Kijken in de kop van Lucebert

Zelf aan de gang in museum Kranenburgh

De bezoeker mag in museum Kranenburgh, geheel in de geest van Lucebert, zelf aan de gang.

Het atelier van Lucebert is voor deze expositie nagebouwd. Beeld Harry Cock

In de hal van museum Kranenburgh in Bergen ligt een van de monsterlijkste koppen uit het werk van kunstenaar Lucebert (L.J. Swaanswijk, 1924-1994). Directeur Kees Wieringa: 'Het is eigenlijk een grote zitzak, dus je mag er ook gewoon op zitten.' Met die woorden stort hij zich op het kunstwerk. De toon is gezet. Lucebert. Thuis in Bergen is geen gewone tentoonstelling.

In de villa naast het bos, waar de dichter, schilder, tekenaar en fotograaf zelf een tijd heeft gewoond, kan het publiek vanaf deze week zijn wereld binnenstappen. Het centrum en onbetwist hoogtepunt van de tentoonstelling is het zeer precies nagebouwde atelier. In deze ruimte mag je alles aanraken. De jazzmuziek staat op - Duke Ellington - de verftubes hebben geen doppen en de sigaretten liggen op tafel. Wieringa: 'Als je hier rondloopt, moet je het gevoel hebben dat je Lucebert zomaar tegen het lijf kunt lopen.'

Je mag gerust een andere plaat opzetten en je kunt neuzen in de boekenkast met de boeken die Lucebert las. Liefhebbers van jazzmusicus Thelonious Monk kunnen hun hart ophalen. Wieringa: 'Maar ze moeten zich wel inhouden!' Er hangen ansichtkaarten en kindertekeningen aan de muur. In een kast ligt op een stapeltje Freud en Tolstoj een cassettebandje met muziek van Louis Armstrong.

Zelf aan het werk

Reclameman en filmregisseur Johan Kramer, ontwerper van de tentoonstelling, wijst op de leren bank in de hoek van het atelier: 'Met een vriend heb ik afgesproken dat we hier elke dinsdagochtend gaan koffiedrinken.' Dat is precies wat van de museumbezoeker wordt verwacht. Kramer: 'Museum is een beetje een eng woord. Ik wil hier een heel andere sfeer neerzetten.'

Na het inzicht in die o zo vreemde kop van Lucebert, is stap twee dat je als bezoeker zelf aan het werk gaat. Kramer ziet de tentoonstelling als een filmset. Elke ruimte vormt een nieuwe scène, die door steeds weer andere jonge kunstenaars is gevuld. Soms met een thematische opdracht. Zo is er een tekeningenkamer waarin één muur vol hangt met werk van Lucebert. In het midden staat een lange (alvast bekladde) picknicktafel waar je zelf aan de gang kunt. Het resultaat mag op de nu nog witte muur komen te hangen.

In een van de trapgaten staan de zelfverzonnen woorden van Lucebert op de muur. Bij de deur krijg je een pen in je handen. 'Schrijf er maar wat bij', roept Wieringa enthousiast. Of hij bang is dat schoolkinderen er schunnige woorden gaan opschrijven? Wieringa lacht: 'Lucebert zou precies hetzelfde doen.'

Geen overzicht van het oeuvre

De keuze voor Kramer als ontwerper was bewust. 'Met een kunsthistoricus hadden we een andere tentoonstelling gekregen. We geven ook geen overzicht van het oeuvre; belangrijke werken zoals De ketters ontbreken. Er zijn wel veel schatten die nog nooit in een museum hebben gehangen.'

Zo is er een hoorspel te beluisteren dat nooit eerder werd opgevoerd en is een muur behangen met verhalen en objecten van mensen die Lucebert hebben gekend. Ook zijn er zeer persoonlijke werken uit het familiearchief te zien. Lucebert schilderde voor ieder kleinkind een geboorteschilderij. Vier hangen er nu in de Bergense villa. 'Voor Rea en Marie', staat er op een werk. 'Lekker spelen en gek doen.'

'Je kunt een schilderij wel op een witte muur hangen en er van alles van vinden', zegt Wieringa, 'maar als je de verfpotten ziet staan en de plaat op kunt zetten die hij misschien draaide toen dit werk werd geschilderd, ga je anders kijken. Dat weet ik zeker.' Ooit was hij in het Erik Satie-museum in de Franse stad Honfleur. Daar is te zien hoe de componist en pianist heeft geleefd. 'Als ik nu Satie hoor, zie ik het brilletje voor me dat op zijn bureau lag.' Wieringa ziet in andere musea veel gemiste kansen: 'Ik had bij een tentoonstelling over Rothko graag in zijn boekenkast willen kijken. Hij was bevriend met Morton Feldman, een Amerikaanse componist. Laat die muziek dan horen! Een schilderij is zo eendimensionaal, wij willen er een multidimensie aan geven.'

De overzichtstentoonstelling van kunstenaar Lucebert in museum Kranenburgh voorafgaand aan de officiële opening op 16 november. Beeld anp

Intuïtie

Wieringa is nu een jaar directeur van museum Kranenburgh. Eerst leidde hij de stichting Yxie (zie kader). Lucebers manier van werken inspireert hem sowieso, ook buiten deze tentoonstelling.

De schilder en dichter vond musea te statisch, vertelt Wieringa. Het moest juist een plek zijn van inspiratie en kruisbestuiving tussen verschillende disciplines. 'Lucebert zocht naar vrijheid en toeval. Hij volgde zijn intuïtie.' Dat wil de directeur meegeven aan zijn bezoekers. In de tuin van het museum wil hij een werkplaats bouwen waar iedereen terecht kan om te dichten, te schilderen, te kleien of op een andere aan de slag wil gaan.

De vraag is of mensen ook echt durven te spelen. Kramer: 'Ik hoop dat ze er ook echt een boek gaan zitten lezen.' Hier en daar moeten nog puntjes op de i worden gezet. In de jazzkamer ontbreekt bijvoorbeeld de Savoy-plaat van saxofonist Lester Young waarop hij Ghost of a Chance speelt. Het gelijknamige gedicht dat Lucebert schreef op de maat van de solo, hangt er wel. Aan de plaat wordt gewerkt.

Lucebert. Thuis in Bergen.
Museum Kranenburgh, Bergen (NH), t/m 12/4/15.

Opgeblazen

Kees Wieringa, directeur van museum Kranenburgh, was eerder twee jaar directeur van de stichting Yxie, het culturele centrum dat in Alkmaar had moeten verrijzen en deels gewijd zou zijn aan Lucebert. Op het laatste moment blies lokale partij OPA het plan op, wat een landelijke rel veroorzaakte. Wieringa: 'De bouw was al begonnen, er was 22 miljoen voor beschikbaar. Dat is allemaal de nek omgedraaid door de populistische politiek; als wraakneming op de zogenaamde linkse kunsten. 'Deze tentoonstelling had eigenlijk de opening moeten worden van Yxie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.