Wat zijn dit voor vragen Anna Woltz

Kinderboekenschrijver Anna Woltz: ‘Voor mij was schrijven een speeltuin, ik liet alles gebeuren waar ik zin in had en bekommerde me nog niet zo veel om stijl’

Kinderboekenschrijver Anna Woltz (36) heeft haar zaakjes op orde: ze is moeder én wint de ene prijs na de ander. Had ze dat als 15-jarige columnist al voorzien?

Anna Woltz. Beeld Frank Ruiter

Wat is moeilijker: schrijven voor 9 of 12 jaar en ouder?

‘Voor 12 jaar en ouder. Ik wilde zeggen: omdat ik een hekel heb aan pubers, maar dat is niet waar. Ik heb een hekel aan de puberteit. Als ik middelbare scholen bezoek, weet ik weer precies hoe ik me voelde toen ik zo oud was. Extreem ongemakkelijk en bewust van jezelf. Je past niet meer in je lijf, je perspectief op het leven verandert, je bent egocentrisch en denkt dat die 28 kinderen in je klas de allerbelangrijkste mensen zijn. Terwijl je ook maar toevallig bij elkaar bent gezet. Ik denk niet graag aan die tijd terug, maar als je een boek over pubers schrijft, moet je wel: om het geloofwaardig te laten zijn, moet je je inleven.

‘Ik hou het meest van de fase waar kinderen op de rand van de kindertijd en de puberteit zitten. Dat het ongemak al binnensluipt, maar dat het je ook nog echt kind bent, met een kinderlijke blik, een roekeloosheid en een vorm van magisch denken. Die fase is leuk voor een schrijver, want dan is er conflict.’

Denken of dromen?

‘Voor mij is denken of dromen geen tegenstelling: ik los in mijn dromen soms plotproblemen op. Maar moet ik kiezen tussen denken en dagdromen, dan zeg ik: ik vind het echte leven zo leuk dat ik dagdromen niet nodig heb. Ik ben 36 en ik ben precies waar ik wil zijn. Ik ben moeder en ik heb een bloeiende carrière. Ik zou wel gek zijn als ik zou gaan dagdromen terwijl Benjamin, mijn zoon van anderhalf, net zegt dat hij de maan wil aaien.’

Alleen of samen opvoeden (1)

‘Ik heb heel lang gezwijmeld bij de boeken van Sanne van Havelte, boeken die een idioot ouderwets beeld geven van mannen en vrouwen. Daar las je dit soort zinnen: ‘Hij had niet de minste aanleg voor keukenpiet, en hij zou nog liever de hele boel kapot gooien, dan zijn vrouw te gaan helpen kopjes wassen, zoals een kennis van hem deed! Daar moest je toch ook een idioot voor zijn!’ Wonderlijk, dat je zo graag leest over verhoudingen die je nooit zelf zou kunnen, of willen hebben. 

‘Ik heb altijd een kinderwens gehad en bij dat kind hoorde een man. Op een gegeven moment heb ik besloten dat ik tot mijn 35ste moest zoeken naar een man, en dat ik, als dat niet was gelukt, op zoek mocht naar een baby. Want het zou mij niet gebeuren dat ik op mijn 50ste geen man én geen kind had.’

Kind van een donor of kind met een homostel?

‘Ik heb een tijdje gedatet met een ontzettend leuk homostel met een kinderwens. Ik had ze gevonden op de website Meer dan gewenst. We konden het goed met elkaar vinden, maar ik merkte al snel dat co-ouderschap niks voor mij zou zijn. Ik wil mijn kind gewoon de hele tijd bij me kunnen hebben. De mogelijkheid van een donor heb ik nooit serieus onderzocht. Eén keer heb ik vol verbazing de website van een Deense spermabank bekeken. Daar kon je op uiterlijke kenmerken een donor kiezen, maar toen raakte ik zwanger van een man op wie ik heftig verliefd was. We zien elkaar niet meer.’

Jullie leven onderwerp voor een kinderboek of dat nooit?

Mijn bijzonder rare week met Tess, over een meisje dat haar vader niet kent, schreef ik in 2012 en dat was, zie ik nu, stiekem al een studie naar alleenstaand moederschap. Misschien is het maar goed dat ik het al heb gedaan voor Benjamin er was. Zo kon ik met meer afstand schrijven, Tess dingen laten denken die ik nu moeilijk zou vinden, omdat Benjamin mijn boeken later misschien wel gaat lezen. Als ik nu zou schrijven over een hoofdpersoon die woedend is op zijn moeder omdat ze keuzen heeft gemaakt die bepalend zijn voor zijn leven, voelt het alsof ik namens hem praat. Als ik zou schrijven dat de hoofdpersoon tot de conclusie komt dat hij het enerzijds niet eens kan zijn met zijn moeder, maar anderzijds toch blij is dat hij bestaat, dan lijkt het of ik hem voorkauw hoe hij op mijn keuze moet reageren.’

Praten over de wereld of praten over je kind?

‘Het zint me totaal niet dat zo veel mensen praten over je kind afdoen als huisvrouwengeklets. Ik weet dat ik veel over Benjamin praat, maar voor mij gaan die gesprekken niet alleen over hem, ook over de ontwikkeling van een mens. Psychologisch, sociaal, taalkundig. Moet je nagaan hoeveel volwassenen nog steeds zeuren over hun jeugd. Hoe bepalend die tijd blijkbaar is voor de rest van je leven. Naar die verhalen willen we wel luisteren, maar kinderen vinden we niet interessant.’

Anna Woltz. Beeld Frank Ruiter

Alleen of samen opvoeden (2)

‘In theorie is mijn leven een prachtig verhaal: ik kan verzinnen hoe mijn man eruit zou zien, hoe hij en ik het altijd eens zouden zijn over de opvoeding, maar in de praktijk vind ik het heerlijk om het alleen te doen. Natuurlijk mis ik het samen naar Benjamin kijken en zeggen: wat is hij toch fantastisch. Maar ik mis gelukkig ook alle ergernissen die kunnen ontstaan wanneer twee oververmoeide volwassenen elke dag nieuwe dingen moeten leren en aan de lopende band beslissingen moeten nemen. Laten we hem huilen of geven we een fles? Hoe boos worden we dat hij weer aan de lamp schudt? Ik ben blij dat mijn kind niet hoeft mee te maken dat zijn ouders daarover ruziën. En ik vind het ook fijn dat ik nooit hoef te denken: nou sta ik de luier te verschonen, maar het is eigenlijk zijn beurt. Hoe vaak hoor ik niet dat een kind als een estafettestokje wordt doorgegeven. Gaat hij ’s ochtends sporten, is zij met het kind. Komt hij weer terug, mag zij even weg. Dan ben je de oppas van je kind.’

‘Ponyboekenschrijfstijl’: belediging of zegen?

‘Ik herinner me vagelijk dat een recensent dat schreef. Was dat in 2008? Pjotr van Lenteren? Ik weet zeker dat hij het als belediging bedoelde, en zo heb ik het ook opgevat. Mijn zus las vroeger ponyboeken. Ze moest een lijst maken met wie de mensen waren en wie de paarden, anders kon ze die niet uit elkaar houden. Dat zegt iets over hoe slecht ze zijn geschreven, dus ik mag hopen dat je in mijn vroege boeken het verschil tussen mens en dier wel ziet.

‘Ik heb al publicerend leren schrijven. Het begon op mijn 15de met columns in de Volkskrant, over mijn leven in klas 4B. Daarna ben ik fictie gaan schrijven voor kinderen. Voor mij was schrijven een speeltuin, ik liet alles gebeuren waar ik zin in had en bekommerde me nog niet zo veel om stijl. Er zitten goede elementen in die eerste boeken, maar de laatste vier boeken die ik heb geschreven, zijn honderd keer beter. Dat heeft alles te maken met ouder worden.’

Een kinderboek met of zonder illustraties?

‘Illustraties worden steeds belangrijker. Ik weet niet of dat aan de kinderen zelf ligt of aan volwassenen die denken dat beeldcultuur zo dominant is dat kinderen niet meer zonder plaatjes kunnen. Ik geef zelf de voorkeur aan boeken zonder illustraties. Ik heb aan taal genoeg, je roept er beelden mee op, maar de lezer mag zelf ook iets doen. Terwijl een illustratie voorkauwt hoe een personage of een omgeving eruit ziet. Dat betekent niet dat ik geen plaatjes in mijn hoofd heb als ik schrijf. Elk verhaal is een film in mijn hoofd, inclusief geluid en geuren. Het is de kunst dat zó goed op te schrijven dat een lezer dezelfde film voor zich ziet terwijl hij alleen zwarte letters in een boek ziet staan.’

Gouden Griffel of Kinderjuryprijs?

‘Die vraag verhult een dieper liggend dilemma: juryprijs of publieksprijs? En in het geval van kinderboeken ook nog eens: een prijs gegeven door volwassenen of door kinderen? Als 200 duizend Nederlandse kinderen alle boeken lezen die dat jaar zijn uitgekomen en ze kiezen mijn boek, dan kies ik voor de Kinderjuryprijs. Maar de realiteit ligt daar zo ver van af. Kinderen stemmen op het boek dat ze net hebben gelezen of op het boek waarvoor de grootste mediacampagne wordt gevoerd. Zoals Geronimo Stilton. Daar zit geen schrijver achter, maar een Italiaans reclamebureau. Als het lukt om het daar tegen op te nemen: geweldig. Maar nu kies ik de Griffel, want die wordt gegeven door volwassenen die weten waarover ze het hebben.’

Uitgeverij Leopold of Uitgeverij Querido?

‘In 2012 ben ik overgestapt naar Querido en recensenten zien daar de cesuur: voor die tijd was ik de schrijver van leuke, avontuurlijke boeken die populair zijn bij kinderen, daarna werd ik een echt goede schrijver. Mijn bijzonder rare week met Tess, het eerste boek dat bij Querido verscheen, kreeg fantastisch lovende recensies. Honderd uur nacht, Gips en Alaska ook. Ligt dat aan de uitgeverij, aan een kritischer redacteur? Zeker. Maar het begon ermee dat ik zelf een stap wilde maken. Ik schreef boek na boek, maar werd niet meer uitgedaagd. De overstap naar Querido heeft me dat duwtje gegeven: bij de beste uitgeverij van Nederland moet ik echt eens even mijn best gaan doen. Nu schrijf ik nog steeds spannende boeken voor kinderen, maar er is een laag bijgekomen van ideeën en observaties. En nu noemen ze mijn werk literair.’

Betere moeder of betere schrijver?

‘Ik heb de lijst met winnaars van de Gouden Griffel wel eens bekeken en daar zaten opvallend veel kinderloze schrijvers tussen. Dus je kunt beter vragen of ik bang ben dat het moederschap me een slechtere schrijver maakt. Los van het feit dat ik zoals vroeger niet meer 24 uur per dag en zeven dagen per week tijd heb: voor het schrijven van een kinderboek moet je het moederperspectief weghouden. Ik ben nu bezig met het Kinderboekenweekgeschenk en ik merk dat ik mezelf moet dwingen mijn hoofdpersonen gevaarlijke dingen te laten doen of het langdurig koud te laten hebben. Dan denk ik: ze worden ziek!’

Anna Woltz (Londen, 29 december 1981) groeide op in Den Haag. Als 15-jarige schreef ze een jaar lang columns voor de Volkskrant over haar leven op school. Die stukjes werden gebundeld in Overleven in 4B. In 2002 kwam haar eerste kinderboek uit: Alles kookt over. Ze studeerde toen geschiedenis in Leiden. Woltz schreef tot nu toe 22 boeken die in zeventien talen werden vertaald. Volgend jaar schrijft ze het Kinderboekenweekgeschenk.

Mijn bijzonder rare week met Tess (2013) werd bekroond met een Vlag en Wimpel van de Griffeljury; komend voorjaar is de verfilming in de bioscopen te zien. Honderd uur nacht (2014) won de Nienke van Hichtum-prijs , Gips (2015) werd bekroond met de Gouden Griffel en Alaska (2016) kreeg een Zilveren Griffel. Gips, de serie, wordt nog tot 24 december elke avond om 17.55 uur uitgezonden op NPO Zapp. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.