Beeldvormers Kinderen in Irak

Kinderen in Irak gedragen zich voorbeeldig, met alleen hun blote handen als wapen

Protest in Basra, Irak, afgelopen dinsdag. Opvallend is hoeveel tieners, en zelfs jonge kinderen zich onbegeleid en vol bravoure mengen tussen de demonstranten, vaak in de voorste linies. Beeld Nabil al-Jurani/AP

Tik ‘Irak’ in het zoekveld van het fotoredactiesysteem en eindeloze reeksen beelden van oorlogsgeweld en aanslagen vullen het beeldscherm. Dat is al zo sinds de roekeloze inval van de Amerikanen in het land in 2003, die leidde tot de ophanging van dictator Saddam Hussein. De val van zijn regime vormde de inleiding tot nieuw geweld, al dan niet religieus, waaronder de opkomst en ondergang van Islamitische Staat en eindeloos veel zelfmoordaanslagen in de straten van Bagdad. Bommenregens, bloedbaden, burgerslachtoffers.

Het is niet moeilijk cynisch te worden bij de aanblik van zo veel geweld door de jaren heen. En zo zou je bijna de schouders ophalen bij de duizenden foto’s die de afgelopen weken zijn gemaakt van de massabetogingen in Bagdad en andere steden – er heeft wel méér bloed gevloeid in de straten waar de tienduizenden demonstranten hun onvrede betuigen met de regering. Ruim 250 doden zijn er tot nu toe gevallen bij de meedogenloze, maar desondanks vergeefse pogingen van de ordetroepen om de protesten de kop in te drukken. Evenveel doden als bij pakweg tien aanslagen met autobommen en bomgordels. Het zijn een rekensom en een nonchalant taalgebruik die me zomaar door het hoofd schieten: een kilheid waarvan ik zelf schrik.

De recente foto’s uit Irak vormen een adequaat tegengif tegen het cynisme dat, durf ik wel te stellen, niet alleen mij, denkend aan Irak kan bekruipen. Waar demonstraties in de Arabische wereld niet zelden zijn geregisseerd – met eensgezinde, georkestreerde volkswoede, aangewakkerd door duistere belangen – komt de opstand die nu over Irak golft voort uit het hart van de samenleving: hele gezinnen, opa’s en oma’s, studenten en scholieren trekken naar het Tahrirplein in Bagdad, waar ze de niet geringe kans lopen in wolken traangas terecht te komen,  of erger.

Opvallend is hoeveel tieners, en zelfs jonge kinderen zich onbegeleid en vol bravoure mengen tussen de demonstranten, vaak in de voorste linies. Je ziet ze op hoge, roestige steigers, vanwaar ze mooi uitzicht hebben op de ordetroepen in de verte en het gekrioel van de demonstratie dichtbij. Even later zie je ze, op die steiger, met een brandspuit in de weer om vuur te blussen dat in het pand is uitgebroken waartegen de gammele steiger leunt. Stoere, magere pubers zijn er ook volop, die de gif spuwende traangascilinders oprapen en teruggooien naar de ordetroepen; stunten met vuurwerk is er kinderspel bij.

Ik stel me voor hoe de ouders reageren als ze zouden zien hoe hun kind balanceert op zo’n gladde steigerpijp, en een hand, zijn ogen of zijn leven in de waagschaal stelt bij straatgeweld waarvan hij het gevaar vermoedelijk niet kan inschatten. Het bloed moet ze in de aderen stollen. Of hebben deze kinddemonstranten geen ouders die ze behoeden voor het gevaar? Is de chaos zo groot dat ouders niets meer over hen te vertellen hebben? Ook Iraakse ouders zullen toch niets liever doen dan hun moedige branieschopper in zijn nekvel pakken en opsluiten in zijn slaapkamer – die hij, o ja, armoede, corruptie, werkloosheid, uitzichtloosheid, woningnood, niet heeft.

Demonstranten worden behandeld tegen traangas. Ook kinderen en pubers raken gewond, net als de volwassen demonstranten om hen heen. Beeld Wissam al-Okili/Reuters

Het blijft in Bagdad niet bij verhoogde risico’s voor de kinderen en pubers. Ze ráken ook gewond, net als de volwassen demonstranten om hen heen. Liggend en kermend op straat worden ze door medestanders geholpen als het traangas in hun ogen bijt. Op de schouders van oudere kameraden worden ze bloedend afgevoerd naar ambulances, die op de foto’s van het Tahrirplein maar zo zelden worden gespot.

Op 25 oktober uitte secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties zijn zorgen over de door onvrede, onrecht en uitzichtloosheid gevoede demonstraties die wereldwijd om zich heen grijpen. Hij riep de politieke leiders op te luisteren naar die onvrede en hun ordetroepen in toom te houden. Demonstranten stelde hij het geweldloze verzet van Martin Luther King en Gandhi ten voorbeeld. Over de rol van  kinddemonstranten sprak hij niet in het bijzonder.

Ze gedragen zich zo te zien voorbeeldig, de kinderen van Irak. Ze hebben alleen hun blote handen als wapen. Vegen gezamenlijk de rommel weg die na een dag demonstreren is ontstaan. Veel lege waterflesjes, waarmee de ogen zijn gespoeld, en fastfoodverpakking.

Kijk naar dat jongetje van 7 of 8 in zijn zondagse vest, zijn cool gescheurde spijkerbroek en sportschoenen met klittenband. Hij loopt vastberaden en stoer aan het hoofd van een groep demonstranten waarvan de gemiddelde leeftijd de 14 jaar niet overstijgt. Ze lopen op straat in Basra, de oliestad waar vorige week nog meerdere doden vielen. Sommigen hebben flesjes water bij zich, klaar voor een lange dag, of voor het gas.

En nu naar huis, zou je tegen het jochie en zijn volgers willen roepen, want hun lot gaat je aan het hart. En plots realiseer je je: blijkbaar hád je het nog, een hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden