Open RedactieCoronacreativiteit

KFC-poëzie, eenzaamheid en supermarkten: een bloemlezing van lezersgedichten

De coronapandemie heeft velen aan het schrijven gezet. Vorige week deden wij een oproep om ons gedichten te sturen. Waarop de mailbox overstroomde met inzendingen. ‘Fijn om een beetje creativiteit los te laten op deze crisis’.

null Beeld Marcel van den Bergh
Beeld Marcel van den Bergh

Het resultaat? Poëzie over wandelingen in de natuur, hoop, eenzaamheid en dood. Maar ook over koolmezen, scrabble, Dettol, kassameisjes en KFC. Sommige beklemmend, sommige luchtig. Samen geven de inzendingen een goed beeld van de belevingswereld van de Volkskrant-lezers.

Schrijver en dichter Lieke Marsman koos uit een longlist van de redactie dertien gedichten die haar opvielen. ‘Het heeft me getroffen hoe verschillend mensen ermee bezig zijn. Voor sommigen blijft het virus abstract en gaan de gedichten over binnen zitten. Anderen hebben iemand heel ziek zien worden, bij hen lees je de wanhoop.’ Ook ontroerend vond ze de begeleidende teksten in de mails van lezers. ‘Het geeft aan dat er echt een behoefte zit bij mensen om wat er nu gebeurt op papier te zetten. Ik zou bijna de mails in een boek willen verzamelen.’

Het eerste gedicht dat ze koos was van Gert Elzinga, 62 jaar, uit Scharwoude.

lente

de ganzen krijsen zich schor
nooit eerder met zovelen
ze vergaderen in het riet
over menselijk verdriet
er is veel nieuws te delen

een vlucht trekt over het markermeer
strijkt neer op het gladde water

geen mens te zien
nooit eerder zo stil
ze komen dit jaar
wat later

‘Simpel maar zo treffend’, zegt Marsman erover. Er waren veel gedichten over de natuur en de lente. ‘Maar’, zegt ze, ‘dit was één van de weinige gedichten die vanuit dieren geschreven was. Wij, mensen kijken allemaal naar buiten en zien dat het leeg is. Maar de natuur gaat door en ziet dat wij ontbreken.’

Het tweede gedicht is van Yvonne Kroese, 61 jaar, en heel anders van toon.

Oh!

Oh vies, vilein, virus
Oh voos en naar sujet

Krijg jij snel de pleuris in je eigen ziekbed

Kreeg je aandacht te kort in een akelige jeugd?
Of is het je karakter dat gewoonweg niet deugt

Tieft op naar je ouders
ook niet veel soeps
Een lelijke vliegmuis
Een panklare poes

Gore klont eiwit,
boterhamspread!
Sterf in een petrischaaltje
Hangend aan een pipet!

‘Die voorlaatste strofe heb ik hier thuis nog even gedeeld. Heel grappig’, vindt Marsman. ‘Het klinkt ook goed als je het voorleest. Een lelijke vliegmuis. Een panklare poes. De ouders van het virus. Een speels versje zonder flauw te worden.’

null Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett
Beeld SOPA Images/LightRocket via Gett

Dan een confronterende, van Menno van Dijk, 63 jaar.

Doden +1

En ineens is daar het bericht:
Er is een collega voor de dood gezwicht.
Ik zie een foto,
een bekend gezicht.

Ik lees het koele zwart op wit,
weet het verdriet dat er achter zit,
maar voel ook de angst die in mij kroop.
Hij was zestig; dat ben ik ook.

Marsman: ‘Dit geeft precies de kern weer van de hele situatie. Veel mensen hebben verdriet om de dood, angst voor hun naasten, maar tegelijkertijd betrek je ook alles op jezelf in deze tijd. Dat was hier in al zijn simpelheid goed gevat. Soms heb je niet heel veel woorden nodig.’

Ook kinderen zijn aan het dichten geslagen. De moeder van Jonne Stallenberg, 9 jaar, stuurde ons deze. Ze benadrukte in de mail dat hij het echt zelf heeft geschreven: ‘zittend in de vensterbank voor het raam van ons bovenhuis in Rotterdam Blijdorp. Hij keek uit over de lege straat en kwam 20 minuten later naar me toe met dit gedicht.’

Angstziek

Ik heb
zo het gevoel
dat de wereld overdrijft
te bang wordt
om schade
in hun longen te krijgen

De stille schreeuw
die de opdracht heeft
de wereld te kalmeren
zal de ene na de andere ramp
aan zijn draadje moeten rijgen

Ik kijk naar buiten
en de straat
waar ik meestal overheen kijk
springt mij nu
zo leeg en grijs
in het oog

En ik wou
dat ik iets doen kon
maar ik heb
de mensen niet in mijn bereik
Angst
heeft ons in het hart geraakt
met pijl en boog

Toch
heeft het virus
ons een beetje wakker geschud
we zijn alleen
gaan overdrijven

Er is nog hoop
we zullen niet lang
Angstziek blijven

‘Dit gedicht was opvallend omdat het als boodschap heeft dat we misschien ook wel overdrijven: angstziek zijn is niet echt ziek zijn’, aldus Marsman. ‘Zeker als het van een 9-jarige komt, springt dat eruit. Sowieso natuurlijk erg knap dat een zo jonge jongen dit kan schrijven.’

null Beeld ANP
Beeld ANP

Het volgende gedicht kwam van Hinde van Overpelt, 60 jaar.

de oude man en de uil

hij wist niet wat anderhalve meter was
en misschien niet eens dát we afstand moesten houden
hij was één van de kwetsbare, zeer ouden

hij kwam naast me staan
en wees naar een boom op een meter of tien bij ons vandaan
waar op een meter of vijftien hoogte, geschat
in een holte in de stam een bosuil zat

de man zei: “hij zit hier altijd op dit uur in de avondzon”
toen hij mij zijn verrekijker wilde lenen
zei ik dat ik de uil ook met het blote oog zien kon

‘Weer een mooi natuurbeeld’, vindt Marsman. ‘Maar dan wordt het ineens doorbroken door de scene met smetvrees. Ik zag het einde niet aankomen.’

Olga Hasenbos, 79 jaar, schrijft iedere dag een Haiku, schrijft ze in haar mail. Ze stuurde ons er negen.

Corona haiku’s

de planten zijn groen
het voorjaar is begonnen
Corona aan top

leeg is de campus
Erasmus-studenten thuis
vol van virussen

klimaatactivist
pleit voor sneller handelen
lucht vanzelf nu schoon

is er nog keuze
democraat of dictator
Covid negentien

ik volg het water
het klotst tegen de zijlijn
keert wal Corona?

elke dag maar weer
honderd twee en zeventig
trappen op en neer

word wakker vandaag
neoliberale droom
is nu echt voorbij

telefoon rinkelt
met opgekropte adem
voel ik een sidder

heer loopt zijn flat uit
doet diepe kniebuigingen
gaat weer naar binnen

Marsman houdt eigenlijk niet zo van haiku’s, zegt ze maar meteen. ‘Maar bij elkaar vind ik deze echt prachtig. Door ze achter elkaar te zetten ga je verbanden zien. Je krijgt en soort eenheid door dezelfde opbouw. Misschien is dat wel helemaal niet de bedoeling geweest, maar samen zijn ze heel goed. Door die laatste heeft het ook een prachtig einde.’

Dick Schlüter, 64 jaar, uit Enschede stuurde ons het volgende gedicht.

Anderhalve meter

Het aardige kassameisje
en Petrus bij de hemelpoort.
Ik bracht ze met elkaar in verband
toen mijn beurtbalkje
in haar richting schoof.

Anderhalve meter winkelwagen
als zekerheid en een plaat plexiglas
om te voorkomen dat het tijd is
om, eerder dan gedacht, te gaan
naar een ander bestaan.

Door mijn beurtbalkje zag ik het:
ons lot hangt in de treurwilgen
en er is een volgende klant in beeld.
Katholieken prevelen weer over Petrus,
protestanten vrezen de vereffening.

Ik kijk naar het aardige kassameisje
die mijn boodschappen laat bliepen.
Sta in een veilig vak van plakstrepen.
Ze vraag om met een kaart te betalen,
er is een afrekening gaande.

‘Weer een hele andere invalshoek’, zegt Marsman. ‘Het banaalste wat we normaal doen – naar de supermarkt gaan – is ineens nog maar een van de weinige uitjes die we hebben en kan daarom een diepere lading krijgen.’

null Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Ook jongeren stuurden ons massaal gedichten. Bijvoorbeeld Sara Vermeer van 18 jaar.

Ironie

Trillend van anticipatie
Kocht een man al het wc-papier
Om zich voor te bereiden op de invasie
Iedereen liep rond
Met een vieze strontkont
Want niemand kon zich meer afvegen
En terwijl de man in zijn bunker
Van papier zat, zijn eigen creatie
Kreeg hij helaas last
Van constipatie

Marsman: ‘Grappige gedichten kunnen flauw zijn. Deze heeft dat niet. Ik moest er erg om lachen. Daarnaast is het ook een van de eerste symbolische beelden uit crises: toiletpapier hamsteren. Dus verdiende deze ook een plek in de lijst.’

Dan een gedicht van Ifgencio Lieveld, 11 jaar oud uit Amsterdam Zuid-Oost. Hij maakte het op de weekendschool in zijn buurt en de jaarcoördinator stuurde het naar ons op.

KFC

Ik bezorg dit bericht alsof ik een delivery ben.
Deze rap gaat over een restaurant die iedereen kent.
KFC is zo lekker,
Ik voel me hoger dan een dubbeldekker.
Ik eet die Bucket helemaal leeg,
Ik denk niet dat ik het opveeg.
Als je me boos maakt wordt mn hoofd heet net een hotwing,
Ik eet alles van KFC maar niet die uienring.
Concurrent van KFC is MC Donald’s,
je vindt me grappig zeker net Ronald Mc ‘Donald.
Corona houd me tegen, ik kan er niet naar toe.
Maar weet je wat ik doe?
Ik koop wat kip en wat bloem....
En.......
BOOM!!!: Home made KFC, how sweet can that be.

Marsman: ‘Deze las ik als eerste van alle gedichten die ik kreeg doorgestuurd. Ik was meteen heel erg pleased. Een ontzettende unieke uitwerking van het thema. Daarnaast kan ik me ook voorstellen dat dit bij de belevingswereld past van een kind. En dan ook nog eens met een recept erin.’

Willem van de Woestijne, 80 jaar stuurde ons dit gedicht.

zwarte, zwarte corona

Ik kijk naar het onzichtbare met de naam
van een dolende planeet, vermaal mijn
brood tot sterrengruis, poets deurknop
en haaientand tot goud, kleine beer en
slangendrager, gekleed in lood, huilen
stil in kristallen vitrines, de oceaan verdroogt
tot zout, er blijven diep geslagen kraters, de
zon verbrandt mijn oog, de maan streelt lege
straten, brede straten, ze lopen laag, ze lopen
hoog, ze lopen onder het licht van de zon, de
echo van de maan, ik vergrendel mijn huis, luister
naar soul, zwarte blues, witte blues, door ramen
wringen omfloerste paukenslagen, ik weet op
barricades het geruis van machines hoor hun
eentonig bewegen, in, uit, zuigend voedend, op
en neer, naar beneden, naar boven, er staan
verhulde mannen, verhulde vrouwen, ze bewegen
hun armen, hun handen, hun hart bonkt door de
dagen, door de vroegste ochtend, de diepste nacht
bonkt door de lege stad, onder de echo van de maan
het licht van de zon, het slaat zijn duizend slagen.

Marsman roemt in dit gedicht het ‘stuwende ritme. Eigenlijk is het één lange zin en daardoor krijg je heel erg het gevoel dat je in iemands associatie zit. Het geeft hele mooi weer hoe Willem zich door de dagen beweegt: hoe hij zijn huis vergrendelt, naar blues luistert en de deurknop poetst.’

Joas Bakker (20) stuurde ons dit gedicht:

Isolatie

De koelkast slaapt. De printerinkt droogt op.
Er zwijgt een natte handdoek in de hoek.
Een teiltje: bellen dweilen echo’s van hun sop,

de drie scharnieren van de voordeur kleuren roest.
Wat syntaxvrije frases, paragrafen zonder boek.
Een witte wijzer klokt, geen tijdstip klopt.

Mijn lichaam ligt, de open ogen ogen dicht,
ik laat mijn hoofd in zuurstof onderdompelen,
de dag spoelt aan, het raam herkauwt wat licht.

Geen bericht. Ik wacht, mijn aders klonteren.
Ik adem. Ik heb niets om te verkondigen.
De trage uren copypasten een gezicht.

Marsman: ‘Soms wil je redactie doen op een gedicht. Een paar strofen schrappen of een cliché einde eraf halen. Bij dit gedicht niet. Het klopte. Het was af. Joas gebruikt ook een ander soort woorden. Niet telkens hoop, stilte en liefde. Neem bijvoorbeeld de zin ‘het raam herkauwt wat licht.’ Heel goed.’

Roald Uildriks uit Leeuwarden stuurde ons een gedicht dat hij naar aanleiding van 75 jaar bevrijding had geschreven, ‘naar aanleiding van het feit dat in de lente van 1945 – terwijl de Duitsers nog aanwezig waren – duizenden zuiderlingen lopend en in veewagons stapvoets rijdend naar Groningen en Friesland werden geëvacueerd om aldaar te overleven en aan te sterken.’

samenloop

er is een weg
niet geplaveid
voor versleten zool
naar geborgenheid

de gestopte kous
verweesd en ontheemd
zwalkt van zuid naar noord
door koud Hollands beemd

leeg is de karbies
vol angst en met hoop,
karren met rieten valies
in een voortgaand samenloop

gedreven door honger
met noord
op kompas
op zoek naar brood

en rust…
op noordelijk kapokmatras.

‘Uit zijn mail erbij leid ik af dat hij de oorlog misschien nog heeft meegemaakt. Hij ziet een parallel tussen toen en nu. Nu de auto’s en ambulances weer vanuit het zuiden naar het noorden komen. Prachtige woorden ook: karbies en kapokmatras.’

Het laatste gedicht is van Elle Werners, 76 jaar.

Afscheid

massale quarantaines –
afgelopen zondagavond
deed het communicatie-systeem het niet
wij kwamen daar pas achter
toen de ambulancedienst
ons op onze mobiel probeerde te bereiken
reguliere bedden waren omgetoverd
tot intensieve zorgbedden
tring, tring...
mensen in ademnood
voorzien van beademingsapparatuur

er was geen dienst
en ook geen koffiedrinken –
besloten kring

‘Dit gaat over het thema wat voor de mensen het allerergst is. Niet alleen de dood, maar die ook nog eens op zo’n manier te moeten beleven. Niet naar begrafenissen kunnen gaan omdat er nog maar een paar mensen kunnen komen. Ik snap dat mensen denken: ik moet hier iets over schrijven. Het is het grootste schrikbeeld van de hele crisis.’

Wilt u nu zelf ook aan de slag? Een tip van Marsman voor als u nu ook geïnspireerd bent geraakt: ‘Doe het vooral gewoon. Gebruik de tijd (als u die heeft) om rustig te gaan zitten en uw gedachten op papier te zetten. Hoe erg deze crisis ook is, voor de poëzie zouden er wel eens gouden tijden aan kunnen breken, want hevige gevoelens én tijd hebben we als mensen niet vaak.’

Dit artikel kwam tot stand met inbreng van abonnees via de Open Redactie. Wilt u ook meedoen? Meld u aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden