‘Kijk, daar heb je het woord googelen’

Nicoline van der Sijs graaft in woorden, talen en bronnen. Op 6 november krijgt de lexicograaf de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor de Geesteswetenschappen, groot 50 duizend euro....

Het huis van Nicoline van der Sijs staat vol boeken. Nieuwe en oude boeken. Over de geschiedenis van het Nederlands en van andere talen. Grammatica’s en spellingboekjes. Woordenboeken in alle talen en soorten: synoniemenwoordenboeken, verklarende woordenboeken en etymologische woordenboeken. ‘Goed dat de vloeren stevig zijn’, lacht ze, ‘anders zakten ze door.’

Al die boeken worden gebruikt. Maar het hart van haar werk ligt verstopt in de computer op haar bureau. Daarin zitten de enorme bestanden waarmee ze dagelijks werkt en die telkens tot nieuwe boeken leiden. ‘Kijk’, zegt ze, terwijl ze een bestand aanklikt. ‘Dit is het uitleenbestand. Daar staan nu 11.974 woorden in, die uit het Nederlands aan één of meer andere talen zijn uitgeleend. “Horzel” bijvoorbeeld werd uitgeleend aan het Frans; het werd “frelon”. Het woord zal worden opgenomen in Van der Sijs’ nog te verschijnen Groot Uitleenwoordenboek. Een voorproefje gaf ze al met het onlangs verschenen Klein uitleenwoordenboek.

Een leenbestand is er ook, met daarin woorden die wij van andere talen hebben geleend. Zij kwamen terecht in het vuistdikke Leenwoordenboek uit 1996, waarvan vorig jaar de bijgewerkte tweede druk verscheen. En dan is er nog een chronologisch bestand en een etymologisch bestand, materiaal voor gelijknamige, al verschenen woordenboeken. ‘Het chronologisch bestand geeft antwoord op veel vragen. Tussen 1500 en 1520 zijn er, voorzover ik kon nagaan, 166 leenwoorden voor het eerst aangetroffen. In 1514 is “stroop” voor het eerst vermeld, geleend van het Franse “sirop”; in 1513 “trol”, uit het Oudnoors.’

Binnenkort verschijnt haar Calendarium van de Nederlandse taal. Daarin staat bij jaartallen vermeld wat er in onze taal gebeurde: ‘Kijk, daar heb je “googelen”. Dat woord werd in 2003 pas voor het eerst gebruikt. En in 2004 namen de Indonesiërs het Nederlandse woord “stembusaccoord” over, want dat begrip bestond niet in een land dat toen pas zijn tweede vrije verkiezingen had. Grappig hè?’

Beroep: lexicograaf. Pas als je al die lijsten met woorden en bronnen voorbij ziet trekken, krijg je enig idee wat dat werk inhoudt. Op 6 november wordt aan dr. Nicoline van der Sijs de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor de Geesteswetenschappen uitgereikt, groot 50 duizend euro. De jury prijst haar wetenschappelijke werk, ‘vernieuwend maar ook inspirerend’. Dorre wetenschappelijke kost is het nooit. De laureate, schrijft de jury, ‘weet met tal van boeken en artikelen een groot publiek te bereiken.’

Zo is het. Enorme, prijzige boekwerken als het Chronologisch woordenboek worden verbazend goed verkocht. Ook boeken als Taaltrots –Purisme in een veertigtal talen, Taal in stad en land, een reeks van 27 monografieën over Nederlandse dialecten, en Wereldnederlands – Oude en jonge variëteiten van het Nederlands (2005) vonden hun weg naar een groot publiek. Van der Sijs publiceert regelmatig in Onze Taal, het grootste tijdschrift voor taalliefhebbers ter wereld. Toch is ze geen hoogleraar historische taalkunde. Ze verzet al die bergen werk voornamelijk als freelancer. ‘Ik ben blij dat ik geen manager van een vakgroep ben. Ik wil schrijven.’

Zo’n dertig jaar geleden begon ze in dit vak, bij toeval eigenlijk, tijdens haar studie Slavische talen. ‘Als student-assistent kon ik meewerken aan een Russisch-Nederlands en een Nederlands-Russisch woordenboek. Lexicografie vond ik meteen geweldig! Grote hoeveelheden materiaal ordenen en er dan iets moois van maken – dat paste bij mij. Ik werd redacteur van een nieuw etymologisch woordenboek. Dat vond ik óók hartstikke leuk. Zo rol je er vanzelf in.’

In de jaren tachtig werd de vakgroep Slavische taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht, waar ze een tijdelijke aanstelling had, opgeheven. Van der Sijs besloot voor zichzelf te beginnen, als schrijfster, redacteur en woordenboekenmaker.

Al die bestanden waarin tientallen talen voorkomen, wijzen op een wonderbaarlijk grote taalkennis. De typering ‘polyglot’ lijkt niet overdreven. ‘Nou, het is alleen maar lezen hoor’, relativeert Van der Sijs. ‘Voor etymologie moet je zoveel mogelijk talen kennen, maar gaandeweg steek je vanzelf veel op. Het is handig als je de Slavische talen al kunt lezen, de Germaanse talen, de Romaanse. Ik had Indo-Europees, Oudgermaans en Spaans als bijvakken gedaan. Ik heb vier jaar meegewerkt aan een taalatlas van Europa. Dat project werd geleid door een hoogleraar Italiaans die schreef in die taal, dus dat moest ik ook kunnen lezen – weer een taal erbij.’ Voor de talen die ze echt niet kan lezen, zijn er goede informanten. ‘Er is een arabist die ik altijd wat kan vragen, een turkologe, een sinoloog.’

De digitalisering heeft de mogelijkheden voor de lexicograaf enorm vergroot, zegt Van der Sijs, maar de bestanden worden ook omvangrijker. Aan het uitleenproject, dat eind 2008 afgerond zou moeten zijn, helpen stagiairs en vrijwilligers mee. ‘Eerst ga ik in de geschiedenis na met welke talen wij contact hebben gehad. Dan neem ik, als ze bestaan, in elke taal een etymologisch woordenboek en een vreemdewoordenboek, bijvoorbeeld in het Tsjechisch. Daar staat dan de herkomst van die woorden bij. De medewerker Tsjechisch die mij assisteert, noteert de woorden die uit het Nederlands komen, al dan niet via een andere taal. Vervolgens voegen we dat in de database. Je ziet dan bijvoorbeeld dat een woord is geleend aan het Tsjechisch, aan het Russisch, aan de Baltische talen, maar niet aan het Pools. Hé, klopt dat? Je kijkt in een Pools-Pools woordenboek of het woord bestaat.’

‘Het leuke is’, zegt Van der Sijs, ‘dat we zo lacunes in de bestaande woordenboeken vinden. Als je alleen de Nederlandse invloed bekijkt op taal X, dan zie je die niet. Je gebruikt een corpus op verschillende manieren. Het Etymologisch Woordenboek ging van A tot Z. Dan had je bij de A een Jiddisch woord, bij de B een Arabisch woord en bij de C een Chinees woord. Ik vroeg mij af hoe dat eigenlijk zat met die invloeden. Is de invloed van het Arabisch groot, en wanneer was die groter of kleiner? Worden woorden direct of indirect doorgegeven, en via welke talen? Die vragen leidden tot het Leenwoordenboek.

‘Voor het Chronologisch woordenboek ging het om de eerste keer dat een woord voorkwam. Het uitleenbestand gaat weer van dat woordenboek uit. Dan heb ik de datering van het Nederlandse woord, de herkomst, het feit dat het is doorgeleend, en vaak ook wanneer. Soms is een woord direct na vorming in het Nederlands uitgeleend, zoals “fluit”. Het schip met die naam werd hier eind 16de eeuw uitgevonden. Het ging om een innovatie; andere landen namen het ding én de naam onmiddellijk over.

‘Het kan ook eeuwen duren, bijvoorbeeld in het Indonesisch. Pas toen er veel Nederlanders kwamen wonen, in de 19de eeuw, verspreidden Nederlandse woorden zich daar snel. In diezelfde tijd kwamen er veel Indonesische woorden in het Nederlands, zoals soesa en kassian.’

Het is een fascinerend avontuur, het volgen van de geboorte en het verdwijnen van woorden en de routes die woorden afleggen, als gevolg van hoe mensen leefden, wat ze bedachten, met wie ze handelden of oorlog voerden. Van sommigen woorden, vertelt Van der Sijs, is de herkomst nog steeds onbekend. ‘”Fiets” is een beroemd voorbeeld, en “pet”. Waarschijnlijk komen ze uit de volkstaal.’

Soms zijn we getuige van de geboorte van een woord. ‘Wij weten dat schrijvers als Marten Toonder en Kees van Kooten bepaalde woorden hebben gemunt. Maar “zielknijper”, dat altijd wordt toegeschreven aan Toonder, vind je al bij Multatuli. Misschien blijven woorden als “doemdenker” of “bovenbazen” tot jaren na de dood van de bedenkers bestaan. Maar dan weet niemand meer wie ze heeft bedacht. Dat leggen wij nu vast.’

Taal wordt gemaakt waar we bij staan. Taal als mensenwerk – het is de titel van een boek van Van der Sijs. In dat boek laat ze ook zien dat de standaardtaal deels tot stand komt door bedachte voorschriften. ‘Wij moeten nog altijd “groter dan” schrijven, terwijl “groter als” vaker wordt gezegd. Sommige regels fungeren als sjibbolet (herkenningswoord, red.). Ben je beschaafd, dan zeg je niet “hun hebben”. Maar je hoort ook leerkrachten op de basisschool “hun hebben” zeggen. Dan kan zo’n regel snel verdwijnen.’

De onzekerheid over ‘goed’ taalgebruik is groot, merkt Van der Sijs. Er worden veel boekjes met taalvoorschriften geschreven en gekocht. ‘Ondertussen gebeurt er van alles wat zich aan regeltjes onttrekt. Het Poldernederlands bijvoorbeeld – het uitspreken van de klinkers in “tijd, huis, koud” als aai, ou en aau – ontwikkelde zich zomaar. Ook het verschil in uitspraak tussen de S en de Z is aan het verdwijnen: “De son in de see sien sakken.” Tegelijk neemt het gebruik van de “Gooise R” toe, misschien juist omdat dat chic klinkt. Soms hebben regels invloed, soms niet.’

Mensen klagen tegen een taalkundige graag over de ‘verloedering’ van de taal, vooral over de ‘verengelsing’. ‘Ik hoor vaak: “Wat vind je nou van die leenwoorden, vreselijk toch?” Nou, nee. Ik vind er niets van, ik constateer. Taalkundigen beschrijven de taal zoals zij is of was, niet zoals ze moet zijn. We hebben veel meer leenwoorden uit het Frans dan uit het Engels. Maar woorden als terrein of trottoir zijn al in de Franse tijd geleend. Daar storen mensen zich niet aan. Engelse leenwoorden zijn recenter en vaak modegevoeliger. Wie zich ergert aan de huidige modetaal, gebruikte in zijn jeugd óók modewoorden.’

Nicoline van der Sijs volgt de taal en noteert. ‘Ik zie nu dat we voor sommige Engelse woorden weer Nederlandse gaan gebruiken. Vroeger hadden we het over venture capital, nu zeggen we allemaal durfkapitaal.’ Wanneer dat precies gebeurde? Misschien staat dat al in een van de bestanden. En anders komt het erin, ooit. Want dit werk is nooit af. ‘Dat is het prachtige eraan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden