Recensie Voorwoorden

Kierkegaard is voeler, dromer, nar en fantast in de nieuwe bundeling Voorwoorden (vier sterren)

Kierkegaards voorwoorden bij niet-bestaande boeken verleiden tot meedenken, terugdenken en zelfreflectie.

Beeld Martyn F. Overweel

Anders dan de titel suggereert, is Voorwoorden van Søren Kierkegaard (1813-1855) geen instapmodelletje voor wie zich eindelijk wil wagen aan het werk van de Deense filosoof. Alleen al het nawoord, een gedegen uitleg van Paul Cruysberghs bij de gebundelde stukken, is omvangrijk. En nodig, ook om te begrijpen op welke groeperingen en personen Kierkegaards soms bijtende ironie was gericht. Zo geestig als zijn vondst ook is – acht voorwoorden bij werken die niet bestaan, voorafgegaan door een voorwoord, en dit dan ook nog eens onder het pseudoniem Nicolaus Notabene, eerste druk 1844 –, wanneer er zoveel duiding bij nodig is, vergaat het lachen je bij voorbaat.

Tenzij je gewoon begint bij nawoord en noten, om met deze los-vaste bagage in de achterzak het boek opnieuw open te slaan, schijnbaar onbevangen. Niet dat het dan simpel wordt. Kierkegaards zinnen zijn complex en meanderen vele kanten op, doortrokken van citaten en verwijzingen. Dat is geen intimiderend vertoon van eruditie: het rusteloze, snel bewogen gemoed van de schrijver blijft voelbaar en verleidt tot meedenken én terugdenken. Tot reflectie die ook telkens, leuk of niet, tot zelfreflectie voert.

Schrijven, lezen, denken, je laten meeslepen door de geest, het lijkt een vorm van ontrouw. Dat laatste oppert Nicolaus Notabene althans in het voorwoord bij zijn voorwoorden, bij monde van zijn even fictieve echtgenote, die het maar niks vindt dat haar man zich steeds vaker in zijn werkkamer terugtrekt om aan een boek te beginnen. Wat gebeurt daar? Behoren zijn aandacht en toewijding niet háár te gelden? Geen vreemde vragen, aangezien Notabene al eerder noteerde: ‘Een voorwoord schrijven is als aan jezelf merken dat je verliefd aan het raken bent: je ziel is lieflijk verontrust, het raadsel is opgegeven, alles wat er gebeurt is een tip van de sluier die wordt opgelicht. Een voorwoord schrijven is als het wegbuigen van een tak in een hut van jasmijn en haar zien die daar verborgen zit: mijn liefste. Zo ja, zo is het precies met voorwoorden schrijven. En hoe zit het met degene die het schrijft? Hij beweegt zich tussen de mensen als een gek in de zomer en een nar in de winter, iemand die tegelijk begroet en afscheid neemt, altijd blij en zonder zorgen, tevreden met zichzelf, echt een lichtzinnige deugniet, ja, een amoreel persoon.’

Het schrijven van boeken wil de beminnelijke echtgenote verhinderen, de huwelijkse liefde moet de kans krijgen zich verder te ontplooien en te verinnigen, maar ziedaar het compromis: het schrijven van voorwoorden wordt gedoogd.

Cover van Voorwoorden.

Voorwoorden

Søren Kierkegaard

Uit het Deens vertaald door Annelies van Hees, Frits Florin en Karl Verstrynge.

Damon; 216 pagina’s; € 27,50.

Hiermee is inderdaad de toon gezet. Een gepassioneerd waarnemer, voeler, denker, dromer, fantast en schrijver is per definitie een einzelgänger, ook in de nauwste verbintenissen, en dat maakt hem verdacht. Hij kan geen idealistische, superieure groep als het Genootschap van Geheelonthouders toebehoren, geen gemeenschap van intellectuele christenen, geen Hegel-vereerders die wachten op een systeem dat eerdere logische denksystemen in zich opneemt en naar een hoger plan tilt, noch lezers die zich blind verlaten op het oordeel van een protserige recensent, die de boeken van anderen slechts snel doorbladert, om zelf het middelpunt van het door hem veroorzaakte literaire papegaaientumult te kunnen blijven.

Nieuwjaarsgeschenken aanbieden en na succes de herdruk presenteren, met een tweede voorwoord: Kierkegaard spot met schrijvers die al rekenen met doelgroepen en oplage nog voordat het boek geschreven is, en die daarna verheugd vaststellen dat de missie ruimschoots is geslaagd. Prachtig is de passage waarin Kierkegaard toont hoe Socrates en Jezus zich interesseerden voor het aardse en particuliere, het simpele, subjectieve en meerduidige, zonder dat daar de belofte van een programmatisch boek op volgde, waarmee de door de tijdgeest ingefluisterde vragen van een studieuze elite definitief zouden zijn beantwoord.

‘Ontspanningslectuur voor bepaalde standen – naar tijd en gelegenheid’, zo noemt Notabene deze bundeling van voorwoorden. Daarmee zegt hij hoegenaamd niets. Maar alles over lezers die, nog vóórdat ze zijn begonnen, willen weten wat ze kunnen verwachten. Dat is einde avontuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden