tot Spartacus

Kirk Douglas. Foto uit 1957.Beeld BSR Agency

Hij werd geboren als Issur Danielovitch, maar werd Kirk Douglas. De macho-acteur uit Spartacus en pensioenweigeraar overleed woensdag op 103-jarige leeftijd.

Hij werd geboren op 9 december 1916 en groeide op in het armste gezin van een toch al arme straat. Vader Herschel, voorheen paardenhandelaar in Wit-Rusland, werkte na de oversteek naar Amerika als voddenman onder zijn nieuwe naam Harry Demsky. Moeder Bryna, afkomstig uit een Oekraïense boerenfamilie, bleef haar leven lang analfabeet. Zes dochters kregen ze: Pesha, Kaleh, Tamara, Hashka, Siffra, Rachel, en die ene zoon. Issur was niet enkel sterker en slimmer dan zijn leeftijdsgenootjes, maar ook virieler, getuige zijn memoires: hij turfde zijn vele (beroemde) veroveringen in zijn even onbescheiden als amusante autobiografie The Ragman’s Son, een bestseller uit 1988. Te beginnen bij zijn lerares Engels, die haar pupil – toen 14 – meer bijbracht dan liefde voor poëzie en taal. Zij spoorde hem aan zijn acteursdroom na te jagen; Issur speelde als kind eens schoenmaker in De elven en de schoenmaker van Grimm, het applaus beviel.

Izzy (zijn roepnaam) was een getalenteerd worstelaar op zijn middelbare school, verdiende zo een beurs en kreeg als ambitieus student veelvuldig te maken met antisemitisme. Dat hij er níét Joods uitzag, die opmerking viel hem altijd weer ten deel, noteerde Douglas in zijn memoires. En nooit wist hij hoe te reageren.

Dat (Joodse) acteurs en muzikanten zichzelf opnieuw uitvonden op hun weg naar faam was iets normaals. Izzy’s klasgenoot aan de New Yorkse theateracademie, Betty Joan Perske, noemde zich voortaan Lauren Bacall. En Izzy op zijn beurt koos voor Kirk Douglas, zonder al te veel overpeinzingen. Dat klonk Schots, voldoende Angelsaksisch. Kort voor hij bij de marine ging, opgeroepen voor de Tweede Wereldoorlog, werd de naamsverandering officieel bekrachtigd. Zijn vriendinnetje en eerste echtgenote actrice Diana Dill (moeder van zonen Michael en Joel Douglas) sierde in de oorlogsjaren het tijdschrift Life als covermodel. Kirk pochte ten overstaan van zijn strijdmakkers: dat was zíjn meisje. In 1941 raakte hij gewond toen een voor een Japanse onderzeeër bedoelde dieptebom onvoldoende diep afging. 

Kirk Douglas in Spartacus, 1960.Beeld BSR Agency

Eerste filmauditie

Toen Douglas terug was in Amerika hielp Bacall – inmiddels doorgebroken – hem aan een eerste filmauditie, die direct leidde tot een substantiële rol in de film noir The Strange Love of Martha Ivers (1946). Kirk viel op: prominente jukbeenderen, neus waar je een liniaal langs kon leggen, dat deukje in de kin. Al was de debutant zelf achteraf ontevreden: men castte hem als drankzuchtige slapjanus, niet als held. Vastbesloten zijn prille Hollywoodimago om te vormen, sloeg Douglas een lucratief studioaanbod af om in te zetten op een rol als geharde bokser in de kleinschalige productie Champion, een onverwachte hit in 1949. De acteur trok bij de auditie direct zijn T-shirt uit, als bewijs voor z’n fysieke geschiktheid voor de rol van tough guy. Het leverde hem een eerste Oscarnominatie op, vlot gevolgd door een tweede (The Bad and the Beautiful, 1952) en derde, voor zijn vertolking als Vincent van Gogh in Lust for Life (1956).

De rol van gekwelde schilder kwam hem op kritiek te staan van John Wayne. Die sprak zijn collega erop aan tijdens een feestje: verdomme Kirk, hoe kun je dat doen? Er zijn er al zo weinig van ons over, we moeten sterke personages spelen, niet van die zwakke mietjes! Douglas, die de conversatie optekende in zijn memoires, antwoordde dat het maar een rol was, dat hij acteerde. Jij bent ook niet echt John Wayne, grapte Douglas. Dat begreep Wayne niet.

Terwijl jongere acteurs als Marlon Brando en James Dean de gangbare acteerstijl in de jaren vijftig vernieuwden en verfijnden, legde Douglas het er nog dikker bovenop. Hij was nooit de beste acteur van zijn tijd, maar speelde memorabele rollen als de omstandigheden in de film aansloten bij zijn nadrukkelijke, soms overgeconcentreerde spelstijl. Zoals zijn getergde Franse officier in Stanley Kubricks anti-heroïsche oorlogsdrama Paths of Glory (1957). Een man van graniet, die zonder met zijn ogen te knipperen door de loopgraaf draaft terwijl het bommen regent, maar er niet in slaagt drie voor het vuurpeloton geplaatste manschappen te beschermen.

Douglas in de film Spartacus (1960).Beeld BSR Agency

Productiebedrijf

Douglas was eigengereid. Hij initieerde films, bemoeide zich met het productieproces, nam risico’s. In een tijd waarin acteurs nog beschouwd werden als studio-eigendom, richtte hij zijn eigen productiebedrijf op: Bryna Productions, vernoemd naar zijn moeder. Zo tilde hij – naast Paths of Glory en het spektakel The Vikings (1958) – ook die onomstotelijke klassieker in zijn negentig speelfilms rijke oeuvre van de grond: Spartacus, over de Romeinse slaaf die in opstand komt. Al na een week filmen ontsloeg hoofdrolspeler en coproducent Douglas de ervaren regisseur Anthony Mann, om de in Hollywood nauwelijks bekende Kubrick naar voren te schuiven. 

Douglas beschouwde de film als zijn eigendom en reed te paard op de set in op de 30-jarige vervanger toen die zonder overleg een scène had geschrapt; ‘Hé, Eisenstein!’ Als hij een beetje nederiger zou worden, verklaarde Douglas na afloop van de opnamen, kon Kubrick een groot regisseur worden. Ze zouden nooit meer samenwerken.

Kirk Douglas en Woody Strode in Spartacus, 1960.Beeld BSR Agency

Spartacus schreef ook op politiek vlak filmgeschiedenis. De kolossale bioscoophit uit 1960 markeerde het einde van de fameuze zwarte lijst en het beroepsverbod van de Hollywood ten. Dat tiental geëxcommuniceerde scenaristen kon enkel nog onder schuilnaam werken als gevolg van de communistenjacht onder senator McCarthy. Dankzij persoonlijke bemoeienis van Douglas, die zich anders dan veel collega’s niet zo makkelijk liet koeioneren door de nukken van de tijd, werd Hollywoods sterscenarist Dalton Trumbo weer in ere hersteld, met vermelding op de aftiteling van Spartacus.

Douglas regisseerde zelf twee speelfilms: de westerns Scalawag (1973) en het betere Posse (1975), een post-Watergate vertelling over corrupt gezag, met Douglas in de rol van foute US Marshall met politieke ambitie. Die flirt met het regievak viel samen met de grootste deceptie van zijn carrière. Niet hij, maar Jack Nicholson mocht opruier McMurphy spelen in de verfilming van One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975). Kirk, die de rol in de jaren zestig op Broadway gestalte gaf, schonk de rechten op de verfilming van het boek van Ken Kesey aan zoon Michael, die er prompt een Oscar mee won als producent. De studio vond vader Douglas echter te oud voor de hoofdrol, zo ging het verhaal. Ook vier decennia later zou Kirk zijn zoon er nog op aanspreken.

Kirk en zoon Michael Douglas in 2005.Beeld BSR Agency

Geen vrijwillig pensioen

Halverwege de jaren tachtig nam zeventiger Douglas zijn status als harde man nog eens in reprise, samen met kompaan Burt Lancaster in de actiekomedie Tough Guys, over twee herintredende oud-criminelen. Inmiddels regeerde zoon Michael (thans 75) over Hollywood. Die paste beter bij de tijd: nog wel macho en voorzien van Douglas-kindeuk, maar ook zachter en minder onverbiddelijk dan zijn vader.

Vrijwillig met pensioen gaan kwam nooit in zijn hoofd op. Een helikoptercrash (1993) beschadigde Kirks rug, een hersenbloeding (1996) zijn spraakvermogen, maar intensieve spraaktherapie maakte hem weer verstaanbaar, een beetje althans, en hij acteerde gestaag door: als oud-bokser in Diamonds (1999), als stervende Hollywoodregisseur in Illusion (2004). Afgrijselijk slechte films, maar toch: films.

Ook was er It Runs in the Family, een weeïg en larmoyant, maar binnen de Douglas-dynastie toch opmerkelijk melodrama uit 2003. Met naast pater familias Kirk ook diens ex-vrouw Diana, die hem in na de scheiding gepubliceerde memoires nog omschreef als ‘seksverslaafd roofdier’. En behalve met zoon Michael ook met kleinzoon Cameron (37), die een straf uitzat wegens meerdere drugsvergrijpen. Privé was er vaker drugsleed: Douglas’ vierde zoon Eric uit zijn tweede huwelijk overleed aan een overdosis in 2004. Het was niet makkelijk om zijn zoon te zijn, redeneerde de ster in een van zijn memoires (hij publiceerde er vijf). Zijn kinderen waren geboren in weelde, gewend aan luxe. Eigenlijk kon je het leven maar beter beginnen als zoon van de voddenman, redeneerde Kirk/Issur. Dan moest je wel opklimmen.

Het beste van Kirk Douglas:

Champion (1949)

Zwart-wit boksnoir, met Douglas in zijn doorbraakrol (Oscarnominatie) als antiheld en gedesillusioneerde prijsvechter Midge Kelly.

Ace in the Hole (1951)

Minder bekende, maar goed gerijpte mediasatire van Billy Wilder, met Douglas als cynische en alcoholistische reporter, die zijn eigen nieuwsstroom orkestreert en manipuleert.

Paths of Glory (1957)

Rechtbankdrama en antioorlogsfilm van Stanley Kubrick over de loopgravenellende in WOI, met Douglas als verbeten en rechtschapen kolonel Dax, die zich tracht te verzetten tegen zijn onmenselijke Franse meerderen. De Fransen konden er niet om lachen: de film werd er niet uitgebracht in de bioscoop.

Spartacus (1960)

Zijn bekendste, nog altijd imponerende filmepos, als de fiere slaaf met driehoekstorso en mal gladiatorenkapsel. Een eenduidige rol, maar geen ander acteur kon zo krachtig voor de dag komen. Als iemand de Romeinen kon verslaan, dan toch Kirk.

Lonely Are the Brave

Douglas speelde in diverse westerns, maar was daarin nooit beter dan als de non-conformistische cowboy Jack Burns, die zich niet meer thuis voelt in de cowboywereld. Zijn beste rol, vond Kirk zelf. Maar deze door Dalton Trumbo geschreven western uit 1962 was, zoals meer van Douglas beste films (Paths of Glory, Ace in the Hole), geen kassucces.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden