Kijk, daar staat Stalin op het perron

Het is een onderdompeling in beelden, emoties en taal. In de sneeuw die in Moskou kniediep ligt, die van de ene gouden koepel naar de andere stroomt, de sedans van de rijken en machtigen achter sneeuwploegen laat voortkruipen, en het oog verwart met glimpjes van een verlichte bol boven het...

In het station Kazan, waar oliearbeiders uit de Oeral, een balletgroep, dagreizigers die kaviaar te koop hebben, en budgettoeristen, op weg naar buiten een vaag pad volgen. Bij de ingang van de metro, waar je wolven ziet die dieren uit een kudde pikken; jongens die in groepen van vijf uit het donker komen. Oude mensen beroven ze ter plekke. Een monnik wordt het ijs op getrokken en van zijn vergulde kruis beroofd.

Een politie-inspecteur en een vrouwelijke arts, die elkaar in het door radioactiviteit vergiftigde Tsjernobyl ontmoet hebben, liggen in een bijna leeg Moskous appartement woordeloos op een matras. ‘Hoe meer ze uit elkaar groeiden, hoe meer het bed hun gezamenlijke veilige haven werd. Woorden waren hun vijanden, de uitdrukking van vergeefse hoop. De seks werd in stilte bedreven, en het was moeilijk te zeggen hoeveel van hun liefdesdaad hartstocht was, en hoeveel het wanhopige gekras van een gebruikte lucifer.’

In 1981 introduceerde Martin Cruz Smith de Moskouse inspecteur Arkadi Renko in Gorki Park, de internationale bestseller, die ook als film een klassieker werd. Inmiddels verscheen de zesde Renko-thriller, De geest van Stalin, en bewijst de Amerikaanse auteur nogmaals dat hij (toen) de Sovjet-Unie en (nu) Rusland in alle ontwikkelingen kan doorgronden en schilderen alsof hij er zijn hele leven al woont.

‘De maffia werd behoudend. Nu ze ieder hun eigen grondgebied veroverd en geconsolideerd hadden waren ze verdedigers van de status-quo geworden. Hun kinderen zouden bankiers worden, en de kinderen dáárvan dichters. Daar kon je op rekenen, binnen vijftig jaar, een gouden tijdperk van de poëzie.’

Maar voor het zover is, vallen er nog fantomen te bestrijden, en fanatici die zowel verleden als heden met het grofste geweld naar hun hand willen zetten. Renko, gekweld door geweten, gevoel en vasthoudendheid, is door de openbare aanklager op een zijspoor gezet als opsporingsambtenaar. Hij moet de geruchten onderzoeken dat passagiers in metrostation Tsjistje Proedi al een paar keer ’s nachts op het perron Jozef Stalin hebben waargenomen. Snor, uniform, korte rechterarm, gele wolfsogen.

Vanuit dit ogenschijnlijk belachelijke gegeven (met een inventieve Amerikaanse inbreng) ontwikkelt zich een verhaal dat hart en geest verkilt. Het spookt in het hoofd van Renko, die voortdurend wordt herinnerd aan zijn vader, een sadistische generaal en gunsteling van Stalin. Hij wordt geconfronteerd met twee meedogenloze collega’s die als Zwarte Baretten oorlogshelden waren in de strijd tegen de Tsjetsjenen. Een van hen heeft politieke ambities en bindt arts Eva aan zich. Renko wordt bijna gewurgd en in het hoofd geschoten, dreigt de 12-jarige verweesde jongen die hij uit Tsjernobyl heeft meegenomen te verliezen, en belandt in het plaatsje Tver, op de route van Moskou naar Sint-Petersburg, waar de verzamelde Russische patriotten een onaangename historische verrassing wacht.

Geesten vullen de straten in dit prachtig geschreven verhaal dat, zoals de auteur zich wenst, aan het einde niet afgelopen is, maar een zaadje in de geest van de lezer heeft geplant.Ineke van den Bergen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden