Kind uit elkaar trekken

Rare spelletjes worden er gespeeld in de twee nieuwste boeken van Mathijs Beentjes: kindwerpen, met een kleuter boksen, kind uit elkaar trekken, voetballen met huilende jongetjes door teams die zich Kinderkrakers en Kleuterklappers noemen....

HANNEKE DE KLERCK

De bruten die zich op kleine kinderen werpen, zijn Grote Jongens en gemene boeven, en de enige manier waarop een jongetje zich tegen hen kan verweren, is zijn fantasie. In de roman Ferry de Boevendoder wordt een dromigere, kwetsbare jongen van negen zo een zelfverzekerde mensenredder en in Ik en mijn monster, een prentenboek voor jongere kinderen, verandert de schlemielige vader van een gemaltraiteerd jongetje in een wrekend monster.

Beentjes heeft eenzelfde thema - kinderangsten, kinderfantasieën - mooi uitgewerkt voor lezers van verschillende leeftijden. Ik en mijn monster is van de twee het meest geslaagd, ook door de fraaie, licht absurde illustraties van Sieb Posthuma.

De eerste twee pagina's zetten meteen de toon. 'Op een dag pakte Guido me bij mijn oren en smeet me zo de sloot in.' Op het plaatje verdwijnt een droef kijkend jongetje met een ijsmuts omgekeerd in de sloot, waar een vis hem dommig in de ogen blikt, terwijl vlak daaronder een moedervis op reis vertrekt met vier kindervisjes en ieder een koffertje.

'Toen ik het mijn vader vertelde ging hij vlug aan de afwas', staat er op de tweede bladzijde onder de grote prent van een doornat jongetje en een duidelijk gegeneerde vader.

Hoe vaak zullen kinderen niet een soortgelijke reactie meemaken? Ouders zijn ook maar mensen tenslotte, die niet altijd weten hoe ze een probleem kunnen oplossen. Maar een kind stelt dat teleur. Kinderen willen dat vader de hele wereld aankan.

Keer op keer laat de vader het afweten, tot alle excuses zijn uitgeput, en pas dan zwelt hij op tot een monster met hoorntjes, een duivelse staart en een olifantenslurf, dat zijn zoontje helpt zich te wreken. 'Op de zesde dag speelden mijn monster en ik met Guido en zijn tien broers. We gingen slootdempen, boksen, kindwerpen en touwtrekken. En daar waren we erg goed in.'

Pas als de wraak genoten is, pas als van Guido en zijn broers geen gevaar meer te duchten valt, verandert het monster weer in een vader. Op het laatste plaatje, waar de tekst ontbreekt, zitten vader en zoon samen te vissen. Posthuma maakt het verhaal zo af: de vader die eerder alleen oog had voor het huishouden, heeft nu de aandacht en de rust om iets met zijn zoon te ondernemen.

Moeders komen in het boek niet voor - de vreselijke Guido heeft tien broers (kindwerpen is duidelijk geen sport die je in je eentje doet) en twee vaders van elk twee meter, maar geen moeder. En het kind heeft alleen de vader, die op de plaatjes als een ouderwetse moeder een schort en een hoofddoekje draagt.

In Ferry en de boevendoder loert hetzelfde soort gevaren, dat de kleuter in Ik en mijn monster bedreigt. Ferry, een dromerig, bangig jongetje dat verliefd is op zijn juf, ziet overal Grote Jongens, enge boeven, of de intens gemene hoofdmeester.

Ferry móet wel boeven doden, want, zoals zijn vriendje zegt: 'Meestal worden juffen niet verliefd op kinderen. Alleen als je heel bijzonder bent. Als je Grote Jongens in elkaar slaat. Of boeven doodmaakt. Of als de juf wordt ontvoerd en jij haar redt.'

Voor de zekerheid zou het dus het beste zijn als Ferry boeven doodde, Grote Jongens weerstond én de juf redde en dat is ook precies wat er in de rest van het boek gebeurt. Fantasie natuurlijk. Of misschien toch niet. Want er is maar één bladzijde, de derde bladzijde van het verhaal, waarop beschreven wordt hoeveel Ferry van fantaseren houdt, hoe hij 's avonds in bed, vlak voor het slapen gaan, zijn eigen avonturen bedenkt.

Het echte verhaal begint de volgende ochtend en het lijkt zich af te spelen in de realiteit, maar de gebeurtenissen zijn daarvoor te merkwaardig. De werkelijkheid die Beentjes beschrijft, moet dus wel de werkelijkheid van Ferry zijn.

Het is een kunstgreep die niet helemaal werkt. Juist doordat Beentjes nadrukkelijk vermeldt dat Ferry fantaseert als hij moet gaan slapen, wekt hij de suggestie dat wat er de volgende ochtend gebeurt, geen fantasie meer is. Het kan de bedoeling zijn op die manier spanning te creëren tussen feit en fantasie, maar eerder ontstaat de verwachting dat het kind plotseling wakker zal worden uit een droom - en als dat niet gebeurt, is dat onbevredigend.

Dat verhindert niet dat Ferry de Boevendoder een spannend boek is, met een prettig duidelijke verdeling tussen de helden en de schurken en amusante beschrijvingen van alle enge dingen die een klein, bang, vaak huilend, maar zeer verliefd en daarom dapper jongetje kunnen overkomen.

Hanneke de Klerck

Mathijs Beentjes: Ik en mijn monster.

Illustraties Sieb Posthuma.

Lemniscaat; ¿ 24,50.

ISBN 90 5637 066 9.

Mathijs Beentjes: Ferry de Boevendoder.

Illustraties Saskia Halfmouw.

Vanaf 7 jaar.

Van Goor; 96 pagina's; ¿ 24,90.

ISBN 90 00 03142 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden