Kinderboekenambassadeur Jacques Vriens en zijn zestig verplichte boeken

Zien lezen doet lezen, vindt auteur Jacques Vriens. Hij stelde een boekenlijst op met verplichte nummers voor leerkrachten.

Beeld Ellen Mandenmaker

'Het maakt niet uit wat ze lezen, áls ze maar lezen', is een veelgehoorde stelling in discussies over de vraag hoe we kinderen meer kunnen laten lezen. Als dat de centrale boodschap van de Kinderboekenweek was, dan zou er in de zestigjarige geschiedenis van dit leesbevorderingsfeest iets grondig zijn misgegaan.

'Want natuurlijk maakt het wél uit wat je leest. Net dat ene boek kan voor jou een wereld openen die je anders nooit had ontdekt. Dat ene boek, waarover de meester of juf op zo'n manier heeft verteld, dat het je pákt. Zo'n wonder krijgt alleen een kans als leerkrachten zelf veel kinderboeken lezen, maar dat blijken ze maar mondjesmaat te doen, blijkt uit onderzoek.

Beslissing

Kinderboekenambassadeur Jacques Vriens (1946) vond stoppen met lesgeven de moeilijkste beslissing van zijn leven, vertelde hij in 2011 aan de Volkskrant. ‘Midden in de nacht werd ik wakker, de tranen liepen over mijn wangen. Hoe kon ik dit doen? Geen kring meer. Geen dood konijn meer. En dat jongetje, waar het nu eindelijk zo goed mee gaat, hoe moet die straks verder zonder mij? Pas drie maanden later kon ik het mijn collega’s vertellen. Dat ging nog wel, maar toen waren de kinderen aan de beurt. Nee, het was niet gemakkelijk.’

Onbegrijpelijk, vindt kinderboekenambassadeur Jacques Vriens (1946), de populairste schrijver onder leerlingen én leerkrachten. Om daar wat aan te veranderen publiceerde hij deze week op zijn website een lijst van zestig boeken die iedere leerkracht gelezen moet hebben. Niet meer dan één per auteur, verdeeld over verschillende leeftijden. Met spannende verhalen, maar ook literair proza en gedichten. Gouden Griffelwinnaars Toon Tellegen en Ted van Lieshout staan er op, maar ook de eenlettergreepavonturen van Sylvia Vanden Heedens Vos en Haas en Kinderjuryfavorieten Paul van Loon (Dolfje weerwolfje) en Tosca Menten (Dummie de mummie). Wat hem betreft lezen aankomende leerkrachten ze allemaal. Verplicht.

Vriens reist stad en land af om hele scholen tegelijk enthousiast te maken voor lezen. Van levensbelang, vindt hij dat. 'Lezen is het allerbelangrijkste vak op school; het opent de deur naar bijna alle andere vakken. De leerlingen hoeven het niet per se leuk te vinden, maar het helpt natuurlijk enorm als ze dat wél doen.'

Leescultuur

Toen hij zelf leraar was, zag hij het als vanzelfsprekend om kinderen te helpen bij het ontdekken hoe leuk en verrijkend lezen kan zijn. Net als veel van zijn collega's. 'Eigenlijk zijn alle scholen het hier wel over eens', zegt Vriens. 'Maar hoe kan het dan zo zijn dat er geen leescultuur is onder leerkrachten?'

Blijkbaar is er een verschil tussen wat leerkrachten vinden en wat ze doen. Vriens is niet de enige die constateert dat meesters en juffen te weinig kinderboeken lezen. Het recentste rapport van Stichting Lezen over dit onderwerp, Mijn leukste, spannendste, coolste, vetste... boek! van onderzoekster Tiny la Roi, is alweer uit 2010. Ze stelt vast dat de helft van de door haar onderzochte leerkrachten vijf kinderboeken of minder per jaar leest.

Het goede voorbeeld geven

En voor wie dat nog wel vindt meevallen: boekverkoper Daniël Albering, die vanuit zijn Rotterdamse kinderboekenwinkel De Kleine Kapitein diverse basisscholen in de stad hielp om een eigen bibliotheek op te zetten, ondervroeg voorafgaand aan dat project 300 meesters en juffen en ontdekte tot zijn schrik dat onder hen zelfs tussen de 60 en de70 procent zelden of nooit een boek las, zelfs geen boeken voor volwassenen. 'Hoe kun je dan het goede voorbeeld geven?', vraagt hij zich af.

Uit het onderzoek van La Roi blijkt de gemiddelde leerkracht ongeveer dezelfde literaire smaak te hebben als de gemiddelde leerling. Ze zijn dol op toegankelijke auteurs zoals Jacques Vriens, Carry Slee en Paul van Loon. Verder komen in hun lijstjes oude voorleeshelden voor: Annie M.G. Schmidt en Roald Dahl. Iets lager op de lijst vinden we zelfs Pinkeltje van Dick Laan terug. Het is dus niet zo dat leerkrachten hun klassiekers niet kennen, het probleem is juist dat ze er te zwaar op leunen.

Paul van Loon, de schrijver van onder andere Dolfje Weerwolfje en De Griezelbus. Beeld anp

Woordtovenaars

Nergens voor nodig, want Nederland heeft een veel rijkere jeugdliteratuur dan dat. Naast de bekende toegankelijke auteurs zijn er ook woordtovenaars als Guus Kuijer, Daan Remmerts de Vries en Simon van der Geest, die op een heel andere manier tot de verbeelding spreken. Ook informatieve kinderboeken, waarin gepassioneerd wordt verteld over wetenschappelijke onderwerpen, nemen de laatste jaren een grote vlucht. 'Het raadsel van alles wat leeft' van Jan Paul Schutten en Floor Rieder bijvoorbeeld, afgelopen dinsdag nog met de Gouden Griffel bekroond.

Bovendien: er verschijnen ruim tweeduizend nieuwe kinderboeken per jaar, bleek de laatste keer dat er werd geteld. Twee boodschappentassen per week. Lang niet alles daarvan is even goed, maar om het kaf van het koren te scheiden heb je recensenten, kinderboekenbloggers, mediathecaressen en Griffeljury's. Sommige scholen stellen een leescoördinator aan, om dat allemaal te overzien en er in de klas over te vertellen.

Simon van der Geest op het Kinderboekenbal vorig jaar. Hij won toen de Gouden Griffel, de prijs voor het mooiste Nederlandstalige kinderboek. Beeld anp

Wijkbibliotheken

Basisschool Oscar Romero in Rotterdam is zo'n school. Bezorgd over het sluiten van wijkbibliotheken en de lage woordenschat van veel leerlingen begonnen ze een aantal jaar geleden aan een meer dan enthousiast leesbeleid. 'Veel van onze leerlingen komen zelden buiten hun buurt en echt niet in de Centrale Bibliotheek', vertelt directeur Peter Koedood. 'Dus zijn we het zelf gaan doen.'

De school heeft een grote actuele boekencollectie op een centrale plek. Er is het hele jaar aandacht voor lezen, niet alleen in de Kinderboekenweek. Leerlingen mogen de boeken in de zomer mee naar huis nemen en de juf herinnert ze met een vakantiekaartje eraan om ze vooral ook uit te lezen.

Maar misschien wel het belangrijkste: de leerkrachten van de Oscar Romeroschool ontkomen er zelf ook niet aan. 'We hebben afgesproken dat tijdens het uurtje vrij lezen de juf geen huiswerk nakijkt, maar ook een boek pakt. Dat kan een jeugdboek zijn of iets voor volwassenen. Op een studiedag maakten we met z'n allen een favorietenlijst en nu hebben we ook een lerarenbibliotheek met Tommy Wieringa, Leon de Winter en Adriaan van Dis. Zo geven we elkaar en de kinderen het goede voorbeeld. Ze zijn heel nieuwsgierig wat de juf leest en vragen wat erin staat en waarom ze het mooi vindt. Idioot veel tijd kost het niet, toch is de sfeer rond lezen hier heel positief en vanzelfsprekend geworden.'

De Leeslijst van Jacques Vriens staat op jacquesvriens.nl.

Meesterschrijvers

De vijf populairste auteurs bij leerkrachten

1 Jacques Vriens
2 Carry Slee
3 Annie M.G. Schmidt
4 Roald Dahl
5 Paul van Loon

Bron: Tiny la Roi, Mijn leukste, spannendste, coolste, vetste ... boek! Stichting Lezen, 2010.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden