Kinky dj's en teder spel op festival

THEATER..

Het spreekwoordelijke vuurwerk uit de festivalkrant moest op de opening van het ITS maandagavond letterlijk worden genomen. De vonken spetterden zowat in je gezicht. Terwijl honderden meters verderop de Roxy brandde, spuwde ook op het Nesplein het vuurwerk in het rond. Bijna vatte ook de namaak-staatssecretaris van Cultuur vlam, die bij gebrek aan de echte Van der Ploeg met een gemimede toespraak de opening van het festival opluisterde.

Intussen waren achter zijn rug jongeren en allochtonen al volop in de weer. Alles wat de Theaterschool biedt, trok voorbij. Zij aan zij met kunst van de straat. Onder de ogen van een frêle balletmeisje lanceerden de 010-B-Boys hun acrobatische breakdance met fraaie flikflaks. Net afgestudeerde mimers maakten ons warm voor hun hilarische productie MobilHome, er waren kinky dj's en Denise Jannah herself.

Op dat moment waren de eerste voorstellingen al gespeeld. Zoals Play Strindberg van de jonge regisseuse Ira Judovskaja, waarin twee echtelieden elkaar naar het leven staan. Een zorgvuldige regie, zonder opvallende vondsten, maar boordevol mooie details. De man en de vrouw vuren onophoudelijk hatelijkheden op elkaar af. Maar bij Judovskaja doen ze dat zachtjes, bijna teder, soms zitten ze zwijgend bij elkaar.

De komst van een gast zorgt voor wat afleiding. Hij slaapt met de vrouw, wil met haar weglopen, maar als de echtgenoot na een beroerte is veranderd in een stomme mummie, verpleegt zij hem zo toegewijd, dat ze het vertrek van de gast nauwelijks merkt. De grimmige tekst wordt lichtvoetig gespeeld, vooral door de voortreffelijke Elsje de Wijn. Misschien is de haat toch een spel en houden deze twee ondanks alles van elkaars vertrouwde gezelschap.

Van heel andere makelij is Driekoningenavond van Shakespeare waarmee negen acteurs van de Amsterdamse Toneelschool afstuderen. Ze lopen zich warm voor het betere kluchtwerk met uitbundige typetjes, malle grollen en opzichtige invallen. Een actrice duwt een prop papier in haar broek en 'doet' met zo'n luide stem een hertog dat je als publiek bijna achteruit deinst.

Verkleedpartijen passen in dit stuk waarin het draait om persoonsverwisselingen. Maar in het begin dreigt het verhaal te worden bedolven onder ideetjes. Een dialect, een gekke bek, een raar typetje. Regisseur Gijs de Lange lijkt elke vondst van deze jonge spelers te hebben gewaardeerd. Shakespeare is daar niet mee gediend. Zijn komedies hebben door de vracht aan personages en verhaallijnen toch al de neiging uit elkaar te vallen en zonder samenspel hou je evenveel brokstukken over als er spelers zijn.

Michiel de Jong, Waldemar Torenstra, aardige acteurs, maar ze gaan onder in het tumult. Eentje stijgt daar bovenuit, Tjebbo Gerritsma. Als Malvolio haalt hij het onderste uit de kan. Met veel gevoel voor detail plooit hij gezicht en lijf in een wanhopige grimas. Deze verliefde bediende is onuitstaanbaar en aandoenlijk tegelijk.

Gelukkig neemt gaandeweg de lawaaierigheid af en vallen alle losse elementen als door een wonder in elkaar. Ongemerkt drijven we mee in de stroom van het stuk: ook daar voegen de losse draadjes zich tot een wondermooi patroon. Gedaan is het dan met het soleren, vol overgave spelen deze eenlingen samen. Tot ze uiteindelijk twee aan twee in elkaars armen vallen. Dankzij Shakespeare.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden