Kippenvel bij die onnavolgbare stem van Ray Charles

Opening North Sea Jazz Festival in het Congresgebouw, Den Haag. 11 juli...

Voor het eerst in de geschiedenis was het North Sea Jazz Festival al op de openingsdag volledig uitverkocht. De eerste avond was ook reeds van tevoren een doorslaand succes, en dat was met name te danken aan twee acts die strikt genomen geen pure jazz spelen: Ray Charles en de gelegenheids-fusionformatie Legends. Maar er werd geswingd en geïmproviseerd, en soul, gospel, rock en blues putten tenslotte uit dezelfde zwart-Amerikaanse bron.

Wat Ray Charles ook met de grote jazzsolisten gemeen heeft, is dat hij ieder materiaal omvormt tot een Ray Charles-song. Hoewel Charles vooral in de jaren '50 en '60, met een klassieke reeks singles voor Atlantic, de naakte emoties en bezeten zang van de gospelmuziek transformeerde tot soul, is hij allang via meer poppy successen afgegleden naar een ondefinieerbaarder Las Vegas-achtige entertainer.

Maar ondanks de doorzichtige showbiz-trucs, de gladde begeleiding en de soms bevreemdende repertoirekeuze is er opeens kippenvel, dankzij die timing, die frasering, die onnavolgbare stem.

Natuurlijk waren de uitgekauwde hits er weer: I Can't Stop Loving You, Georgia (dan een half uur niets, en dan weer:) Georgia, en What'd I Say, ooit begonnen als een in de studio geïmproviseerd stukje puur natuur, en al jaren gestold tot voorspelbaar kunstje. De doorsnee big band tikte braafjes het ritme weg, en de 'Internationally Famous Raelettes' zijn tegenwoordig nette achtergrondzangeressen, zonder krols, ritmisch gekreun.

En toch, zelfs in een flauw novelty-nummer als Mississippi Mud is het te horen en te bewonderen. Die bijna griezelig eigenzinnige manier waarop de noten over de maten verdeeld worden, zodat je soms even bang wordt dat Ray nu echt de weg kwijt is, waarna hij de uiteengerukte regels met een paar briljante accenten weer tot een eenheid maakt. De vertellende diepgang in die lettergrepen die hard aangezet worden, en die bijna nonchalant weggeworpen woorden. En die gebarsten klok van een stem, die je vooral in de ballads naar de keel grijpt, en waar een hele stoet personages in lijkt te wonen: een gekooide tijger, een verliefde schooljongen, een ontroostbare oude man.

Eenmaal geraakt, vergeef je de man alles, ook het misplaatste gebruik van gesamplede geluiden uit zijn keyboard, waarmee hij akelige fondantklanken of imitatie-gitaarsolo's tevoorschijn haalde.

Overbodige electronica bedierf ook voor een deel de puurheid van een groep die de wortels van Charles vertegenwoordigde, de Dixie Hummingbirds. Als dit eerbiedwaardige gospelkwartet a cappella zingt of met een enkele gitaar, waan je je in de hemel. Als ze de ritmebox aanzetten, blijken het toch maar feilbare mensen.

In de Statenhal was intussen te zien hoe eenvoudig de jazzfestivals het probleem van het slinkende aantal sterren oplossen: door gewoon wat nieuwe supersterren te verzinnen. 'Wij brengen het beste van het beste', beloofde de presentator voor hij Legends 1997 aankondigde, een groep die uitsluitend voor een korte tournee langs de Europese zomerfestivals bijeen is. Ook hier onder grote belangstelling, want Clapton trad al enige jaren niet in Nederland op en was bovendien nooit eerder op North Sea.

Maar de naam van de groep is nogal pretentieus. Alleen Clapton kan voor een legende doorgaan. Altsaxofonist David Sanborn en basgitarist Marcus Miller komen hooguit in de buurt, en drummer Steve Gadd en pianist Joe Sample mogen blij zijn dat ze nu ook al legendarisch mogen heten.

Het moet echter gezegd: de groep bracht waar voor haar geld en speelde met veel inzet . In de comfortabele mengeling van fusion en rhythm'n'blues waren het Clapton en Miller die het initiatief naar zich toe trokken. Miller produceerde strakke funkgrooves en liet zijn bas tevreden knorren, maar Claptons boze, bijtende gitaar ging net wat dieper, net zoals het handvol bluesliedjes dat hij zong. Wie de ster was in de Statenhal, liet zich raden.

Erik van den Berg

Frank van Herk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden