‘Kijk, deze heb ik nooit willen verkopen’

Dankzij kunsthandel Leidelmeijer veroverden De Stijl, de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid de wereld. Na 35 jaar sluit de eigenaar zijn zaak in Amsterdam....

Van onze verslaggeefster Wieteke van Zeil

Het lijkt wel een gewone verhuizing. Maar dan van een familie met een wel heel bijzondere smaak. De presentatieruimte van veilinghuis Christie’s in Amsterdam staat vol meubels, vazen, kleine beelden en lampen. Half uitgepakt, met een paar mannen in werkpakken die de boel versjouwen. Frans Leidelmeijer (63), bekend als expert in het tv-programma Tussen kunst & kitsch, heeft zijn winkel naar het veilinghuis gebracht. Hij stopt na 35 jaar met de kunsthandel aan de Nieuwe Spiegelstraat in Amsterdam, die sinds begin jaren tachtig een internationale reputatie opbouwde op het gebied van Nederlandse vroeg-20ste-eeuwse toegepaste kunst. Leidelmeijer vindt het afscheid niet moeilijk, zegt hij.

Tot hij bij een sierlijk houten piëdestal stilstaat. ‘Kijk, deze heb ik nooit willen verkopen. Ik weet niet eens wie hem heeft gemaakt, maar hij is zo bijzonder. Alles wat je erop zet wordt mooi.’ De buitenkant, met golvende vormen, is van palissander, een tropische houtsoort. De piëdestal komt uit de Amsterdamse School en is voor de veiling getaxeerd op 15 tot 25 duizend euro. ‘Och jee, ik krijg nog spijt.’

Leidelmeijer begon de handel met zijn partner Daan van der Cingel in 1971. Ze waren voor het eerst in Parijs en vielen als een blok voor de karakteristieke art nouveau Métropolitain-ingangen van sierlijk gepatineerd metaal. Ze begonnen een eigen handel, eerst in de Jordaan – ‘we verkochten van alles; poppen, bric à brac, art nouveau-objecten’ – en later in de Nieuwe Spiegelstraat. Maar door het internationale karakter kreeg de handel geen eigen gezicht.

Leidelmeijer: ‘We hadden van alles in huis, uit Duitsland, Frankrijk, Engeland. Maar dat was ook te vinden bij handelaren in het buitenland.’ Leidelmeijer en Van der Cingel gingen zich specialiseren in de Nederlandse toegepaste kunst, vooral uit de periode 1880-1940. Met hun eerste overzichtsboek uit 1983 zetten ze het Hollandse meesterschap uit deze periode op de kaart. Leidelmeijer: ‘We gingen de boer op met dat boek, langs musea die ook toegepaste kunst uit andere landen bezaten. We vroegen waarom ze nog geen Nederlandse stukken hadden.’

Met succes. Leidelmeijer en Van der Cingel verkochten stukken aan het Wolfsonian in Miami, het Denver Museum, Centre Pompidou in Parijs en het Metropolitan in New York. Het statige Victoria & Albert Museum in Londen kocht een Leerdam Unica-vaas en een hoekkastje van Jac van den Bosch, een medewerker van Berlage. De Nederlandse art nouveau en art deco, de Nieuwe Zakelijkheid, de Stijl en de Amsterdamse School hadden wereldwijd hun plek veroverd.

In 1989 overleed Daan van der Cingel, Leidelmeijers partner in zaken en leven. Leidelmeijer had er geen zin meer in. ‘Hij zei: jij bent de ziel van de zaak en ik ben de motor. Nu moest ik opeens ziel én motor zijn. Ik dacht: dat kan ik helemaal niet.’ Maar om de verwerking te versnellen, bleef hij toch werken.

Hij sloeg een nieuwe weg in. In 1983 was Leidelmeijer voor het eerst teruggekeerd naar Indonesië, waar hij tot zijn 9de opgroeide. In Bandung zag hij de Nederlandse koloniale kunst, beïnvloed door Indische kunst, en de Indische gebouwen met invloeden van de Hollandse school. Die wederzijdse invloed fascineert hem: ‘Het was een soort ‘‘tropisch Nederland’’. Ik herkende daarin iets van mijzelf.’ Misschien is dat de belangrijkste reden dat hij geïnteresseerd is in de vroeg 20ste-eeuwse kunst: ‘ Je vindt van alles terug – invloeden uit Perzië, Egyptisch Assyrië, Japan, China. En Indonesië.’

Leidelmeijer wijst op een gebatikt kamerscherm met een Perzische vrouw en islamitische decoratie. Aan het plafond hangt een koperen lamp met een fijne, handmatig uitgezaagde decoratie, die zo in een moskee kan. ‘Hartstikke Hollands, Theo Nieuwenhuis, 1910.’

Toch valt de sprong van Leidelmeijer mee. Hij blijft van huis uit op afspraak handelen, en wil zich richten op het adviseren van verzamelaars en het maken van tentoonstellingen. Op dit moment loopt een tentoonstelling van zijn hand in museum Nusantara in Delft, met art deco-beelden uit Bali. Op 13 juni opent in het Erasmushuis in Jakarta een tentoonstelling over Rietveld en de Stijl die hij samenstelt. Ook de altijd opvallende stand op de kunstbeurs Tefaf blijft. Maar het afscheid van de winkel is definitief. Leidelmeijer: ‘Ik denk dat ik maar thuisblijf als het geveild wordt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden