REPORTAGE

Kijken, kijken... kopen?

Kunst aanschaffen, hoe doe je dat? Hoe ontwikkel je je eigen smaak? Mag je afdingen? Verzamelaars en galeriehouders over hoe te handelen op Art Rotterdam: kijken met je ogen én oren.

Bezoekers van Art Rotterdam in de Van Nelle Fabriek tijdens de opening op woensdag 4 februariBeeld Marijn Scheeres

Over smaak valt niet te twisten, maar hartstochtelijke verzamelaars zijn het over één ding eens: kunst kopen werkt verslavend. En dus flaneert menig vip-gast van Art Rotterdam al woensdagmiddag, voor de grote invasie, in de Van Nelle Fabriek. Kijkend en vergelijkend, wikkend en wegend, zien en gezien wordend. Soms elkaar aftroevend. Al snel plakken de eerste galeriehouders rode stippen op: verkocht! Hoe meer stippen op een beurs, des te hoger de hartslag bij de bezoekers.

Daarom eerst drie vermaningen voor wie, naar verwachting met 21.999 anderen, naar Art Rotterdam gaat en wellicht ook nog de Rotterdam Contemporary Art Fair (voorheen RAW Art Fair). Daar, in de Cruise Terminal, hopen ze op zeker 14.500 bezoekers.

Waarschuwing één: 'Je komt altijd geld tekort, er is te veel moois', zegt Henk Pijnenburg uit Deurne. Hij verkocht zijn collectie graffitikunst en richt zich nu vooral op abstracte schilderijen. Vorig jaar op Art Rotterdam kocht hij een groot werk van JCJ Vanderheyden (1928-2012). 'Ik stond meteen in lichterlaaie! Ik dacht: goddomme, dat is veel geld. Maar ja, ik zag ook een curator van het Stedelijk staan. Ik heb meteen toegeslagen. Dit jaar probeer ik me in te houden.'

Waarschuwing twee: 'Als je voor enkele duizenden euro's iets aanschaft voor boven de bank, schrijf het dan gelijk af', zegt Cees Hendrikse, oud-directeur personeelszaken van de Gasunie. De Groningse verzamelaar van onder meer Cobra en hedendaagse Chinese kunst verklaart zich nader: 'Zodra je een nieuwe auto de showroom uit rijdt, is hij de helft minder waard. Bij de meeste schilderijen die je de galerie uit kruit is het nog erger.'

Hendrikse koopt beredeneerd: wat is vernieuwend in vorm en inhoud, wat ontbreekt nog in zijn collectie? Ook hij stond vorig jaar 'perplex' bij JCJ Vanderheyden. 'Mijn vrouw en ik gingen koffie drinken om het te laten bezinken. Toen we terugkwamen, had Henk 'm gekocht. Nou, fantastisch toch? Ik heb trouwens een andere Vanderheyden aangeschaft.'

Waarschuwing drie: 'Blijf weg op kunstbeurzen, bezoek galeries', zeggen Martijn en Jeannette Sanders resoluut. De Amsterdamse collectioneurs hadden vorig jaar een prestigieuze overzichtstentoonstelling in het Stedelijk. Ze zijn zelf overigens wel op Art Rotterdam. 'Zo'n beurs is als bladeren door een magazine. Wie kunst wil kopen, moet zo snel mogelijk de diepte in. Dit hier is de breedte.'

Fons Hof, directeur van Art RotterdamBeeld Hein de Vries

Je eigen top-10
Hoe vind je je weg in het eindeloze aanbod jonge kunstenaars? 'Maak in je hoofd of op papier een lijstje met tien kunstenaars', zegt directeur Fons Hof van Art Rotterdam. 'Elke keer als er eentje bij komt, moet er iemand af. Ga ze volgen, bijvoorbeeld als ze een solo-expositie hebben in hun galerie. Zoek verbinding met goede galeries.' Je koopt zelden iets voor je hele leven, aldus Hof. 'In het begin kies je op kleur en expressiviteit. Later let je op meer subtiele dingen. Door veel te zien kun je je smaak en interesse oprekken.'

Kijken, kijken en nog eens kijken

Beurzen bieden een ideale eerste kennismaking met galeries uit binnen- en buitenland. 'Ik volg kunstenaars én galeries, want ook zij hebben hun eigen signatuur', zegt Michael Tan. De Amersfoortse ondernemer bezit zo'n zestig kunstwerken. 'Ik ga naar beurzen om onbevangen te kijken, niet met de intentie om te kopen.' Zijn advies: 'Je moet zo veel mogelijk kijken, lezen en luisteren. Zo ontwikkel je je smaak en voorkeur.'

'Kunst gaat over kijken, kijken en nog eens kijken', zegt multimiljonair Joop van Caldenborgh, die een privémuseum bouwt in Wassenaar. 'Schift wat je wel en niet aanspreekt. Het meeste valt sowieso af. Wat herinner je je de volgende dag? Zo doe ik het altijd in New York.' Galeries en beurzen aflopen is bijzaak. 'Als je iets hebt gekocht, moet je de kunstenaar op zijn atelier bezoeken. Dat is het allerleukst.'

Goed kijken is ook het advies van Henk Pijnenburg. 'Ik kon vroeger als kind het verschil zien tussen een mierenhoopje en een meikever bultje dat tussen de plavuizen opkwam. Als je iets koopt, is dat een optelsom van ik weet niet hoeveel ervaringen, herinneringen, laagjes. Je moet dicht bij jezelf blijven.'

Of moet je jezelf uitdagen? 'Beginnende verzamelaars raad ik aan: koop datgene waar je eigenlijk nog niet aan toe bent', provoceert Erik Bos, directeur van de Haagse galerie Nouvelles Images. 'Koop iets dat wringt. Het mag best een beetje moeilijk zijn. Juist niet iets waarvan je zegt: dat past bij mij. Als klanten over kunstenaars zeggen: hm, dat moeten we nog even afwachten, dán wordt het interessant. En jonge mensen moeten jonge kunstenaars kopen.'

Het verkooppraatje van een galerie wordt wel 'stickeren' genoemd. Het kunstwerk krijgt figuurlijk etiketten opgeplakt: de maker hangt ook in een museum, heeft prijzen gewonnen. Soms wordt er letterlijk gestickerd: achterop zitten stickers en visitekaartjes van beurzen en musea waar het werk is geweest.

Het moet vertrouwen uitstralen: anderen geloven in de waarde en de kwaliteit. Belangrijk, erkennen verzamelaars, maar let op dat je blijft kijken met je ogen, en niet alleen met je oren.

Niet te duur worden

Als het kriebelt in de buik en het hoofd zich gewonnen geeft na een nachtje slaap of online research via de smartphone moeten er zaken worden gedaan. 90 procent van alle werken op Art Rotterdam is onder de 10.000 euro. Prijzen van schilderijen worden berekend aan de hand van de 'factor' van de kunstenaar: verkoopprijs = hoogte plus breedte in centimeters vermenigvuldigd met de factor. Die formule maakt kleinere werken relatief duur en grotere werken navenant goedkoper.

'Wie net van de academie komt, zit tussen 7 en 10', zegt Zic Zerp van de Rotterdamse galerie Zerp. 'De factor stijgt als een schilder meedoet aan een museale expositie of werk verkoopt aan een belangrijke collectie.' Een te hoge factor is funest voor jonge kunstenaars. 'Als je te duur wordt, kun je niet meer omlaag. Dat is aan eerdere kopers niet te verantwoorden.'

Werk van Katinka Lampen (R) bij galerie Ron Mandos tijdens de opbouw van de tentoonstelling Art Rotterdam in de Van Nelle FabriekBeeld anp

Galeries zijn vaak discreet over bedragen. 'Een prijskaartje verlegt de focus van het werk naar de waarde', vindt Michael Zink van de Berlijnse galerie Zink. 'Ik heb liever eerst een dialoog met iemand die interesse heeft.' Financieel is er volgens Zink, voor het eerst op Art Rotterdam, speelruimte. 'Kunst kopen is een avontuur dat voor iedereen bereikbaar moet zijn. Een enthousiaste, arme student laat ik in termijnen betalen.' Bij Nederlandse galeries biedt de KunstKoop-regeling van het Mondriaan Fonds, een renteloze lening, uitkomst.

Je mag best een beetje afdingen, zeggen verzamelaars. 'Werken op de primaire markt, direct uit het atelier naar de galerie, kennen vrij vaste prijzen', zegt Kees Cornelisse. '5 tot 10 procent korting moet lukken.'

Rodestippensyndroom

Anders ligt het bij de secundaire markt. 'Dan hangt het ervan af: komt het doek uit een particuliere collectie, van een veiling? Voor welk bedrag kocht de galerie het? Je moet de markt kennen, marchanderen en een brutaal bod doen.'

Wacht niet te lang met een aankoop, zegt Henk Pijenburg. 'Als je lang gaat aarzelen, pfff..., dan wordt het niks. Je moet direct beslissen als je steil achterover slaat, anders krijg je spijt. Meestal zijn directe aankopen de beste.'

Verzamelaar Michael Tan koopt ook op intuïtie, maar kampt niet met het rodestippensyndroom: 'Ik heb nooit spijt als ik te laat ben. Ik laat het altijd een paar dagen bezinken. Ik ben boeddhistisch ingesteld: als het weg is, dan komt het me kennelijk niet toe.'

Maar wat geeft nu uiteindelijk de doorslag? Martijn en Jeannette Sanders: 'Wij zijn machteloos op het moment dat we worden geraakt.'
Bart Dirks

Art Rotterdam. Van Nelle Fabriek, Rotterdam, t/m 8/2.

Broedplaats voor durfals

Wat Art Rotterdam wil zijn en waarom dat zo goed lukt.

Eerst maar eens een vaststelling: nee, inderdaad, Art Rotterdam speelt niet mee in de premier league van grote kunstbeurzen. Het is geen Art Basel, Frieze of de New Yorkse Armory Show. Ook niet de Madrileense Arco, Art Brussel of de Fiac in Parijs. Daarvoor ontbreekt het in Rotterdam aan een cliëntèle van rijke verzamelaars en het vanzelfsprekende circuit van dure galeries en overambitieuze kunstenaars.

Veel onverkoopbare kunst
Maar je kunt het ook anders zien: 'Rotterdam' wíl niet op deze toppers en subtoppers lijken. Je kan het als een capitulatie zien, maar ook als de uitkomst van een goede sterkte-zwakteanalyse. Wie niet met het Grote en Rijke kan meedraaien kan maar beter onderscheidend zijn en een innovatief programma presenteren.

Want dat is wat Art Rotterdam wél wil uitstralen: we mogen binnen het mondiale circuit van kunstbeurzen misschien een kleine jongen zijn, maar wel een opvallende kleine jongen. Dat heeft de beurs, dit jaar voor de 16de keer, vanaf het begin uitgestraald. Eerst jarenlang op de Kop van Zuid en nu voor de tweede keer in de Van Nelle Fabriek.

Altijd met een programma dat veelal gericht is op een combinatie van jong talent en bekende namen, laag geprijsd en betaalbaar. Aantrekkelijk voor galeriehouders door de lage standprijs, wat de kosten drukt en de mogelijkheid voor experimenteren verhoogt. Risico nemen hoeft in Rotterdam niet direct financieel desastreus te zijn. Een paar verkochte werken geeft al genoeg rendement.

Het is ook de reden dat Art Rotterdam zich profileert met veel 'onverkoopbare' of minder rendabele kunst. Zoals een uitgebreid video- en filmprogramma (Projections). Met een aanbod van kunstwerken tot 1.500 euro (We Like Art), een uitgebreide presentatie van kunstenaarsinitiatieven en non-profitinstellingen (Intersections) én, uitzonderlijk voor een commerciële organisatie, deelname van jonge kunstenaars die dankzij het Mondriaan Fonds gesubsidieerd hun werk hebben kunnen maken (Prospects & Concepts).

Broedplaats
Het programma is een indicatie van wat Art Rotterdam nastreeft: een broedplaats van kunstenaars en galeriehouders te zijn die durven, opvallen en continuïteit tonen. En die je op termijn over de hele wereld tegenkomt en die uiteindelijk hun weg vinden naar de grote musea. Kortom, te zijn als een toeleveringsbedrijf voor het Grote Werk.

Wat helpt bij het uitdragen van dat imago is de kleinschaligheid van de beursvloer, het uitzonderlijke gebouw en de grote aanwezigheid van studenten van de Nederlandse academies onder de getoonde kunstenaars. Het trekt scouts en kunstprofessionals aan die de nieuwe namen de wereld in katapulteren.

Het experiment en gebrek aan voorspelbaarheid maken Art Rotterdam tot een ander soort beurs. Met een imago dat steady door de jaren heen is uitgebouwd en zijn vruchten begint af te werpen. Het Franse dagblad Le Monde riep Art Rotterdam uit tot 'een van de beste beurzen op dit moment'. The Huffington Post tipte het als een van de vijf beste winterbeurzen. En overal op de beursvloer wordt de toename van buitenlandse verzamelaars gesignaleerd.

Rutger Pontzen


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden