Recensie King Lear

King Lear kent geslaagde gedeeltes maar ook logge en obligaat aandoende scènes (drie sterren)

Door de rol van Edgar swingend en lichtvoetig neer te zetten, geeft acteur Dirk Roofthooft deze King Lear extra glans. De terloopse manier van vertellen resulteert echter in een Lear die op zijn tijd boeit, maar te weinig ontroert. 

King Lear vanToneelgroep Maastricht. Beeld foto Ben van Duin

Zijn vrolijke opkomst verrast nogal: Edgar, de zoon van de Graaf van Gloucester, doemt vanuit het achtertoneel op als een swingend figuurtje, lichtvoetig en onbezorgd. Een jochie om in het hart te sluiten, gespeeld door Dirk Roofthooft, geen kleine jongen toch, maar volkomen overtuigend. Een van de redenen waarom hij kort erop zo’n compassie wekt, wanneer hij wordt verbannen en eenzaam en alleen Heartbreak Hotel zingt: ‘so lonely, I could die’.

King Lear van Shakespeare, door Toneelgroep Maastricht. (3*)

Gezien: Theater aan het Vrijthof, Maastricht 6/10. Tournee t/m 12/12, zie toneelgroepmaastricht.nl.

Compassie en opnieuw verwondering, want Roofthooft maakt van zijn rol bijna een performance, en geeft King Lear van Toneelgroep Maastricht daarmee extra glans. Zaterdag ging de voorstelling, onder regie van Servé Hermans, in première in de gerenoveerde Papyruszaal van Theater aan het Vrijthof in Maastricht. Hermans verzamelde voor deze Shakespeare –zijn tweede bij Toneelgroep Maastricht na Othello in 2015, nu ook weer in een aansprekende vertaling van Jibbe Willems – een aantal bijzondere spelers om zich heen. Spelers die in stijl nogal verschillen van elkaar, die elk een heel eigen inbreng hebben, en elk hun afzonderlijke momenten hebben of creëren om die te tonen.

Verwarde bedelaar

De scènes van Roofthooft zijn daarin het meest extreem – hetgeen past bij zijn personage dat zich moet vermommen als verwarde bedelaar om in leven te blijven, nadat hij bij zijn vader, de oude Graaf van Gloucester, in diskrediet is gebracht door zijn halfbroer Edmund. Edmund, de machtsbeluste bastaardzoon van Gloucester.

Deze verwikkelingen spelen parallel aan de moeilijkheden die de titelheld van de voorstelling ontmoet: King Lear, die wordt verraden door de inhalige, valse dochters in wie hij zo veel fiducie had – terwijl hij zijn liefste en jongste kind in een woedeaanval uit trots heeft verstoten. Maar de wroeging komt pas laat bij de oude man.

Lear wordt gespeeld door Huub Stapel, die daar op zijn beurt een mooie rol van maakt. Het beroemde begin is sterk: hoog vanuit zijn koninklijke toren sommeert de koning zijn dochters te vertellen hoeveel ze van hem houden, om hen naargelang hun liefdesbetuiging te belonen met land. Cordelia (Elisabeth De Loore) doet niet mee met deze schijnvertoning en jaagt haar vader aldus tegen zich in het harnas. De manier waarop Stapel als Lear omgaat met deze veranderingen, van de koning die alles in de hand heeft tot de confuse vader die gefrustreerd moet erkennen dat hij de greep op de situatie verliest, is goed getimed en sterk in details – stembuiging, een blik, een oogopslag. Vakmanschap, fijn om te zien.

Daarnaast is het lot van die andere oude vader die zijn nakomelingen verkeerd inschat, al even tragisch. Gloucester is als personage altijd al zeer de moeite waard, maar Porgy Franssen speelt hem hier heel fraai. Een beetje bibberig, maar niet te, en met veel humor – waarachtig en sympathiek.

De vele rollen van Wilfried de Jong
Wilfried de Jong (theater- en televisiemaker en schrijver, jarenlang deel van theaterduo Waardenberg en De Jong, jazzliefhebber, en ook niet in de laatste plaats acteur) is overal in deze King Lear. Als de nar van de koning speelt hij de rol van grappende buitenstaander, die hem past als een handschoen. Als hij even niet hoeft te acteren, neemt hij naast Elisabeth De Loore (vibrafoon en percussie) plaats achter de grote contrabas, in het zinderende muziekstuk dat zij schreven voor de voorstelling. Samen met industrial designer Tim Scheffer ontwierp De Jong bovendien het decor.

De momenten dat Franssen en Roofthooft als vader en zoon, de een inmiddels blind en de ander nog steeds in vreemde vermomming, ver van de bewoonde wereld door de velden hopsen, zijn de aangrijpendste uit de voorstelling.

Maar rond deze geslaagde gedeelten zijn er ook mindere. Sommige stukken zijn nogal log, zoals de – vaak lastige – episode waarin Lear de natuur in vlucht en ten prooi valt aan wanen. En er is een aantal wat obligaat aandoende scènes met de boosaardige zusters en hun echtgenoten, de schurkachtige bastaard Edmund, de trouwe Graaf van Kent. Dat zijn de minder interessante lijntjes die het verhaal bij elkaar moeten houden, het verhaal dat regisseur Hermans wil vertellen vanuit een fascinatie voor het thema vadermoord en de verstrekkende, destructieve gevolgen ervan.

De strijd die eruit voortvloeit levert dan wel weer een enerverende scène op: een soloperformance van Wilfried de Jong, die zijn microfoon zo weet te bespelen dat je gevechtsvuur hoort én de stokkende ademhaling van een mens in doodsangst, dit terwijl hij zich zo virtuoos over het toneel beweegt dat je denkt in het halfduister soldaten te zien die in opperste paniek dekking zoeken.

Maar voor de verzoening die er uiteindelijk óók komt tussen vader Gloucester en zoon Edgar, en tussen Lear en Cordelia, is er dan uiteindelijk weinig plaats; het wordt wel verteld en verbeeld, maar nogal terloops. Dat is jammer, want zo mis je toch potentieel waardevolle scènes. En dat resulteert in een Lear die op zijn tijd zeker boeit, maar te weinig ontroert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.