Beschouwing Opening Lisser Art Museum

Kijken, kijken, niet eten: in het nieuwe Lisser Art Museum zou je (haast) overal je tanden in willen zetten

Binnenkort opent in Lisse het private museum van de familie Van den Broek, bekend van de supermarkten. Eten, drinken en winkelen staan er centraal. En bordjes hangen er niet, want die schrikken alleen maar af.

The Last Supper van Yinka Shonibare. Beeld Pauline Niks

Wat is het verschil tussen een supermarkt en een museum? Als iemand het antwoord weet, dan wel Jan van den Broek (74), de oudste zoon van Dirk van den Broek die in 1939 met een melkkar door Amsterdam ging en zo de basis legde voor de gelijknamige supermarkten. Jan besloot in 2012 een museum te bouwen op Landgoed Keukenhof in Lisse. ‘In een supermarkt zet je spullen neer die je zo snel mogelijk wilt verkopen’, zei hij in 2015. ‘In een museum creëer je ruimte voor spullen waar je nooit meer van af wilt.’

Na zeven jaar van plannen, bouwen, verzamelen en proefdraaien staat het Lisser Art Museum, oftewel het LAM, op het punt écht open te gaan. Intussen groeide het aantal Dirk-filialen van 100 naar 120. Van den Broek voorzag het eerder al: ‘Voor de bouw van een supermarkt draai ik mijn hand niet om, maar een museum is van een andere orde.’

Museum LAM op Landgoed Keukenhof in Lisse. Beeld Pauline Niks

Het is de kroon op zijn werk, maar Jan van den Broek schuwt de publiciteit. Er komt ook al geen grote opening van het LAM – de naam wordt meestal niet voluit genoemd: onnodig pretentieus.

Het hoeft niet druk te worden, liever niet zelfs. Het private museum is niet afhankelijk van bezoekersaantallen en heeft geen subsidie nodig. De onlinekaartverkoop gaat in tijdvakken; wie ter plekke een kaartje koopt, loopt het risico eerst een wandeling te moeten maken als de eerstvolgende uren vol zitten. Daarnaast hoeft een rondje kunst kijken volgens het museum niet langer dan 45 minuten te duren; dan ga je tenminste blij en energiek naar buiten, in plaats van moe en overvoerd.

Instapmuseum

Het heeft allemaal te maken met de filosofie van het LAM. Kinderen, jongeren en volwassenen met weinig museale kilometers in de benen zijn de belangrijkste doelgroep. ‘We willen een instapmuseum zijn, om bezoekers een eerste ervaring met beeldende kunst te bieden’, zegt directeur en conservator Sietske van Zanten.

Als ze met familie of buren met kunst praat, is de eerste reactie vaak: ik heb er geen verstand van. ‘Vervolgens komt er altijd een verhaal over een leuke ervaring in een museum, maar men dekt zich dus eerst in. Het klinkt als prediken, maar ik weet zeker dat kunst iedereen kan raken. Niet alleen als je ervoor hebt doorgeleerd of het van huis uit hebt meegekregen.’

Zelf voelt Van Zanten zich vaak verloren bij exposities. ‘De passie komt altijd als je iets ontdekt: door een gesprek of een weetje, waardoor je anders gaat kijken. Die nieuwsgierigheid zit in ons allemaal. Daarom beginnen we hier niet bij de basis – de maker, de periode, de stijl – maar bij het kijken zelf.’

Betonwagen bij de start van de bouw van het LAM in 2015. Van links naar rechts Dirk de Regt (Constar Beton), Jan van den Broek, Sietske van Zanten, Dirk-Jan van den Broek. Beeld Eric de Vries

Nergens hangen bordjes, de namen zeggen de meeste bezoekers toch niets. Sterker: ze schrikken alleen maar af. Wel knopen de suppoosten een gesprek met je aan. ‘De suppoosten zijn geen specialisten, dat is een bewuste keuze’, zegt Van Zanten. ‘Ik wil dat ze het gewoon zeggen als ze een bepaald kunstwerk niet mooi vinden. Je schiet niks op met een ingestudeerd praatje.’

Ook via de smartphone kan informatie worden opgevraagd, of kan per zaal één werk worden uitgelicht. ‘We bieden dus veel informatie, maar sturen zo min mogelijk. We laten veel werk zien, zonder kunst op een voetstuk te plaatsen. Er is overal wel iets wat je goed of slecht vindt.’

Supermarktassortiment

Jan van den Broek begon in de jaren tachtig kunst te verzamelen. De collectie was aanvankelijk als een supermarktassortiment: breed, maar niet diep. De kunst hing niet alleen thuis, maar ook in de kantoren en het distributiecentrum. Toen in 2012 het plan voor een museum vaste vorm kreeg, kwam de nadruk op het thema eten, drinken en winkelen. ‘Een naaktportret zult u bij ons niet aantreffen, tenzij er een tros druiven bij ligt’, grapte Van den Broek in 2015.

In de Duin- en Bollenstreek was er veel kritiek op de bouw: in het zicht van Kasteel Keukenhof, waar half Lisse is getrouwd. ‘Zo’n modern gebouw op dat romantische landgoed, moest dat nou? En dan ook nog voor hedendaagse kunst, dat gaf ook een vieze smaak’, zo vat Van Zanten het sentiment samen. ‘We hebben inmiddels veel bezoekers uit de regio op proefbezoek gehad, en die waren ontroerd en trots.’

‘Eindelijk kan ik eens wat anders bouwen dan een supermarkt’, zei Jan van den Broek eerder. ‘Kasteel Keukenhof is 360 jaar oud. Ik hoop nu dat ze over 360 jaar zeggen: die gekke Van den Broek heeft daar best een aardig gebouw neergezet.’

Groen, rood, goud

De Vandenbroek Foundation betaalde in 2012 mee aan de restauratie van Kasteel Keukenhof. Zo ontstond het idee voor het museum op het landgoed. Een buitenplaats als deze pronkte vroeger met drie elementen: groen, oftewel het mooie park, rood, de bebouwing, en goud, de kunst. In 2016 is Landgoed Keukenhof gefuseerd met de gelijknamige bollententoonstelling. Die toeristenmagneet beslaat 32 hectare van in totaal 230 hectare aan grond, bossen en landerijen.

Kijken, kijken, niet eten

Vijf zalen vol hyperrealistische weergaven van drank en eten. Is het Lisser Art Museum een ongegeneerde ode aan de consumptie? Nee, gelukkig niet. Maar het ziet er wel lekker uit.

Waarschuwing vooraf: ga niet naar het nieuwe Lisser Art Museum (LAM) op een lege maag. Het meeste wat er te zien is, veroorzaakt als een pavlovreactie een overproductie aan speeksel in de mond en doet de maag knorren. En dat terwijl er geen inpandig restaurant aanwezig is om de trek te stillen. Er is wel een ‘koffieauto’ buiten, maar die serveert naast geurige cappuccino’s en espresso macchiato’s alleen cantuccini, Italiaanse amandelkoekjes.

Het LAM is een privémuseum, in de lommerrijke omgeving van Landgoed Keukenhof. Een bescheiden maar smaakvol, uit langgerekte, bordeauxrode bakstenen gestapeld gebouwtje, met ruime vensters die je een onversneden uitzicht bieden op de eiken in de omgeving. Dit zou het perfecte decor zijn voor een ruime verzameling aan landschapsschilderkunst. Maar de eigenaar en oprichter van dit museum heet Jan van den Broek. Precies, de zoon van de oprichter van supermarkt Dirk van den Broek. En Jan heeft het thema van zijn verzameling dicht bij zijn branche gehouden: drank en eten. Vijf zalen vol, van boven tot onder en van links naar rechts.

Een levensecht beeld van Ron Mueck in het LAM. Beeld Pauline Niks

De collectie is eetlust versterkend en lustopwekkend. Op het hedonistische af. Je zou (haast) overal je tanden in willen zetten. Van het klassieke, want 17de-eeuwse stilleven met perziken en sinaasappels van Pieter Janssens Elinga tot de gefotografeerde rookworsten van Uta Eisenreich. Of neem de 6 meter lange, gevulde dis à la Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci, maar nu verbeeld door de Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare; met oesters, een gegrilde varkenskop en flessen Moët & Chandon, en aan tafel ‘echte’ figuren die zich de wellust van het eten en de erotiek goed laten smaken. Of zie de metershoge schappen waarin de Israëliër Itamar Gilboa, onder de titel Food Chain Project, zijn jaarconsumptie aan etenswaren en dranken heeft uitgestald, waaronder 111 flessen rode wijn, 36 witte kolen, 25 stukken kaas, 7 ananassen, 22 pizza’s en een paar dozijn hamburgers. Alles afgegoten in mat wit porselein.

Het Food chain project van Itamar Gilboa. Hij maakte in porselein alle producten na die hij gedurende een jaar heeft gegeten. Beeld Pauline Niks

Lust en smaak worden vooral versterkt door het realistische, superrealistische, zeg maar hyperrealistische gehalte van de kunstwerken. Zo realistisch dat het je zintuigen op een dwaalspoor zet en je verstand te boven gaat. Frisgroene sla die van kunststof blijkt, een rode kool die in goud is afgegoten, een ‘plastic’ kratje dat vaardig uit marmer is gehakt. Waarmee gelijk gezegd is dat abstracte kunst ver te zoeken is – misschien ook wel begrijpelijk met een collectie waarin herkenbaarheid en verleiding de rode draad vormen.

Gaan dan alle geschilderde varkenskoteletten, gefotografeerde taartpunten en kilo’s gebeeldhouwde rosbief erin als zoete koek? Zonder een spoor van wansmaak, zonder bijverschijnselen als obesitas en anorexia, of vragen omtrent overproductie en onderbetaalde arbeidskrachten? Alles ten faveure van de middenstandsethiek die verraadt dat de collectie inderdaad van een echte grootgrutter afkomstig is?

Een zelfportret van chocola dat Renzo Martens liet maken door Congolese plantagearbeiders. Beeld Pauline Niks

Nee, zeker niet. Ook voor de bedenkingen is oog. Denk aan de zelfportretten van chocola die Renzo Martens liet maken door Congolese plantagearbeiders. Aan het monument voor de Hongerwinter, van George Belzer, opgetrokken uit aluminium pannen en houten lepels, die het silhouet van een Duitse soldaat vormen. Of het VOC-verleden met zijn geroofde import uit verre landen, verbeeld door David Jablonowski.

Een en ander is gebaat bij enige uitleg. Uitleg die in het museum op hedendaagse wijze wordt verstrekt via de smartphone, ter compensatie van de afwezige naam- en titelbordjes. Wat een goede vondst is, maar ook een hinderlijke onderbreking van het kijken betekent. Omdat wie nu informatie wil, soms meer op zijn mobiel leest dan gewenst. Terwijl je ondertussen over een reusachtige doos met bonbons dreigt te struikelen of een buitenproportioneel tablet melkchocolade.

In het museum dreig je te struikelen over een reusachtige doos bonbons. Beeld Pauline Niks

Maar dat is een kleine kanttekening. In de recente aanwas van privémusea in Nederland is het LAM een mooie toevoeging. Bescheidener dan Voorlinden in Wassenaar, curieuzer dan Museum No Hero in Delden, even eigenwijs als Museum More in Gorssel. Want ja, wie verzint dat nu? Leverworst, Zuid-Afrikaanse suurlemoensap en vliegtuigmaaltijden als Leitmotiv voor een verzameling. 

Het LAM is voorlopig beperkt open, vanaf februari vier dagen per week. De onlinekaartverkoop gaat in tijdvakken via lamlisse.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.