King Krule: 'Ik verzin continu muziek, kan mijn hoofd niet uitschakelen'

De muzikale kunstenaar mag Kanye West en Beyonce tot zijn fans rekenen

Een rusteloze, rokende, jonge neobeatnik, denk Kerouac, die je met jazzrap, hiphop, punk en druipende soundscapes meesleept naar de straten van Londen. Kanye West stond al bij 'm op de stoep: King Krule (23, spierwit). Luister naar The Ooz, z'n nieuwste album.

Foto Ronald Dick

Van de schrijver Jack Kerouac (1922-1969), de rusteloze beatnik, weten we dat hij een aantal van zijn rauwste romans (The Town and the City, The Dharma Bums) schreef in de veilige beslotenheid van zijn slaapkamer, als een rokend nachtdier, wonend bij zijn moeder.

Je móét wel aan Kerouac denken wanneer je de jonge, roodharige Londenaar Archy Marshall (23, artiestennaam King Krule) ontmoet: ook zo'n thuisfröbelende beatnik, een jongen van kunst, jazz, de nacht en sigarettenrook, al is zijn moeder geen zorgzame moeke als die van Kerouac, maar kunstenaar en muzikant, net als haar zoon.

Kettingrokende neobeatnik

Marshall is naar Amsterdam gekomen om te vertellen over zijn nieuwe, tweede album, het veelzijdige The Ooz, waarmee hij zijn doorbraak naar een breed publiek lijkt te forceren. Eigenlijk is het een moderne Kerouac-plaat: grofkorrelige straatimpressies, losjes en experimenteel, een nocturne met een onderstroom van jazz, die heen en weer schiet van hiphop naar liftmuziek, van punk (Dum Surfer) naar ontspannen jazzrap (Biscuit Town) - en eindigt met het geluid van nachtelijke regen op een Londens wegdek. Intrigerend en in zijn quasi-nonchalante melodieuze veelkleurigheid ontzettend leuk.

Marshall schreef het album toen hij, jawel, een tijd bij zijn moeder woonde in East Dulwich, Zuidoost-Londen. Hij keerde naar haar terug uit geldgebrek, maar (hij erkent het aarzelend) 'ook omdat ik het geestelijk even moeilijk had, ik wil daar niet te veel details over kwijt man, sorry.'

Overdag waren er moederliefde en goed eten; 's nachts transformeerde hij in zijn slaapkamer tot King Krule, de kettingrokende Londense neobeatnik. In die verschijningsvorm zit hij hier ook te vertellen, in een kleine kamer - een slaapkamertje, zo je wilt - ten kantore van zijn platenlabel in Amsterdam-Noord.

Hij rookt continu, houdt zijn jas aan en zijn zonnebril op (het rechterbrillenglas is gebarsten). Hij praat langzaam, als een 'cool cat' uit de jaren vijftig en blaast rook het openstaande raam uit.

'Ik maak de hele dag aantekeningen. Observaties op straat, gedachten over dingen die me overkomen, ritmes, flauwekul, associatieve flarden. Toen ik bij mijn moeder woonde, had ik last van slapeloosheid, dus werkte ik 's nachts door. Ik verzin continu muziek, kan mijn hoofd niet uitschakelen. Het gaat altijd door, door, door.'

Die slapeloosheid vóél je op The Ooz, waarvan de titel niet toevallig doet denken aan het werkwoord 'to ooze', sijpelen, een verwijzing naar de manier waarop hij de muziek uit zijn onderbewuste liet vloeien. Zo ontstond een kaleidoscopisch, filmisch en opvallend lang album (19 nummers, 67 minuten muziek) over een jongeling in de grote stad. Met autobiografische bouwsteentjes bouwde hij een 'niet noodzakelijkerwijs autobiografische vertelling', waarover een onmiskenbaar nachtelijke waas hangt.

'Ik was geobsedeerd door de klank van de Fender Rhodes toen ik The Ooz maakte. Het is het eerste instrument dat je hoort op het album - en eigenlijk gaat het niet meer weg. Ik denk in klankkleur, in textuur. De zang wilde ik helder hebben, zodat die zou contrasteren met de vage muziek, als een soort spookstem in de duisternis, zoals op Histoire de Melody Nelson van Serge Gainsbourg. Ik had heldere ideeën over de vaagheid waarnaar ik zocht. En ja, jazz. Altijd. Ik heb er weinig kennis van, maar graaf er voortdurend in. Op The Ooz hoor je vooral veel bossanova.'

Death whistles

Rond de samenwerkingen van King Krule met Frank Ocean en Earl Sweatshirt hangt een zweem van mysterie. Ocean gebruikte de opnamen uiteindelijk niet voor zijn album Blonde ('Ik dacht al dat hij het niks vond', zei King Krule). Earl Sweatshirt bracht één King Krule-nummer naar buiten, al betrof het geen officiële release: Death Whistles is te vinden op YouTube en SoundCloud.

Merkwaardig soort beroemdheid

Dat denken in geluid heeft hij altijd gedaan. Toen hij een jonkie van een jaar of 15 was en muziek maakte onder de naam Zoo Kid, bedacht hij voor wat hij deed, de genre-aanduiding 'blue wave', 'een mengsel van psychobilly, postpunk, dub, hiphop en jazz.'

Zijn visie op sound heeft in een paar jaar tijd een merkwaardig soort beroemdheid van hem gemaakt, vooral onder collega-muzikanten die op het eerste gezicht in alles anders zijn dan hij: Amerikaans en zwart, in plaats van Engels en buitengewoon wit.

Frank Ocean en Earl Sweatshirt wilden met hem samenwerken, wat ook gebeurde. Beyoncé meldde op Facebook dat ze fan was van zijn debuut-album 6 Feet Beneath The Moon (2013) en ook Kanye West liet weten gefascineerd te zijn door het universum van King Krule. In eigen land nodigden James Blake en Mount Kimbie hem uit: hij is nadrukkelijk aanwezig op hun recente album Love What Survives.

De associatie met Jack Kerouac tovert een glimlach op Marshalls gezicht. Die bevalt hem wel. Hij is zo'n muzikant die niet alleen door muzikanten geïnspireerd wordt, maar ook door beeldende kunst (Jean-Michel Basquiat), literatuur (Charles Buwkowski) en film (David Lynch, Jim Jarmusch).

'Kerouac... ja. Die woonde ook bij zijn moeder, maar hij reisde veel: hij beschreef de jazzclubs zoals hij ze meemaakte. Ook ik ben geen huismus of moederskind. Voor ik bij mijn moeder introk, leefde ik tussen bevriende kunstenaars in kraakpanden in Londen. Zonder de artistieke underground van Londen had ik The Ooz nooit kunnen maken: de plaat is er een ode aan.'

Kraakpanden? Artistieke underground? In de stad die volgens velen is overgenomen door hipsters en nieuwe rijken en waar bankiers en directeuren de dienst uitmaken?

'Zeker', zegt Marshall - en plotseling verandert zijn toon: onderkoeld lijzig wordt geestdriftig. Hij stapt van de vensterbank waarop hij zat te roken en ploft neer op zijn praatstoel. 'Alles in Londen wordt vroeg of laat een kantoor of een koffietent of het wordt gewoon gesloopt, maar de artistieke scene vindt steeds weer nieuwe onderkomens, op plekken waar je het niet zou verwachten. Een paar jaar geleden gold Zuid-Londen als de creatieve hotspot, maar juist daar is nu vrijwel geen plek meer te vinden om iets te doen. In plaats daarvan trekt de scene naar de City, waar voortdurend kantoorpanden leegstaan.'

Artistieke thuisbasis

Hij vertelt over het kantoorpand in Holborn ('tussen de multinationals en bankiers') waar in 2013 zomaar ineens de Display Gallery ontstond. Hij en zijn schilderende broertje Jack mochten er een tentoonstelling inrichten, 'Inner City Ooz' geheten. Jack hing zijn schilderijen op (hij schilderde ook de hoes van The Ooz), Archy leverde foto's, beschilderde acht deurpanelen en nam geïmproviseerde soundscapemuziek op, op cassettes die tijdens de expositie non-stop werden afgespeeld.

Of neem de provisorische, naamloze jazzclub in de wijk Angel in Noord-Londen, niet ver van Islington: een in onbruik geraakte pub, óók verstopt tussen het grootkapitaal, waar hij op een nacht het betoverende saxofoonspel van Ignacio Salvadores hoorde, de Argentijn wiens saxofoon een hoofdrol zou gaan vervullen op The Ooz.

En dan had je nog Gallery 122, in hartje Londen, vlak bij het station Waterloo, waar twee vrienden een expositie inrichtten, Archy muziek maakte en hij veel nachten doorbracht.

'De 122 was een thuisbasis, iedereen bleef er slapen. De kunst woekerde al snel de deur uit: de bogen onder het spoor werden beschilderd. De galerie is inmiddels weer verdwenen. Daar word ik altijd een beetje melancholisch van, maar eigenlijk geeft het niet, zolang er maar steeds nieuwe plekken vrijkomen.'

Dat is het geval in Londen. De stad is er groot genoeg voor. Hoe ironisch: het bedrijfsleven en het bankwezen, de conjunctuur van fusies, overnamen en faillissementen, maakt dat de laatste jaren juist in de zakenwijken van de City altijd kieren en gaten vallen waarin de Londense artistiekeling zich kan nestelen.

'Ik ben een romanticus die vindt dat kunst een levensstijl moet zijn. Ik zie overal artistieke mogelijkheden.'

En als hij die niet ziet? Dan zegt hij gewoon: nee, dank je. Zo ondervond nota bene Kanye West, die King Krule uitnodigde voor een samenwerking. 'Maar dan moest ik wel meteen komen opdraven. Dat zag ik niet zitten. Spijt van? Welnee. Als hij het tof vindt wat ik doe, belt hij me vast nog weleens.'

King Krule: The OOZ. XL/Beggars,
Live: 10/12, Melkweg, Amsterdam.


Drie nummers van The Ooz

Dum Surfer

Bossanova en punk maken een dronken dansje in de nachtelijke miezerregen, waarna halverwege het delirium zich aandient in de vorm van een gitaar- en saxofoonduel. 'I'm a step from madness as I puke on pavement slabs.

Biscuit Town

De ronde klanken van de Fender Rhodes leiden ons het lied binnen, de groove is jazzy, de sfeer Tom Waits-achtig, maar tegelijkertijd is de eigentijdse hiphop heel dichtbij, zoals vaak bij King Krule.

La Lune

Ochtendgloren. De nachtwezens beginnen de vermoeidheid te voelen. Krule lijkt bijna gapend te zingen en de muziek waggelt alsof die ergens in de schemerzone tussen slaap en waak tot stand kwam.

Meer over