Kippenvel op de muren, eieren op het dak De Dali-driehoek in Spanje is compleet

Bij zijn dood in 1989 liet de Spaanse surrealist Salvador Dalí voor zijn bewonderaars liefst drie bedevaartsoorden achter. Er was het veertiende-eeuwse kasteel van Púbol, waar zijn vrouw Gala begraven ligt, daarnaast het Dalí-mausoleum in Figueres, en natuurlijk Portlligat, waar het echtpaar in 1930 een vissershut kocht....

DE MARKIES van Púbol ontving het gemene volk gezeten op zijn blauwe troon. De eigenlijke troon is goudkleurig en door de markies persoonlijk voorzien van een opgaande zon. Maar hij staat op een blauw podium, twee treden hoog, tussen vergulde pilaren, twee wakende leeuwen aan zijn voeten. Het blauwe doek dat de achtergrond van dit decorstuk vormt, is bekroond met het familiewapen van de markies: drie hermelijnstaartjes onder een heuse kroon.

In Portlligat provoceerde de koning van de zelfpromotie zijn gasten met een enorme pik: het door hemzelf ontworpen zwembad in de vorm van een buitenmaats mannelijk geslachtsdeel. Hier, op het dak van zijn huis, haalde hij het beste van de entertainer in zich naar boven om binnenvallende groten van het amusement, de politiek en het geldwezen te verpozen.

In Figueres verwelkomt het genie zijn adepten vanonder een onverwacht simpele grafsteen. Het Teatro-Museo is de bekroning van zijn levenswerk. Een wild museum dat hij eigenhandig inrichtte en dat in de allereerste plaats een monument voor hemzelf diende te zijn. Vlak voor zijn dood besloot hij dat hij er ook maar begraven moest worden, waarmee hij tevens zijn eigen mausoleum creëerde.

Het zijn drie gezichten van de ontelbaar vele waarmee Salvador Dalí zich aan de wereld presenteerde. Ze zijn in leven gebleven op de plaatsen waar hij woonde en waar hij het grootste deel van zijn omvangrijke werk maakte. De exhibitionist Dalí zou verguld zijn bij de gedachte dat kunstliefhebbers en toeristen dag in dag uit door de intiemste plekken van zijn leven banjeren. De Catalaanse kunstenaar mocht zijn privéleven graag op de stoep leggen en vervolgens de fotografen bellen.

De Triángulo Daliniano is in ere hersteld: de Driehoek van Dalí. Jarenlang moesten de liefhebbers het doen met het Teatro-Museo in de stad Figueres, het museum met kippenvel op de buitenmuren en eieren op het dak. Dat was niet misselijk natuurlijk, maar er was zo veel meer. Eindelijk, na vele jaren van ontoegankelijkheid en van restauraties, mag men zich daaraan vergapen. Vorig najaar werd Púbol, het kasteel dat Dalí zijn vrouw en muze Gala cadeau deed, geopend voor het publiek. En nu mogen we zelfs Portlligat betreden, sinds 1930 de residentie van de kunstenaar en de enige plaats waar hij zich werkelijk thuis voelde.

Een tocht langs de twee nieuwe punten van de Driehoek van Dalí is een merkwaardige ervaring. Het is alsof je dwars door het werk van de schilder heen loopt. Het huis in Portlligat en het kasteel van Púbol zijn bezaaid met objecten die je onmiddellijk herkent: je zag ze eerder op de schilderijen van de meester, die voor het invullen van zijn visioenen vaak letterlijk dicht bij huis bleef. De baai met de zee en de rotsen, die op tientallen werken van Dalí te zien is, blijkt gewoon het uitzicht te zijn vanuit het atelier en de huiskamer in Portlligat.

Salvador Dalí woonde in Portlligat tot de dood van Gala op 10 juni 1982. Het lichaam van de vrouw die zijn leven domineerde, werd overgebracht naar het kasteel van Púbol en daar in de kelder bijgezet. De schilder bleef haar gezelschap houden in de vertrekken boven, tot hij twee jaar later bij een brand in zijn kamer ernstig gewond raakte. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis nam Dalí zijn intrek in de Torre Galatea, de toren van zijn theater-museum in Figueres. Daar bleef hij tot hij, 87 jaar oud, op 23 januari 1989 overleed. Hij werd begraven onder de koepel van zijn eigen monument.

De discussie over de ware grootheid van Salvador Dalí is nog altijd niet afgerond, al schijnt de Britse historicus Ian Gibson in zijn binnenkort te verschijnen 'definitieve' biografie een lans te breken voor Dalí's kwaliteiten als schrijver. Rond het werk van Dalí heeft altijd een geur van slechte smaak en dilettantisme gehangen, niet in de laatste plaats veroorzaakt door de levenslange performance van de maker.

Dalí was de uitvinder van de zelfpromotie en van de merchandising, niet alleen van zijn werk, maar ook van zijn leven zelf. De uitbater van het principe van de kunst als commercie en commercie als kunst. Zijn oude maten uit de surrealistische periode keerden zich snel van hem af. Avida dollars was het anagram dat André Breton uit Dalí's naam maakte: dollargraaier.

Hij was de poseur die voortdurend het genie uithing, zijn leven beschouwde als een kunstwerk en van het shockeren een van zijn hoofddoelen maakte. Vriend van de Spaanse dictator Franco en gastheer van de internationale jetset. Exhibitionist en clown. In de adelstand verheven door koning Juan Carlos. Zijn leven was een groot theaterstuk, tot het bittere einde. Het is niet meer dan logisch dat de Marqués de Púbol y Dalí voor de eeuwigheid is bijgezet in zijn eigen theater in Figueres.

Voor zijn publiciteitsgeile levensavontuur vond hij de perfecte partner in Gala. Een Russische die voluit Dimitrievna Diakonova heette en die de schilder volledig in haar ban hield. Zij kwam in Portlligat op bezoek als de vrouw van de Franse dichter Paul Eluard en besloot zich onmiddellijk over te geven aan Dalí. Gala werd de allesbeheersende factor in Dalí's leven en zijn werk is ondenkbaar zonder de honderden afbeeldingen van de vrouw. Dalí en Gala beschikten echter over dermate grote ego's dat ze uiteindelijk twee huizen nodig hadden.

Portlligat mag zich nauwelijks met de naam gehucht tooien. Het is een vlek op een kilometertje van Cadaqués, een van de laatste tamelijk onbedorven juwelen van de Costa Brava. Cadaqués heeft het geluk gehad niet over stranden te beschikken en slechts bereikbaar te zijn via een moeizame slingertocht door de bergen. Portlligat is de baai om de hoek, nog geïsoleerder en tot voor kort alleen te bereiken per boot of te voet over een stoffig pad. Hoewel er een handjevol huizen aan het water staan en er achter de berg zelfs een hotel met zwembad is verrezen, is heel Portlligat feitelijk niet veel meer dan het huis van Dalí.

Op deze verlaten plek kochten Dalí en Gala in 1930 een van de hutten die door de lokale vissers als uitvalsbasis werden gebruikt. Dalí zocht het isolement, ver weg van zijn familie (zijn vader was notaris en een van de notabelen van Figueres) en van de beau monde die hem het werken onmogelijk maakten. De baai met zijn kale rotsen was de ideale locatie voor Dalí, die het uitzicht tot kunst verhief. Een typerende zet van de schilder was dat hij het voor elkaar kreeg dat generaal Franco in 1953 de baai bij decreet tot 'schilderachtig landschap' verklaarde.

Franco was een uitgesproken fan en wist bovendien van wanten. De dictator kon zelf een aardige kwast op het linnen zetten, als we Antonio Olano mogen geloven. Olano deed eerder dit jaar een poging tot het schrijven van een nieuwe Dalí-biografie, maar het resultaat heeft meer weg van een lofzang op de dictator en diens artistieke gaven en uitgelezen cultuurpolitiek. Salvador Dalí figureerde daarin als paradepaard.

De bescheiden éénkamerhut in Portlligat werd een huis als een levend wezen: het groeide en groeide. Dalí en Gala kochten de aanpalende hut en verbonden de twee. Toen ze er drie hadden, besloten ze er een verdieping op te zetten. Zo dijde het huis in de loop der tijd continu uit, zowel landinwaarts als naar boven. Wat de liefhebber nu kan bezoeken, ziet er van buiten uit als een enorm wit Moors paleis, en van binnen als een kasjba, een labyrint van kleine kamertjes en kromme trappetjes. Alleen de ramen van het atelier zijn groot, ze laten de baai van Portlligat en de Cap de Creus in hun volle glorie zien. Hetzelfde beeld doemt op achter de ramen van de salon en die van de slaapkamer. Dalí kon bijna niet anders dan de baai herhaaldelijk als achtergrond in zijn werk gebruiken.

Direct bij binnenkomst breek je je nek over een opgezette ijsbeer, zwaar behangen met kettingen. Pal ernaast een opgezette uil. Wandelend door het huis waan je je in een voormalige dierentuin: de tent is gesloten omdat de eigenaar in zijn enthousiasme alle beesten blijkt te hebben opgezet. In de salon drie zwanen plus een grote adelaar. Boven onder meer een jonge stier. Hier een kop van een mouflon, kunstig tot een ietwat wanstaltig sieraad bewerkt. Daar allerhande horens die uit de muur steken.

Dalí's obsessie is zo sterk dat het nog verbaast dat hij zichzelf niet heeft laten opzetten. Dat hij nu niet onder die grauwe zerk in het Teatro-Museo zou liggen, maar in vol ornaat met priemende puntsnor de museumbezoeker zou verwelkomen. Het idee moet beslist door zijn hoofd hebben gespeeld.

De inrichting van het huis in Portlligat is een allegaartje. Door de kunstenaar vervaardigde tafels en stoelen, sieraden en beeldjes zijn gemengd door ruime hoeveelheden knuffels, speelgoedlammetjes, teddybeertjes, en niet te vergeten madonna's. Dit is het geëigende terrein van Dalí: het schemergebied tussen kitsch en grotesk, dat hij betreedt met een bloedserieus gezicht en veel getheoretiseer, maar altijd is er de ondertoon die suggereert dat je door het genie in de maling wordt genomen.

In de jaren vijftig groeide de thuisbasis van de schilder uit tot het feestoord van de jetset aan de Costa Brava. Dalí speelde gastheer en entertainer voor figuren als Walt Disney, de Hertog van Windsor, de Italiaanse ex-koning Humberto, multimiljonairs als Arturo López en Niarchos. In later jaren, toen zijn ster nog verder gerezen was, schiep hij er behagen in Spaanse ministers met loslopende hippies te mengen. Hoe wild hij het ook maakte, de gasten bleven komen. Ze wilden erbij horen, en bovendien, Dalí was nu eenmaal bijzonder onderhoudend.

Zijn laatste gril was het aanleggen van het indecente zwembad. Het terras eromheen vulde hij met wanstaltige fonteintjes, vol zwaantjes en porseleinen stierenvechtertjes. In het centrum een installatie van een paar grote roze lippen (de bekende zitbank, die hij goed te gelde had gemaakt) omzoomd met Pirelli-borden, enkele lantaarnpalen en een Spaanse telefooncel.

'Ik heb er eens goed over nagedacht', sprak Dalí in 1969 tot zijn vriend en administrateur Emili Puignau, 'ik ga een kasteel kopen voor de señora.' In een heel ver verleden had hij Gala ooit een kasteel beloofd en nu was het moment gekomen de belofte in te lossen. De keuze viel uiteindelijk op Púbol, een ruïne uit de veertiende eeuw ten zuiden van Figueres. 'Een smakelijk kasteel', in de woorden van het genie.

Het idee was Gala een onderkomen te verschaffen waarin zij zich zou kunnen terugtrekken. De ego's van Gala en Dalí zaten elkaar in toenemende mate in de weg en een huis extra leek de oplossing. Bovendien kon Gala ongehinderd haar gang gaan met haar jonge minnaars, die ondanks haar leeftijd van 74 jaar de deur nog altijd plat liepen. Gala accepteerde het geschenk op voorwaarde dat haar man haar nimmer zou bezoeken zonder schriftelijke uitnodiging. In de tien jaren die Gala (met onderbrekingen) op kasteel Púbol woonde, mocht Dalí niet één keer een invitatie ontvangen.

Hoewel de inrichting van het Teatro-Museo in Figueres veel van zijn energie vergde, zette Dalí zich onvermoeibaar aan de decoratie van Púbol. De ruïne werd slechts ten dele opgeknapt, de staat van verval paste exact bij de ideeën die het echtpaar had over het nieuwe optrekje. Dalí produceerde een groot doek voor het plafond van de ontvangsthal, waar later de troon van de markies kwam te staan.

Púbol is een stuk soberder dan het uit zijn voegen gegroeide poppenhuis in Portlligat. Maar de meester is er ook hier in geslaagd zijn bekende sfeer op te roepen. De pure kitsch is in de minderheid, maar het blijft een bonte mengeling van sjiek en namaak-sjiek, van fraai vormgegeven ronde haarden en pathetische hemelbedden van blauw en donkerrood satijn, van prachtige Dalí-tekeningen op perkament en een smakeloos porseleinen servies. De herinnering aan Portlligat wordt levend gehouden door bossen siemprevidas (altijd levenden), droogbloemen die in alle vertrekken van de plafonds naar beneden hangen.

En er staat een paard in de gang. Toen de restauratie van Púbol bijna klaar was, gaf Salvador Dalí een van zijn fameuze persconferenties, waarin hij liet weten bereid te zijn geschenken voor de inrichting van het kasteel te accepteren. Het eerste kwam van een vriend die hem een opgezet wit paard cadeau deed. Het paard, dat later als model diende toen Dalí een ruiterportret van Franco's kleindochter vervaardigde, kwam beneden in de gang van Pubol terecht. In het vertrek erboven plaatste Dalí een glazen tafel: door de tafel en het gat in de grond heen, kun je het paard zien.

In de garage vinden we de beroemde Cadillac met het nummerbord van Monaco. De wagen maakte zijn laatste rit op 10 juni 1982, om het lichaam van de overleden Gala van Portlligat naar Púbol te vervoeren. Dalí mocht het kasteel nu wel betreden en bleef er twee jaar hangen. Op het eind van zijn leven gaf hij echter de voorkeur aan het Teatro-Museo. Daar stierf hij na een lange lijdensweg midden tussen zijn culturele erfgoed. Een uitgebreide collectie, die het Teatro-Museo tot een van de leukste musea ter wereld maakt. Maar zijn belangrijkste kunstwerk, zijn leven zelf, hield op te bestaan. De voorstelling Salvador Dalí was voorbij.

Casa-Museu Salvador Dalí, Portlligat. Maandag gesloten. Reserveren verplicht. Telefoon (972-)258063. Entree 1200 peseta (¿ 17,-).

Castel Gala Dalí, Púbol. Maandag gesloten. Entree 600 peseta (¿ 8,50).

Teatro-Museo Dalí, Figueres. Maandag gesloten. Entree 1200 peseta (¿ 17,-).

Antonio D. Olano: Dalí, Las Extrañas Amistades del Genio. Temas de Hoy, ca ¿ 30,-.

The Shameful Life of Salvador Dalí van Ian Gibson verschijnt in november bij uitgeverij Faber & Faber, import Nilsson & Lamm, ¿ 62,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden