Kijken naar de ondermens

Het tentoonstellen van exotische mensen ontwikkelde zich rond de vorige eeuwwisseling tot een evenement voor een groot, blank publiek. Het was amusement en wetenschap tegelijk....

Saartje Baartman begon haar leven als slavin toen ze 21 was. Ze behoorde tot de stam van de Khoikhoi en woonde in een klein Zuid-Afrikaans dorp toen ze in 1810 door Nederlandse kolonisten werd geronseld en doorverkocht aan een Britse scheepsarts, die haar meenam van Kaapstad naar Londen. Daar werd ze als kermisattractie geëxploiteerd. ‘The Hottentot Venus’ baarde veel opzien door haar reusachtige kont, een kenmerk van veel Hottentotvrouwen, en haar afhangende schaamlippen, die in Engeland als vanzelfsprekend werden geassocieerd met een ongeremde seksualiteit en dierlijkheid.

In 1814 werd ze verkocht aan een Franse handelaar in exotische dieren die haar als een gekooide bezienswaardigheid meevoerde door de straten van Parijs. Een jaar later kwam ze in handen van dr. Georges Cuvier, grondlegger van de vergelijkende anatomie in Frankrijk, die zijn theorieën over de aapmens en het minderwaardige zwarte ras in haar bevestigd zag. Na haar dood aan een longontsteking in 1815 liet Cuvier een gipsen afgietsel van haar lichaam maken, hij ontleedde haar en zette haar genitaliën op sterk water om ze als illustratie van primitieve seksuele driften aan het grote publiek te tonen.

Tot 1976 dienden haar stoffelijke resten en het gipsen beeld nog als attractie in het Musée de l’Histoire de Naturelle in Parijs. In 2002 werd haar stoffelijk overschot op verzoek van Nelson Mandela teruggebracht naar Zuid-Afrika om daar te worden begraven.

De geschiedenis van Saartje Baartman is de geschiedenis van de vermeende blanke superioriteit tegenover de exotische, ‘wilde, onbeschaafde, primitieve, zedeloze, dierlijke’ mens die zich ophield in de gekoloniseerde landen van Afrika, Azië en Australië, in de poolstreken van Canada of in de indianenreservaten van Noord-Amerika. Het is ook de geschiedenis van de vroege antropologie, de etnografie en van Darwins evolutieleer, die wetenschappers inspireerde tot een zoektocht naar de missing link tussen aap en mens.

Op de expositie De exotische mens – Andere culturen als amusement in het Teylers Museum in Haarlem is te zien hoe die ‘onbeschaafde, minderwaardige mensen’ omstreeks eind 19de, begin 20ste eeuw – vooral toen, en op basis van vrijwilligheid, dat wel – in groten getale naar Europa werden gehaald om daar als attractie tentoongesteld te worden in volkerenshows, circussen en dierentuinen. Alsof zij vreemde dieren waren.

Het publiek, dat in die tijd van toenemende welvaart op zoek was naar nieuwe vormen van ontspanning en amusement, verdrong en verbaasde zich bij de aanblik van al die menselijke exoten. Ze vergaapten zich aan hun lichaamsbouw, hun kleur, kleding en gebruiken.

Noord-Amerikaanse indianen, Bosjesmannen, Hottentotten, Zoeloes, eskimo’s, Singalezen, Ashanti’s, Samoa-meisjes, bedoeïenen en aboriginals werden – niet zelden met een erotische of gewelddadige connotatie – afgebeeld op kleurrijke affiches met wilde teksten, een specialiteit van de Hamburgse drukker Friedländer, om het publiek naar de shows te lokken die door gewiekste exploitanten op touw waren gezet.

Dierenhandelaar

Dierenhandelaar
De pionier in dit gezelschap was de Duitse dierenhandelaar Carl Hagenbeck (1844-1913), die in 1870 als grootste toeleverancier dierentuinen over de hele wereld van exotische beesten voorzag. Hagenbeck liet in 1875 een troep rendieren uit Lapland naar Hamburg begeleiden door authentieke Lappen met sleden, tenten, huisraad en honden. Het bleek een gat in de markt, schrijft Teylers-conservator Bert Sliggers in het rijk geïllustreerde boek De exotische mens dat de tentoonstelling vergezelt.

Dierenhandelaar
Het publiek stroomde massaal toe, en dat zou zo blijven: tot 1940 werden alleen al in Duitsland vierhonderd gezelschappen van menselijke exoten aan het blanke publiek getoond op volksfeesten, jaarmarkten, in theaters, panopticums, en op koloniale- en wereldtentoonstellingen. Zij zongen, dansten, reden paard, vertoonden acrobatische toeren, lieten hun huisvlijt zien, of gingen elkaar te lijf in geënsceneerde twisten. Sommige voorstellingen trokken tienduizenden toeschouwers per dag.

Dierenhandelaar
Hagenbeck vertoonde zijn Lappen – drie mannen, een vrouw, een meisje en een baby – in zijn Tierpark in Stellingen bij Hamburg, in het Hamburgse Nordpoltheater, en in Berlijn en Leipzig. Tezelfdertijd werden de Lappen onderzocht door wetenschappers van het Berliner Gesellschaft für Anthropologie, Ethnologie und Urgeschichte, terwijl de dierenhandelaar hun meegebrachte spullen ter beschikking stelde aan het Museum für Völkerkunde. Het zou een vaste formule worden bij Hagenbecks Völkerschauen. Zijn amusement diende de wetenschap. De wetenschap diende zijn amusement. Het antropologisch en etnografisch onderzoek onder zijn exotische gasten gaf zijn volkerenshows het aanzien van een serieus evenement.

Dierenhandelaar
Op de Haarlemse expositie is een boek te zien van de Nederlandse arts en vergelijkend anatoom Pe-trus Camper, die in zijn tijd (1722-1789) al uitgebreid studie maakte van de mens in al zijn verschijningsvormen – de studie die we nu (culturele en fysische) antropologie plegen te noemen. Hij ontleedde een groot aantal lichamen van ‘vreemdelingen’, mat hun schedels en kwam in zijn Natuurkundige Verhandeling over het Verschil in de Wezenstrekken in Menschen van Onderscheiden Landaart en Ouderdom tot de conclusie dat negers dichter bij apen stonden dan de Europeanen, zonder daar, schrijft conservator Sliggers, een kwalitatief of zedelijk oordeel aan te verbinden.

Dierenhandelaar
Het schedelmeten – de craniometrie – zou later tot de stelling leiden dat de verhouding tussen de grootte van het aangezicht en de schedelinhoud een maatstaf was voor de ontwikkelingsgraad van de intelligentie bij de desbetreffende mensensoort. Het was een vruchtbare voedingsbodem voor dubieuze rassentheorieën, die overigens al in de 19de eeuw door wetenschappers als de Leidse vergelijkend anatoom Jan van der Hoeven (1802-1868) als onbewezen gedachtenspinsels van tafel werden geveegd.

Dierenhandelaar
Het is opvallend, schrijft Sliggers in het tentoonstellingsboek, hoe tussen het verschijnen van Charles Darwins The Origin of Species in 1859 en zijn The Descent of Man van 1871 de discussie over evolutie, afstamming en de missing link tussen aap en mens ook doordrong tot het theater en daar zichtbaar werd gemaakt met baardige dames, Siamese en parasitaire tweelingen, reuzen, dwergen en exoten. ‘Zij waren bewijzen van natuurlijke selectie en ‘survival of the fittest’.’ En zo ‘mengden duizenden bezoekers zich in het debat, niet wetende dat de werkelijkheid geheel anders was’.

Lilliputters-Azteken

Lilliputters-Azteken
Nederland bleef daarin niet achter. Op de Teylers-expositie zijn, behalve fraaie gipsafgietsels, bronzen beelden, prenten, foto’s, gebruiksvoorwerpen en doorlopende documentaires, aansprekende illustraties te zien van exhibities met Zuid-Afrikaanse ‘Aardmannetjes’ (‘Earthmen’) in de Apollo-zaal ter hoogte van het latere Amstelhotel in Amsterdam, Bosjesmannen, ‘de wilden van Afrika’, op de Haagse kermis, een ‘Zoeloe-leger’ in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt, en ‘Lilliputers-Azteken’, ‘een nieuw ontdekt menschen-ras’, ‘een nooit geziene menschensoort, de vermoedelijke Goden van Iximaya’.

Lilliputters-Azteken
In werkelijkheid waren de lilliputters twee zwakzinnige kinderen uit San Salvador – microcephalen – die in 1848 gekocht of geroofd waren van hun ouders om als expositieobject op tournee te gaan door Amerika en Europa.

Lilliputters-Azteken
Angolezen werden naar Nederland gehaald, Javanen, Surinaamse creolen en – in de 20ste eeuw – Sioux-indianen, wier aankomst in 1931 op het station van Arnhem in een schitterende foto is vereeuwigd.

Lilliputters-Azteken
Het tentoonstellen van de exotische mens – het al of niet vooringenomen kijken naar anderen – is tot in de 21ste eeuw omstreden gebleven. Het leverde soms felle discussies op, met expliciete verwijzingen naar de koloniale Völkerschauen en het lot van Afrikanen en andere Untermenschen onder het nazi-regime. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2002 bij een project met een Kameroens Pygmeeëndorp in het Waalse plaatsje Yvoir. En drie jaar later bij een cultureel evenement met Afrikanen in de Duitse Zoo Augsburg.

Lilliputters-Azteken
Eigentijdse kunstenaars stelden de exotenexposities aan de kaak in hun werk. Zoals de Jamaicaans-Afrikaans-Amerikaanse Renee Cox, die van zichzelf een foto maakte: een halfnaakte, zelfbewuste Saartje Baartman met kunstborsten en kunstkont, die uitdagend de camera in kijkt. Alsof zij zich voorgoed van de haar opgelegde stereotyperingen heeft bevrijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden